Falende ouders

Drie dikke kinderen zijn via de rechter deels onder toezicht gesteld van jeugdzorg, omdat hun gezondheid ernstig gevaar loopt. Een opmerkelijke casus. De overheid mag wettelijk ingrijpen bij geestelijke en/of fysieke mishandeling. Maar valt een complexe ziekte als obesitas daar nu ook al onder?

Medium commentaar 24 2012 falende ouders

Het is niet te beoordelen wat er precies achter de voordeur van dit gezin plaatsvindt, maar afgaand op het vonnis gaat het letterlijk en figuurlijk inderdaad om een zeer zwaar geval. De (gescheiden) ouders zijn ondanks pogingen niet in staat grip te krijgen op hun kinderen die ver uitdijen boven de obesitasnorm. Zij kregen eerder dit jaar een ondertoezichtstelling opgelegd, wat erop neerkomt dat een gezinsvoogd deels het gezag van de ouders overneemt. Zij heeft er reeds voor gezorgd dat door een wisseling van de ziektekostenverzekering een diëtiste wordt vergoed. Prima, zou je denken. Het belang van het kind staat voorop. Het gezin krijgt professionele steun om te voorkomen dat het drietal ouderdomsproblemen krijgt met hart, gewrichten, bloeddruk, ademhaling en diabetes.

De zaak geldt weliswaar als juridisch correct en aan de goede intentie van jeugdzorg valt op zich niet te twijfelen. Alleen, de hulp is in dit gezin onvrijwillig ingezet en de ouders ervaren dat terecht als een inmenging in hun privé-domein. De motivatie in het vonnis getuigt van tenenkrommende betutteling. ‘De ouders hebben onvoldoende inzicht in de problematiek laten zien’, oordeelde de rechter, terwijl ze wel ‘hun best doen’. De moeder had nota bene zélf een diëtist ingeschakeld en hun kinderen aangemeld bij een sportclub, maar dat was niet genoeg. Na een lange vakantie waren ze niet afgevallen. Ze hadden toen ‘kunnen gaan wandelen, fietsen en gezonde levensmiddelen in huis kunnen halen’, aldus de rechter. Je kunt je met een beetje fantasie voorstellen hoe het is gegaan. Ze waren in Turkije bij familie, er kwam veel zoetigheid op tafel en wandelen en fietsen op z’n Hollands was er op het platteland niet bij. De weken vlogen om en terug in Utrecht wachtte de weegschaal van de Raad van de Kinderbescherming.

Deze casus is niet alleen een ongelukkig voorbeeld – de ouders werken wél mee – maar schept ook een onmogelijk precedent. In Nederland lijden twaalfduizend kinderen aan obesitas waarbij de ouders totaal inadequaat zijn om de ernstige gezondheidsproblematiek aan te pakken. Velen van hen laten het helemaal op zijn beloop. Net als ontelbaar veel ouders van comazuipende, in coffeeshop hangende of vroegtijdig schoolverlatende minderjarigen. Deze zaak moet dan ook worden beschouwd als een interessante testcase die past in de tendens om als overheid eerder in te grijpen bij falend ouderschap.

Het oprekken van de grenzen is staatsrechtelijk ongewenst. Liederlijk en schadelijk aan levensstijl gerelateerd gedrag is een breed maatschappelijk probleem. De optelsom van alle gevallen raakt derhalve wel degelijk aan de volksgezondheid en daar heeft de overheid een taak. Vettaks op snelle dikmakers is een oplossing, net als alcohol in de horeca verbieden voor mensen onder de achttien jaar. Of dagelijks straffe gymnastieklessen op scholen verplicht stellen. Maar niet door achter de voordeur te kruipen. Hoe verleidelijk het ook is om de tragiek van een verpeste jeugd te willen voorkomen.