Turks bloedbad

Familiemoord met staatswapens

De slachtpartij op een verlovingsfeest in Zuidoost-Turkije, vorige week, is mede mogelijk gemaakt door de Turkse staat. Die voorziet boeren van wapens om tegen de Koerdische PKK te strijden. Uit die wapens kwamen de kogels.

BILGE, een dorp in het zuidoosten van Turkije. Een groep mannen viel op de avond van 4 mei met kalasjnikovs een verlovingsfeest binnen. Ze schoten op alle aanwezigen. Ze schoten zo vaak dat een baby door zeven kogels werd doorzeefd. 44 doden, van wie de meesten vrouwen en kinderen, lieten de Turkse autoriteiten weten. Een gruweldaad die veel weg heeft van een film van Quentin Tarantino. In zijn film Kill Bill wordt een bruiloft op dezelfde manier beschoten als het verlovingsfeest bij het Koerdische Mardin. Alweer een gruweldaad in het land dat een balans zoekt tussen het Westen en het Oosten. Een land waar de staat zich koste wat het kost wil handhaven en zijn eigen kinderen opoffert.
Turken gaan er prat op dat zij als volk zo goed zijn in het stichten van staten. Zestien staten hebben ze tot nu toe gesticht. In een gebied dat gedomineerd wordt door duizenden clans en waar het moslimgeloof de religieuze leiders alle mogelijkheden verschaft om veel meer dan de staatshoofden de maatschappij te sturen, zijn de Turken erin geslaagd de ene na de andere goed georganiseerde en voortreffelijk functionerende overheid te stichten. De staat is heilig, misschien wel meer dan de heilige Koran. De staatshoofden hebben in het verleden veelvuldig de koppen van moslimgeleerden laten rollen. Zelfs de islam moest zijn plek kennen als het ging om de onschendbaarheid van de staat. Niets en niemand wordt gespaard om de staat veilig te stellen.
De minderheden niet, de geestelijken niet en het eigen volk niet. Ook al verandert het hele land in een film van Tarantino, het machtige staatsapparaat zal doen wat in zijn voordeel is.

DE VEROVERAAR van Istanbul, het toenmalige Constantinopel, is Mehmed de Tweede. Hij slaagde er in 1453 in om als twintiger de hoofdstad van Byzantium in te nemen. Enkele jaren later – hij regeerde inmiddels vanuit zijn paleis in Istanbul – keurde hij de wet goed die het laten wurgen van jongere prinsen niet meer strafbaar stelde. De aanwezigheid van prinsen die jonger waren dan de kroonprins bracht namelijk de staat in gevaar. Er moest eenheid zijn in het paleis. Prinsen die plannen maakten om zelf de troon te bestijgen kon men niet gebruiken. De muren van de paleizen van de Ottomanen waren dan ook eeuwenlang getuige van de noodkreten van jonge jongens die niet gewurgd wilden worden. Een troonopvolger heeft zelfs in één keer zijn negentien broers laten wurgen.
Het in stand houden van de oorlogsmachine die het Ottomaanse Rijk was, was alleen mogelijk met een staatsapparaat dat geen ruimte liet voor meningsverschillen aan de top van de staat. In de achttiende en negentiende eeuw verloor het rijk een groot deel van zijn grond. Dat lag niet aan het feit dat de sultans zachtaardiger waren geworden en minder vastberaden, maar aan de bittere waarheid dat de Turken de technologische ontwikkelingen in Europa niet konden bijbenen en dus verstoken bleven van de betere wapens en de nieuwe oorlogsstrategieën.
Al het veroverde land, dat van Servië tot Algerije reikte, glipte langzaam uit de handen van de Turken. Ze werden teruggedrongen tot het gebied wat nu Turkije is. De heilige staat dreigde uit elkaar te vallen. Uit wanhoop mengde het rijk zich in de Eerste Wereldoorlog, aan de zijde van de Duitsers. Een paar generaals waren ervan overtuigd dat de enige kans van de staat om overeind te blijven het omarmen van het in Europa oprukkende nationalistische gedachtegoed was. Daar staken ze hun energie in. Er moest een pure natie van Turken worden gevormd. In hun beleving stond de Armeense minderheid dit pure, toekomstige land in de weg.

