Fado van het voetbal

Door een speling van het lot kwam de Portugese voetbaltrainer JosÇ Ferraz in Nederland terecht. Het werd een martelgang. Het land dat hij had geãdealiseerd als voetbalnatie nummer ÇÇn bleek een poel van vriendjespolitiek en onverschilligheid. ‘Ooit was Nederland het Mekka van het internationale voetbal. Maar daar is over enkele jaren geen spoor meer van te zien.’ ..LE ALS EEN tevreden man staat trainer JosÇ Ferraz achter de grill in de binnentuin van de ontmoetingsruimte van de Associa‡ao Portuguesa in Amsterdam-West (APA). Op deze zonovergoten zondagnamiddag bakt hij, terwijl de vinho verde rijkelijk vloeit, haantjes voor de manschappen die hem net een eerzaam 4-4 gelijkspel hebben bezorgd tegen een afvaardiging van DVG. DVG is een club met een rijke geschiedenis in het Amsterdamse amateurvoetbal, terwijl de APA het strijdveld betrad met een gelegenheidselftal dat Ferraz in enkele dagen uit de grond had gestampt door vrijwilligers te ronselen bij de APA-bar.

Onder de bezielende vocale begeleiding van hun coach overstegen de mannen van de APA zichzelf. Na afloop kon Ferraz een zeker leedvermaak over zijn Hollandse tegenstrever, die zich met de pest in het lijf naar de kleedhokjes begaf, dan ook niet onderdrukken. ‘Dit gelijkspel is eigenlijk een overwinning’, stelt Ferraz vast, terwijl hij het glas heft op de toekomst van het Portugese voetbal in Amsterdam, dat eerder al zo'n grote impuls kreeg met de komst naar Ajax van Daniel da Cruz Carvalho, alias Dani, de schichtige gazelle van de Arena.
Die toekomst zal zich naar alle waarschijnlijkheid moeten afspelen zonder het toeziend oog van JosÇ Ferraz, want de Portugese oefenmeester houdt het na vijf jaar van oplopende frustraties zo goed als zeker voor gezien in Nederland. 'Toen ik in Portugal was beschouwde ik Nederland als de top van het internationale voetbal’, zegt hij. 'Daar ben ik nu wel van teruggekomen. Ik ben een inzicht rijker en een illusie armer.’
JOSE DA LUZ FERRAZ, geboren in 1949 in Oporto, lid nummer 2026 van de Nationale Bond van Voetbaltrainers in Portugal, had al een lange carriŠre in het professionele voetbal in zijn vaderland achter de rug toen hij in 1991 naar Nederland kwam. Als voetballer kwam hij vijf jaar uit voor achtereenvolgens Belenenses en Salgueiros, twee clubs uit de hoogste Portugese divisie. In 1969 en 1970 speelde hij als dienstplichtig militair bij Sporting Maputo in Mozambique, vooral bekend als de club waar Eusebio, de zwarte parel van Benfica, zijn debuut beleefde. Ferraz: 'Ik heb de beste jaren van mijn leven aan het voetbal gegeven. Maar al speelde ik op het hoogste niveau, van de betaling moet je je niet te veel voorstellen. Omgerekend verdiende ik in mijn toptijd honderd gulden per maand. Eusebio, de grootste ster die het Portugese voetbal ooit heeft gekend, kreeg niet meer dan vijfhonderd per maand. In Itali‰ of Spanje had hij natuurlijk goud kunnen verdienen, maar onze toenmalige dictator Salazar had hem tot Patrimonio d'Estado uitgeroepen, dus weg kon hij niet.’
