Familiebanden

John Constable (1776-1837) schilderde landschappen met een tot dan toe ongekende natuurgetrouwheid. Zijn wolkenluchten waren beroemd tot in Parijs, hoewel hij zich bepaalde tot het weergeven van het graafschap Wiltshire: ‘Toch schilder ik het liefst mijn eigen plekken; schilderen is voor mij slechts een ander woord voor gevoel, en ik associeer “mijn zorgeloze jeugd” met alles wat aan de oevers van de Stour ligt; die taferelen maakten me tot schilder, en daar ben ik dankbaar voor.’ Constables schilderijen zijn geen virtuoze weergaven van het landschap van dat moment, zoals men toen dacht; het zijn herinnerde landschappen, zorgvuldig ontdaan van alle in de loop van zijn leven toegevoegde elementen als fabrieken en ja-knikkers. In die visueel waargenomen maar innerlijk gefilterde landschappen beleefde Constable zijn jeugd steeds opnieuw, kon hij het verleden herscheppen en tegelijkertijd vluchten uit het lelijke heden.

Wie nu denkt dat een dergelijke verheerlijking van het verleden een uitsluitend romantisch project is, heeft het mis. Juist in de tijd van ongekend enorme hoeveelheden beschikbaar beeld- en geluidsmateriaal is de behoefte groot het verleden - dat wil zeggen de afgelopen eeuw - opnieuw te interpreteren, het te laten wandelen, spreken, zingen. Met veel digitale techniek maken onze voorvaderen zich los uit hun bleke stilte en scharen zich onder hun kindskinderen. De absolute voorwaarde voor de overtuigingskracht van Constables reconstructies was de bedrieglijke natuurgetrouwheid, de ogenschijnlijk objectieve weergave. Een nu even groot waarheidsprestige heeft film, met name de enige jaren geleden ontdekte amateurfilmpjes. Film-, video- en andere kunstenaars gebruiken niet alleen andermans thuisfilms om een verhaal mee te vertellen, ook het geerfde materiaal is een door zijn naieve oprechtheid onmisbaar element in de speurtocht naar waarheid. Het gebruik van zo'n (natuurlijk voor de film geconstrueerd) thuisfilmpje in Zusje is treffend.
Wellicht door het ontbreken van een geschiedenis van betekenis, wellicht door een ander nationaal trauma, lijkt de bevolking van de Verenigde Staten op zoek naar haar vader. Voor grote spektakelfilms als Star Wars en Batman Returns, maar ook kleinschaliger films als Simple Men en Smoke is het vinden van een vader een vanzelfsprekend motief om het verhaal richting en relief te geven. Voor zijn jaarlijkse bijdrage aan het Rotterdams Filmfestival ging de in Engeland wonende Amerikaanse filmer en fotograaf Stephen Dwoskin vorig jaar op zoek naar zijn eigen leven, met gebruikmaking van vrijwel uitsluitend oud filmmateriaal, veelal door zijn vader gemaakte thuisfilms van hem en zijn zusje. Dwoskin manipuleerde het materiaal via montage tot een persoonlijke visie op zijn leven, zijn verlamming (door polio) en zijn relaties met vrouwen (door zusje).
Dit jaar wordt zijn experimentele film Trying to Kiss the Moon overtroefd door een verbluffende video van de eveneens in Engeland wonende Amerikaan Daniel Reeves. Obsessive Becoming is een speurtocht naar en een reconstructie van een individueel verleden zoals maar zelden vertoond, door middel van geavanceerde videotechnieken. Behalve thuisfilms uit de jaren veertig en vijftig, waar bijvoorbeeld personen uit geisoleerd, gespiegeld en verdubbeld kunnen worden, worden dank zij computeranimatie ook reeksen foto’s tot film: Reeves laat niet alleen zijn familieleden in rap tempo ouder worden, maar haalt naar believen ook familiebanden aan door zichzelf of zijn broer in de geraffineerde reeksen in te voegen. Herinneringen die zijn bejaarde moeder ophaalt aan bijvoorbeeld een misdadige zwager of een sinds 1949 vermiste oom worden aangevuld of verward met op die manier gemanipuleerde beelden en met tergend voorbijglijdende, becommentarierende teksten.
In die ene keer dat ik de video kon zien in het Exploding Cinema- gedeelte van het Filmfestival rolden de familiegebeurtenissen te snel aan mijn zintuigen voorbij om het helemaal te kunnen volgen, maar wat een prachtig verleden heeft die Reeves zich daar geschapen.