Nicolette Smabers, Stiefmoeder

Familiegeheimen en -rituelen

Nicolette Smabers, Stiefmoeder

Uitg. De Bezige Bij, 189 blz., € 18,50

De mensen lopen door de straten, ze sterven en ze zijn niet gelukkig. Af en toe komen ze op familiebijeenkomsten bij elkaar waar ze eerst taartjes eten, met koffie, daarna bier, wijn en jenever drinken en de goede oude tijd gedenken. Of juist ten koste van alles willen voorkomen dat die goede oude tijd ooit nog aan de orde komt. «Kom vooral niet met verhalen», zoals Nicolette Smabers dit laatste type bijeenkomst in haar roman Stiefmoeder treffend typeert.

Ieder mens draagt zijn familie met zich mee en de geheimen die daarbij horen. Zo had mijn vader een jongere zus die altijd ziek was. Als jongen ging ik haar wel bezoeken, ze lag dan in een bed, waarom wist ik niet, het werd me niet verteld, ze was nu eenmaal ziek, soms heel even een beetje beter, dan «ging het weer», maar een paar weken later was ze weer ziek en ze stierf jong. Over de achtergrond van deze ziekte en de ziekte zelf tast ik nog altijd in het duister, hij werd me niet verklaard, ik vroeg mijn oudere broer er wel eens naar, maar ook die scheen het fijne er niet van te weten.

Stiefmoeder beschrijft op uitermate fijnzinnige wijze de ontrafeling van familiegeheimen. Nicolette Smabers laat ons in het begin meeleven met het meisje Andrea Spanjert, dat allerlei vermoedens heeft over de voorgeschiedenis van haar ouders maar de waarheid niet weet te achterhalen. Waarom wordt er nooit maar dan ook nooit gesproken over de Brabantse familie van haar moeder? Wie is die merkwaardige oom die af en toe met twee tantes op bezoek komt en waar de vreemdste geruchten de ronde over doen? En waarom zegt haar vader af en toe van die vreemde dingen en doet haar broer zo belachelijk?

Andrea moet met geheimen leren leven, dat doet ze ook en ze weeft haar eigen verhaal rondom haar achtergrond. Smabers slaagt erin ons dit meisje met al haar levensverbazing, naïviteit en dromerigheid fraai voor te toveren. Juist door weinig te benoemen, en ons met beelden te overtuigen. Wanneer de pubertijd aan de orde komt, schetst ze die niet in betogen maar in een enkel raak beeld: «Zij is twaalf, Hayo net veertien. Vorig jaar droegen ze allebei oranje sjerpen, vol overtuiging; strikt genomen heeft zij nog twee jaar te goed, maar ze ziet in dat het niet kan. Hayo heeft gelijk, het staat niet, het is kinderachtig. En ze doet ook geen oranje strik om haar paardenstaart. Het idee, op school draagt ze toch ook geen strikken meer?»

Natuurlijk worden de familiegeheimen in dit boek ontsluierd. Smabers zet ons daarbij heel wat zaken voor waar men een jaar of dertig, veertig jaar geleden het liefst tijdens familie bijeenkomsten niet over praatte en waar als je het mij vraagt nu nog steeds in de familiekring met kracht over wordt gezwegen. Seksualiteit dus, ongewenste zwangerschap, verzwegen afkomst, maatschappelijk succes en falen, schaamte over eigen falen en vooral weerzin over de eigen aanwezigheid en die van de ander in het algemeen. Natuurlijk, we hebben het tegenwoordig ergens anders over: de teruggang van het lezen, de subsidiëring van profvoetbal en de verloedering van het koningshuis, maar het verzwijgen van ons eigen bestaan en de wanhoop daarover draait op volle toeren door. Laten we nog maar een biertje nemen. Smabers tilt de tegels in haar roman op, ze laat ons niet alleen een beetje besmuikt lachen over de verwoede pogingen van deze familie van alle geschiedenis een, zoals zij het raak noemt, «zwijggeschiedenis» te maken. Ze drukt ons met onze neuzen op de feiten.

Toch zit de kracht van haar roman niet in de ontrafeling. Het heeft zelfs iets jammerlijks de geheimen uiteindelijk teruggebracht te zien tot de banaliteiten van menselijke relaties. Het meisje Andrea krijgt de feiten daarover op een rij maar tegelijkertijd verliest zij daarmee in de roman haar mooie, meisjesachtige, levenslustige vitaliteit waar ik zo graag nog langer mee had willen verkeren. Andrea wordt een vrouw die zelf opgenomen is in het geheim.

Ach, wat was het mooi geweest wanneer Smabers gewoon niets had verklaard, ons voorgoed had laten rondlopen in duisternis over al die geheimen van al die mensen. En ons blijvend had voorzien van al haar prachtige zinnen die de kleine rituelen van het menselijk samenzijn zo schitterend in beeld brengen. Want daar gaat het om. De rituele details van zo’n familiebijeenkomst bijvoorbeeld: het gedoe vooraf, het schoonmaken van het huis, de geuren van de mensen, dan het stemmengeluid in de kamer, het getinkel der glazen, het gelach, de kinderen die er niet-begrijpend bij zitten en zo zoet mogelijk proberen te spelen. Dat telt in deze roman. Het is Smabers niet gegaan om de ontrafeling van het geheim, nu goed, die heeft ze er dus bij geleverd omdat ze anders overal gaan zeuren, die hoort er nu eenmaal bij in de huidige literatuur. Het ging haar erom het geheim in taal in stand te houden via adembenemend precieze beschrijvingen van de interieurs en de rituelen die ons leven overeind moeten zien te houden.