TIJDENS de Eerste Wereldoorlog werd het leger ingezet om de Armeniërs te vernietigen. Maar dat was niet voldoende. In het oosten van het rijk werd ook een beweging van Koerdische militie-eenheden opgericht. Het was voor deze Turkse ultranationalistische generaals niet moeilijk om Koerden warm te maken voor de totale vernietiging van de Armeniërs. Immers, de bezittingen van de rijkere Armeniërs lagen op die manier voor beide partijen voor het oprapen.
Naar schatting anderhalf miljoen Armeniërs werden naar het oosten verdreven. Degenen die de zware reisomstandigheden overleefden werden in het oosten opgewacht door de Koerdische milities, de beulen die wapens en geld kregen van de Turkse staat. In het Koerdische deel van het rijk werden de verdrevenen op een gruwelijke wijze afgeslacht door de ‘Koerden van de staat’.
Alle inspanningen van de laatste Ottomanen mochten niet baten. Het rijk viel uit elkaar. Daarvoor in de plaats kwam de Turkse republiek van Mustafa Kemal Atatürk. Maar het idee van één natie, één land werd niet losgelaten. Binnen de grenzen van de heilige Turkse staat was iedereen Turks. Nu de Armeniërs er niet meer waren, waren het ironisch genoeg de Koerden, de enig overgebleven grote minderheid, die in opstand kwamen tegen deze despotische staat. Hun oorlog begon in de jaren tachtig en duurt nog steeds voort. Duizenden Koerdische jongeren sloten zich aan bij de separatistische PKK en leven al meer dan 25 jaar in de bergen om van daaruit tegen het Turkse leger te vechten.
Volgens schattingen zijn er tot nu in deze oorlog meer dan zestigduizend mensen omgekomen. De Turkse staat duldt geen tegenspraak, wil geen tegendraadse stemmen horen, wil de Koerdische militanten in de bergen niets liever dan als ratten verpletteren en is geenszins van plan om met welke Koerd dan ook te praten over een oplossing van dit probleem. Iedereen moet zich ‘Turk’ voelen en trouw zweren aan de Turkse nationalistische gedachte. Ook al verandert het hele land in een bloedbad, dat is het enige juiste pad. Er valt dus niet te discussiëren met de Turkse machthebbers, want zij voeren geen dialoog met landverraders.
Zijn alle Koerden in de ogen van de Turkse leiders dan landverraders? Nee, dat niet. Want enkele jaren na de acties van de PKK heeft het collectieve geheugen van de Turkse staat zijn werk gedaan. Men herinnerde zich weer dat er ooit Koerdische milities bestonden die trouw waren aan de Turkse staat en die met de staat hadden samengewerkt in de ‘Armeense kwestie’.
Midden jaren tachtig begon de Turkse staat Koerden te bewapenen die, indien nodig, samen met de Turkse soldaten tegen de PKK-militanten zouden vechten. Deze boeren met kalasjnikovs, uitgedeeld door de staat, kregen ook nog eens een voor het arme Koerdische gebied droomsalaris van zeshonderd lira per persoon. Dus driehonderd euro, vijftig euro meer dan het minimumloon in Turkije. Een geweldige kans voor elke Koerd die zichzelf en zijn familie financieel wil redden.
Omdat het Turkse leger erg veel moeite heeft met de oorlog in de rotsachtige bergen in Koerdistan werd steeds vaker een beroep gedaan op deze dorpswachters, die doorgaans betere schutters zijn dan de onervaren Turkse soldaten en die vanwege de feodale clancultuur met bloedwraakkwesties zijn opgegroeid, en dus minder moeite hebben met het doden van een ander. Bovendien kunnen ze de bergen waar gevochten wordt dromen.

ZO HEEFT de Turkse staat een ‘tweede leger’ in Turkije gecreëerd. Een tweede leger van zeventigduizend kalasjnikov dragende Koerdische boeren. Het hele Koerdische gebied was door de oorlog tegen de PKK al jarenlang het toneel van verschrikkingen. De aanwezigheid van de duizenden dorpswachters maakte het alleen maar erger. Deze mannen verrijkten zich niet alleen met hun salarissen, maar begonnen ook af te persen, andere Koerden in elkaar te slaan, drugshandel te drijven en beslag te leggen op grond van anderen. Er lopen meer dan duizend rechtszaken tegen hen. Ze zijn de nieuwe bazen van het gebied. Bazen die een verlovingsfeest op tarantinoïaanse wijze abrupt kunnen beëindigen.
De gruweldaad op het verlovingsfeest van 4 mei was het gevolg van een familievete. Het werkelijke motief is nog steeds niet duidelijk, maar wat wel vaststaat is dat de mannen die de feestende massa hebben afgeslacht dorpswachters waren die wapens gebruikten die ze van de Turkse staat hebben gekregen.
De mensen in Turkije hebben alle vormen van geweld en oorlog meegemaakt en leken immuun voor al het vloeiende bloed. Maar er is altijd een grens. Zelfs Turken kunnen de beelden uit dat Koerdische dorp waar bijna een hele familie is uitgemoord niet aan. Velen beleefden slapeloze nachten. Ze moesten aan het gehuil van de wezen en de vrouwen denken die alle familie waren kwijtgeraakt. Er moest iets gebeuren, vond men. Het dorpswachterssysteem moet verdwijnen, schreven de kranten. Hoe kan de staat dit ‘monster’ nog langer voeden? Dit eigenhandig door de staat gecreëerde monster moet terug in de kooi, vond men.
Maar slechts enkele dagen na de gruweldaad bij Mardin sprak een hoge generaal in de microfoons van de journalisten. Hij zei dat men niet alle dorpswachters over één kam moet scheren vanwege een paar rotte appels. De mening van het leger was dat de dorpswachters op een zeer trouwe, heldhaftige wijze in loodzware omstandigheden zij aan zij met het Turkse leger tegen de terroristen van de PKK vechten. Nee, er is geen sprake van afschaffing van het dorpswachterssysteem. Sterker nog, Amerika overweegt om dit Turkse model in Afghanistan toe te passen. Afghaanse boeren zouden dus geld en wapens krijgen van Amerika om tegen de Taliban te vechten.
Zestien staten hebben de Turken tot nu toe gesticht. Daar zijn ze trots op. Maar de grap is dat er vijftien staten gesneuveld zijn. Staten die alleen oog hebben voor zichzelf en niet geven om het geluk van de onderdanen vallen vroeg of laat om. Een geplande wreedheid zoals bij Mardin is alleen mogelijk in een gebied waar al bijna drie decennia een vuile oorlog woedt. In zo’n gebied daalt de waarde van een mensenleven. Er wordt zoveel gedood en geleden dat de mensen niet meer raar opkijken van wreedheden. Een staat die wapens uitdeelt aan gewone boeren kan niemand overtuigen van zijn goede bedoelingen. Het gaat dan niet om de burgers in dat land, maar om de staat zelf.
Het is misschien tijd voor een zeventiende Turkse staat. Eentje die niet het decor van Kill Bill is.