Verslaafd aan het voetbal legde Ferraz zich na zijn spelersloopbaan toe op het trainersvak. Hij was verbonden aan Malta, Castelo de Maia, Perafita, Sobreirense en Varzim. In 1985 studeerde hij met vlag en wimpel af aan de trainersopleiding van de Portugese voetbalbond. Hij haalde het hoogste diploma dat er te halen was en volgde sindsdien nog vele completerende cursussen. Studiegenoten van Ferraz waren bekende Portugese voetballers als Styliano, Joaòo Pinto, Sousa, Bandeirinha en Folha. Ferraz: 'Vergis je niet, op die opleiding ging het er streng aan toe. Ook al was je als voetballer een ster, al had je de Europacup gewonnen en meer dan honderd keer in het nationale elftal gespeeld, tijdens de opleiding moest je gewoon meedoen en je punten halen. Zo niet, dan vloog je eruit. Dat is wel een heel verschil met die cursus voor de grote voetbalvedetten die de KNVB dit jaar heeft geãntroduceerd en waar mensen als Gullit, Rijkaard en Koeman aan meedoen. Die opleiding is een farce. Zakken kunnen ze niet, en dat maakt de opleiding een wassen neus. Het is propaganda, meer niet.’
IN 1993 werd Ferraz met tientallen andere beroepstrainers ontvangen op het paleis van koning Juan Carlos van Spanje, waarbij illustere collega’s als Menotti, Carlos Billardo, Xavier Clemente en Carlos Queiros ook aanwezig waren. Johan Cruijff, toen nog werkzaam bij Barcelona, liet op het laatste moment afweten. Zeer tot de spijt van Ferraz, die Cruijff beschouwt als een van de creatiefste trainers van het moderne voetbal. 'Louis van Gaal heeft dat een stuk minder. Die is erin gespecialiseerd zijn spelers met de hardste discipline zijn wil op te leggen, maar dat is iets anders dan tactisch vernuft en modernisering van het voetbal, waarmee Cruijff en v¢¢r hem Rinus Michels internationale grootheden zijn geworden. De beste trainers kunnen hun elftal laten improviseren. Van Gaal is geen groot strateeg, Morten Olsen daarentegen weer wel.’
De trainerscarriŠre van JosÇ Ferraz was dus al redelijk op stoom toen hij enkele jaren geleden van de dokter te horen kreeg dat een van zijn zoons vanwege een vorm van astmatische bronchitis het klimaat van Portugal zou moeten ontvluchten voor een noordelijker gelegen land. De keuze viel op Nederland, dat Ferraz toen nog beschouwde als het Mekka van het internationale voetbal. 'Iedereen in Portugal en Spanje die van voetbal houdt, beschouwt Nederland als een soort paradijs. Nergens in Europa zijn er zo veel grasvelden als in Nederland. In het Zuiden wordt er meestal gespeeld in een soort zandbak, terwijl de eerste de beste amateurvereniging in Nederland al de beschikking heeft over een echt grasveld, een voorrecht dat bij ons alleen de elftallen van de hoogste divisies genieten. Alleen dat al is voor ons zuiderlingen een enorme attractie. Spanjaarden en Portugezen gaan speciaal naar Nederland om die velden te zien, zo uniek vinden ze dat. Daarnaast staat Nederland bekend als een kweekvijver van nieuw talent en ook van nieuwe speelmethoden. Vandaar dat mijn keuze op dit land viel.’
EENMAAL IN de Lage Landen gearriveerd werd de droom van JosÇ Ferraz wreed verstoord. Het bestuur van de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond bleek niet bereid zijn Portugese trainersdiploma te erkennen. Het was het begin van een eindeloze reeks procedures. Ferraz schakelde de Portugese Voetbalbond in, en later ook de Uefa en de Fifa, die de KNVB keer op keer sommeerden over te gaan tot erkenning van de Portugese voetbalbrevetten. Ferraz: 'De KNVB speelde een listig spel. Men wist ook wel dat het tegen alle internationale voetbalverdragen indruist om een diploma als het mijne niet te erkennen. Dus vond men telkens weer een ander excuus om de beslissing uit te stellen. Dat gaat nu al jaren zo. Dan zei men weer dat mijn Nederlands niet toereikend was. Absolute onzin, want als het om voetbal gaat kan ik uitstekend communiceren. Wat voor Nederlands sprak Ernst Happel nu? “Kein Keloel, Fussball spielen”, dan had je het wel gehad. Toch hielp hij Feyenoord voor de eerste en enige keer in de geschiedenis van die club aan de Europacup en de Wereldbeker.
