Familiekruis

Op de televisie troost alleen de VPRO de thuisblijver. Door Michaël Zeeman. En door jonge documentairemaaksters. Eerder al bood een zendgemachtigde jongeren een kans en gaf hen het thema ‘familie’ mee. Net als de VPRO nu. Ik kan die redacteuren wel volgen: voor je het weet stellen jongelui ‘de wereld’ aan de orde en verzuipen in vrijheid en budgetoverschrijdingen. Dicht bij huis, dicht op de huid, en als het goed is blijkt die wereld daar al te beginnen. Neemt niet weg dat verstandige ouders hun kinderen verbieden documentairemaker te worden, want met rode oren kijken in het binnenhuis, letterlijk en figuurlijk, van de buren is heel wat veiliger dan object te worden van vragen van het eigen kroost. ‘Papa, ik ga een film over jullie maken.’ ‘Over mijn lijk, kind.’ Of vriendelijker: ‘Wacht maar tot ik dood ben.’

Verraad ik me? Vast. Maar wie de pakweg acht produkties zag, beseft dat alle huisjes niet alleen kruisjes hebben, maar dat de bewoners ervan die, in al dan niet schuldeloze schuld, elkaar ook omhangen. Daarmee zijn die projecten niet gediskwalificeerd. Sterker misschien, des te minder stille dingen stil gelaten werden, des te indrukwekkender vaak het resultaat. En ik maak me wijs dat dat niet alleen met mijn vuige sensatiezucht van doen heeft.
Beperk ik me tot de twee eerste VPRO-projecten: Haalweide van Juul Bovenberg en Oma Keller van Grietje Keller. De eerste kalm als de ouders van de maakster. Carrière en stad achter zich gelaten, wonend tussen erfelijke dorpelingen met wie prettig contact bestaat. Maar bevriend alleen met soortgenoten. Moeder kan eindelijk schilderen maar in haar verzuchting dat daar nooit tijd voor was, schuilt wrevel over het traditionele vrouwenlot. Zoals vaak dwingt de camera tot bekentenissen: zij krijgt steeds meer zin in reizen, hij heeft het allemaal wel gezien en zit het liefst in zijn versie van het paradijs. Hun dochter is de slang. Als probleem niet te futiel want bij gebrek aan oorlog en calamiteit is dit ons kleine leed.
Toch rechtvaardigt haar familie de documentaire niet. Dat doen de buren. Twee oude mannen door wie het woord vrijgezel betekenis houdt. De een zit aan tafel met een stapel agenda’s die de weerslag van zijn leven vormt. ‘Dit is privé, dat weet je?’ Ze bevestigt. Dan leest hij voor: 'asfalt’. Om tevreden vast te stellen dat het er al tien jaar ligt in plaats van de vier die je zou denken. Ook noteert hij hoe laat hij naar bed gaat. De kijker lacht, maar hoeveel dieper graaft hij? Onvergetelijk de ander: altijd verbouwend, doof en zich doof houdend, nauwelijks een woord prijsgevend. En dan blijkt hij een danser. Hij scheert zich ter voorbereiding, nat, met warme blik gadegeslagen door een veel jongere vrouw die dol op hem is en soms mee mag rijden. En die liefde begrijp je!
Hoe anders Oma Keller, ooit onderwijzeres, getrouwd met dove hereboer, vrouwtjesputter, landelijk voorzitter van de Soroptimisten, liefste oma van de wereld. Plus huistiran en verkwanselaarster van het erfgoed. Zijn hele leven is haar oudste zoon met haar in gevecht, ook na haar dood - in het tragisch besef dat hij in de omgang met zijn eigen kinderen meer van haar wegheeft dan hem lief is. Prachtig en schokkend. Laat je kind toch vooral boekhoudster worden.