H.J.A. HOFLAND

Failliet

Omdat Amerika voorlopig de leidende natie van het Westen zal blijven, valt er iets voor te zeggen de Europeanen een zekere invloed te geven op de presidentsverkiezingen. Zet dit denkbeeld onmiddellijk uit uw hoofd. Geen enkele Amerikaan zal toelaten dat een vreemdeling zich met zijn binnenlandse aangelegenheden bemoeit. Dat het andersom onophoudelijk wél gebeurt, vindt hij de natuurlijkste zaak van de wereld. Daarom moet Europa altijd rekening houden met wat Washington van plan is en zich proberen voor te stellen wat er gebeurt als de plannen worden uitgevoerd. Dit betekent dat de Europese diplomaten en de vertegenwoordigers van de media daar de allerbesten moeten zijn, objectieve kenners van de politiek met lange ervaring. Daaraan heeft het Nederland op belangrijke momenten wel eens ontbroken.
Bij deze verkiezingen heeft Amerika na acht jaar Bush een dieptepunt bereikt. In zijn speciale verkiezingsnummer geeft The New Yorker een overzicht. De staatsschuld was nog nooit zo hoog, het begrotingstekort wordt voor volgend jaar op een half biljoen dollar geschat, vijf miljoen mensen leven onder de armoedegrens, zeven miljoen hebben geen medische verzekering, terwijl de premie bijna verdubbeld is. Als gevolg van de kredietcrisis stijgt de werkloosheid. General Motors, eens het bolwerk van de autocultuur, dreigt failliet te gaan.
De natie is verwikkeld in twee oorlogen zonder einde, als we ‘de oorlog tegen het terrorisme’ buiten beschouwing laten. Afgezien van de vraag of het verstandig was de dictatuur van Saddam Hoessein omver te werpen (hij werd vóór de aanval militair goed in bedwang gehouden) staat het vast dat Bush en zijn omgeving met bluf en leugens de oorlog hebben gerechtvaardigd. De daarna gevolgde strategie leidde ertoe dat ruim vierduizend Amerikanen zijn gesneuveld en misschien honderdduizend Irakezen het leven hebben verloren. Er is een volksverhuizing van vierenhalf miljoen Irakezen op gang gekomen.
Het imago van Amerika als sterkste bondgenoot is zwaar beschadigd door de unilateralistische politiek van Bush cum suis die de bondgenoten als knechten zien. Het Atlantisch bondgenootschap waarmee Bush acht jaar geleden zijn wereldleiderschap begon, is veranderd in een club van elkaar wantrouwende leden die nog één ding gemeen hebben: ze zullen een zucht van verlichting slaken als deze voorzitter is vertrokken. Het morele aanzien van Amerika heeft geleden door Abu Ghraib, Guantánamo, het toestaan van martelingen als ‘water boarding’ en het geheime vervoer van gevangenen naar landen waar martelen een gewone praktijk is.
Dan hebben we nog het klimaat. Een van de eerste daden van Bush als president was het verlaten van het verdrag van Kyoto. Conclusies van de wetenschap over klimaatverandering werden in zijn kringen als onzin beschouwd en bovendien kon Amerika het zich economisch niet veroorloven de samenleving tot milieuvriendelijker gedrag te bewegen. Intussen smelt het ijs op de Noordpool verder en maken we in Nederland plannen om ons tegen een stijging van de zeespiegel te wapenen.
Bush’ bewind was een bewind van afbraak, aan het volk consequent verkocht als een reeks nieuwe bewijzen van de nationale onoverwinnelijkheid. Het zou het begin moeten worden van ‘the New American Century’. Het hoort tot de rampzaligste uit de Amerikaanse geschiedenis. Was het onder Gore of later Kerry beter gegaan? Waarschijnlijk wel, maar dat is een vruchteloze vraag. De wereld is opgescheept met deze erfenis. Wel heeft het zin om ons af te vragen hoe dat komt, en of na deze verkiezingen een verbetering mogelijk is.
Met Bush heeft de politieke filosofie van het neoconservatisme zijn slechtste uitvoerder getroffen. Het neoconservatisme is een reactie op het radicalisme van de jaren zestig, de counterculture, het studentenprotest, de beweging voor de burgerrechten, de tolerantie, alles wat dit tijdvak kenmerkt. In de loop van het volgende decennium begon het vorm te krijgen. In Ronald Reagan heeft het zijn beste uitvoerder gevonden. Bush sr. was niet de geniaalste, maar wel een verstandige, internationaal georiënteerde president. Tegen het einde van de acht jaar Clinton kregen de neocons, ook dankzij Monica Lewinsky en Linda Tripp hun beste kans en die hebben ze gegrepen. Vervolgens hebben ze alles grondig bedorven. In alle opzichten betekent Bush het failliet van de neocons.
Nu is het de vraag of op 4 november een meerderheid van de kiezers dat zal inzien. De uitbarstingen van haat, demagogie, de leugens vooral van Republikeinse kant bevorderen de verwarring. De manier waarop Palin haar werk opvat doet je hopen dat McCain het eeuwig leven zou hebben als hij gekozen werd. In een tijd van alzijdige crisis kiest Amerika zijn volgende president. De diepste crisis is die van het politieke denken en daar kunnen we in Europa niets aan doen.