Het is allemaal pure arrogantie, en chauvinisme, aangevuld met een forse dosis ordinaire marktprotectie. Men doet alsof de Nederlandse trainersopleiding zaligmakend is, men kijkt op het buitenland neer. Maar waar het werkelijk om gaat is het beschermen van de belangen van de eigen trainers. Het zijn maffiapraktijken. Alleen al vanuit het gezichtspunt van de gezamenlijke Europese markt van deze jaren is dat verwerpelijk. De bond voor beroepstrainers stak geen vinger voor me uit. Maar die loopt sowieso aan de leiband van de KNVB. Het is allemaal misplaatste arrogantie, want van zo'n hoog niveau als de Nederlanders zichzelf op voetbalgebied toedichten is allang geen sprake meer.’
TERWIJL DE procedures liepen kreeg Ferraz wel stageplaatsen in het Nederlandse voetbal. Zo werkte hij bij Telstar in IJmuiden onder trainer Simon Kistemaker, die een uiterst positief oordeel gaf over Ferraz’ trainerscapaciteiten. In 1995 kwam Ferraz via Ajax-voorlichter David Endt aan een stageplaats bij Ajax, waar hij Van Gaal kon zien opereren. Ferraz kreeg Marcio Santos onder zijn hoede, de Braziliaanse vedette wiens carriŠre in Amsterdam zo'n dramatisch verloop zou kennen. Daar zij beiden het Portugees als moedertaal hadden ontstond er tussen Santos en Ferraz een speciale band. Ferraz: 'Marcio Santos was diep ongelukkig. Hij kon niet wennen aan het klimaat en de sfeer.’
NA ZIJN STAGES kreeg Ferraz nog steeds geen toestemming van de KNVB om het trainersvak in Nederland op professioneel niveau uit te oefenen. Als troostprijs mocht hij wel werken bij de amateurs. Ferraz nam het aanbod aan en kwam terecht bij clubs als Ookmeer, SV Diemen en DWS. Iedere zaterdag en zondag kriskras door het land trekkend met zijn elftallen stortte zijn ideaalbeeld van de Nederlandse voetbalcultuur als een kaartenhuis in elkaar.
Ferraz: 'Waarom wint de Nederlandse voetbaljeugd op internationaal niveau al jaren nooit meer iets? Sterker nog, waarom vliegt het Nederlands elftal voor spelers tot achttien jaar er op internationale toernooien al in de eerste ronde uit? Omdat er geen aandacht en geen liefde meer is voor de amateurjeugd. Het ontbreekt de jonge spelers aan tactisch inzicht, want er wordt hun niets geleerd.
De besturen van de Nederlandse amateurverenigingen zijn uiteindelijk alleen maar geãnteresseerd in de opbrengsten van de kantine, gratis drinken en het binnenhalen van vette sponsorcontracten. In de jeugd investeren zij niets. Zelfs de vergoedingen die de KNVB jaarlijks aan de amateurs uitkeert voor de vervoerskosten worden in de regel in de eigen zak gestoken. Ondertussen rijden die bestuurders zelf wel ieder jaar in een nieuwe auto. De vaders van de spelers moeten maar uitzoeken hoe hun elftal bij een uitwedstrijd ergens komt. Dat kost die families honderden guldens per jaar. De bestuurders halen vriendjes en familie binnen als jeugdtrainer, zonder dat die ook maar het flauwste benul hebben van hun vak. Het is een en al onverschilligheid wat de klok slaat.
Daarnaast zie je veel discriminatie. Spelers van Turkse en Marokkaanse afkomst blijken in de jeugd vaak de besten, maar vaak worden ze niet geselecteerd voor het eerste elftal. In plaats daarvan zie je dan zonen en neven van de bestuursleden in het eerste opdraven, die vaak een stuk minder getalenteerd zijn. Ik spreek niet over incidenten, maar over een structuur. Van de weeromstuit zie je steeds meer clubs voor louter Surinaamse, Turkse of Marokkaanse jongens, die, hoewel ze in de regel gewoon in Nederland zijn geboren en getogen, nog steeds niet worden geaccepteerd.
Ook bij de scheidsrechters zie je nog al eens discriminatie, ongecamoufleerd. Elftallen met veel buitenlanders erin worden door de arbiters vaak van punten beroofd. Dat dat nog niet heeft geleid tot veel meer vechtpartijen en andere catastrofen is te danken aan de vaders van die jongens, die welopgevoed zijn en hun zonen tot rust manen. Hoe vaak ik niet al heb gezien dat zo'n jochie van vijftien een scheidsrechtrer van een jaar of vijftig wilde aanvliegen!
Het resultaat is in ieder geval dat het jeugdamateurvoetbal in Nederland langzaam maar zeker leegloopt. Steeds meer jongens haken af. Ze kiezen nu voor individuele vechtsporten. Een groepssport als voetbal raakt uit de gratie. Ik ben geen socioloog, maar ik ben bang dat dat zich uiteindelijk ook op de samenleving zal wreken, met meer criminaliteit op straat en zo. Enfin, daar zijn in Amstrerdam de laatste weken weer genoeg voorbeelden van geleverd.’
'DE CRISES, de ruzies en de conflicten in het voetbal weerspiegelen uiteindelijk het opleidingsniveau van hen die hun functie uitsluitend ten eigen bate uitvoeren’, schrijft JosÇ Ferraz in zijn nieuwste handleiding voor het trainersvak. 'Dat is ook een van de redenen dat het amateurvoetbal heden ten dage doorlopend naar de eerstehulppost voor ethische verzorging moet worden gestuurd.’
Van alle misstanden die hij op de Nederlandse voetbalvelden heeft gezien vindt Ferraz het verwaarlozen van de jeugd de grootste zonde. 'Coaches als Leo Beenhakker klagen nu steen en been over het gebrek aan kwaliteit van de Nederlandse voetbaljeugd. Maar het is een ontwikkeling waar de KNVB en de clubs zelf op hebben afgestuurd door louter aan direct financieel rendement te denken en nooit aan de toekomst. Het Nederlandse voetbal heeft zijn eigen graf gegraven. Eigen talent heeft men niet meer, en ook nog te weinig geld om in het buitenland nieuw talent te kopen. De eigen vedetten kan men niet meer vasthouden. Kijk maar naar het vertrek van mensen als Stam, Numan, de broertjes De Boer en Cocu. Men houdt hier straks niemand over.
Natuurlijk, Ajax, PSV en Feyenoord waren tot voor kort gevreesde en gerespecteerde namen in het internationale voetbal. Nu is niemand meer bang om tegen een Nederlandse club te spelen. En dat is godgeklaagd voor een land dat tien jaar geleden nog te boek stond als de natie die het best zorgde voor zijn voetbaljeugd.
Ik ben een buitenstaander in het Nederlandse voetbal, maar ik weet zeker dat ik niet alleen sta in mijn kritiek op de KNVB en de clubs. Ik praat met veel mensen, die onvrede leeft eigenlijk overal. Het is tijd voor een grote schoonmaak. De KNVB en de verenigingen zouden als de donder een soort Deltaplan moeten opstellen om de toekomst te redden. Men moet zichzelf weer in dienst stellen van de atleten in plaats van andersom. In ieder geval moet men zich niet vastklampen aan de successen en de glorie van het verleden. Nederland was ooit het Mekka van het internationale voetbal, maar over een paar jaar is daar niets meer van te zien. Al die prachtige groene velden kunnen dan worden hergebruikt als tulpenvelden.’