Drie toneelvoorstellingen over familie en dood

Familierouw

Wanneer een familie wordt bezocht door Magere Hein, of zijn onwettige kinderen – meestal een zwerm ongeneeslijke ziekten – woelt dat de meest onpeilbare en onbedwingbare driften naar boven. Drie voorstellingen over familie en dood.

Josine van Dalsum is actrice en ze heeft kanker. Door een nieuwe behandelwijze is ze onlangs – naar eigen zeggen – «geprolongeerd». Ze wilde nog graag een keer met haar zoon, de acteur Aram van de Rest, een stuk spelen. Haye van der Heyden interviewde moeder en zoon en schreef mede op basis van die gesprekken een stuk, over een moeder en een zoon, die de diverse stadia van hoop en beven in de kanker van de moeder doormaken. Echtgenoot John van de Rest produceerde de voorstelling, Leef Tijd, Ursul de Geer regisseerde.

Ik hoorde over de onderneming en negeerde prompt alle interviews met de betrokkenen – de uitwerking van hét virus dezer tijdgeest: publieke stervens-, dood- en rouwverwerking van Bekende Nederlanders, eerst via reality-tv en nu ook nog eens in reality-theater – het gaat mijn bevattings- en incasseringsvermogen verre te boven en te buiten. Maar uiteindelijk besloot ik de voorstelling te gaan zien. Met vooroordelen is het kwaad kersen eten. Ik zag Leef Tijd op een doordeweekse avond, met doordeweeks publiek. Ik raakte er enigszins van in de war. Haye van der Heyden heeft gepoogd een toneelstuk te schrijven met een bijna epische structuur. De diverse stadia in de ziekte van de moeder worden verteld, althans kort aan gekondigd door de zoon. Woede na de melding van de dodelijke ziekte, verwarring na een geslaagde operatie, nog grotere verwarring na de eerste chemokuren, verslagenheid na het tweede tumorenbombardement, verbijstering over wat zich nog het best laat samenvatten als: bestraling bijna geslaagd, patiënt nét niet overleden. En dan een open einde. Na elke aankondiging volgen de confrontaties tussen de moeder en de zoon. De schrijver heeft die confrontaties verbonden met een kapstok waarvan de haakjes niet sterk genoeg zijn voor de drijfnatte jassen die eraan worden opgehangen: de moeder poogt met haar zoon te zoeken naar muziek voor haar crematie, voor elk decennium van haar leven een betekenisvol nummer of anderszins een vette kledder. Dat leidt eigenlijk tot niet zo veel meer dan hakke lige ruzies die op den duur gaan slepen. Met name door het patroon: zoon zeurt, zuigt en zeikt, moeder haalt het onbarmhartige en eeuwige gelijk van de ongeneeslijk zieke. Verder heeft de schrijver een geheim in de moeder-zoon-relatie naar binnen gesmokkeld. Dat geheim (ik verklap het niet) lijkt eerst ranzig, wordt dan afgezwakt, vreemd genoeg wordt het daar meteen sterker van. Leef Tijd eindigt in beeld en in muziek. Fraaie tearjerker, dat wel. Tikje uitgemolken.

Vanwaar mijn verwarring? Aram van de Rest heeft de ondankbare rol van de kont-tegen-de-krib-gooiende ruziezoeker. Tegen de rammeligheid van de teksten die Van der Heyden hem voor die confrontaties in de mond legt, valt nauwelijks op te acteren. Maar als-ie rustig wordt, zijn eigen verwarring uit de doeken doet, of als-ie alleen maar kijkt (of wegkijkt), als-ie teder reageert op zijn moeder, dan speelt Aram van de Rest gewoon goed. Josine van Dalsum schakelt in haar spel bekwaam en effectief van berusting via woede naar kalmte. De gekte na de eerste chemo’s (feitelijk de ontdekking van de nieuwe tumoren in haar hoofd), daar moet je als regisseur (foei, Ursul de Geer!) een actrice voor behoeden, dat kán zo niet, het is ook niet om aan te zien. In de tweede helft van de voorstelling wordt Van Dalsum steeds beter. De rust aan het eind levert een mooi beeld op.

Conclusie: er moet volgens mij worden doorgewerkt. Stel, Josine van Dalsum heeft tijd van leven (en Aram van de Rest tijd van acteren), stel dat er een tournee in zit, dan zou ik zeggen: teksten schrappen, nieuwe bijschrijven, het «ge heim» in de moeder-zoon-relatie scherper maken, opnieuw repeteren. Dan kan uit Leef Tijd nog iets moois groeien. Geen toptoneel. Mogelijk wel een voorstelling waaruit kankerpatiënten en hun omgeving troost maar vooral inzicht kunnen putten. Want die potentie heeft Leef Tijd, ondanks de zwaktes in de constructie. Dan wordt de voorstelling effectief vormingstoneel, waarin deze keer de kapitalisten zijn vervangen door tumoren en de klassenstrijd door mede dogen. En waarin regisseur Ursul de Geer terug is bij zijn wortels. Want het jaren-zeventig-vormingstoneel was ooit zijn eerste thuisbasis.

Wat de dood van ouders met een familie kan doen, daarover kan ik inmiddels deskundiger meepraten dan me lief is. Al één dag na het sterven van mijn moeder had ik het idee rond te dwalen in een vuistdikke Westfriese streekroman-in-dundruk-met-register. Treurnis zonder weerga. Hilarisch wilden onze familiebotsingen geen moment worden. Toen mijn ouders er allebéi niet meer waren, ben ik Theodor Holmans Familiefeest (en de andere verhalen in Het blijft toch familie) gaan lezen. Ik werd jaloers op dit intieme portret van nabestaanden in het aanzicht van de dood. Met een kwart van de snedige terzijdes en grappen van Holman cum suis had ik al een ruimschoots spiritueler tijd gehad dan die me na het sterven van mijn ouders bemeten was. Maar, ach, ja, ik stam dan ook af van Noord-Hollandse boeren, wier beste sidekick luidde: «De poarden die jou uut de kley h’ben gehesen, die stoan nou nóg te hijg’n.» Spring over zo’n suffe mop maar eens heen, met de twee jappenkampen van de familie Holman in je klauwen.

Familiefeest beschrijft pijnlijk nauwkeurig de dagen tussen de plotselinge dood van vader Holman (een voormalige assistent-resident in «ons Indië» en ex-dwangarbeider voor «de Jap») en zijn crematie (Theodor Holman spreekt consequent over «begrafenis»). De productie is geregisseerd door Annemarie Oster. En die verdient alleen al een compliment omdat ze de humor verre van vet en de tristesse verre van sentimenteel heeft gehouden. Theater is uiteindelijk de vormgeving van het menselijk tekort, en het is de vorm die in deze regie triomfeert.

Familiefeest wordt gespeeld door de broers en de zus Scheldwacht, Carlo en Esther (beiden toneelspelers) en Ricci (journalist, dit is zijn toneeldebuut), alledrie goed bekend met (want afkomstig uit) het milieu van «ons Indië». Het hachelijk evenwicht tussen twee «profs» en een «dilettant» (geuzennaam, betekent: liefhebber) wordt hier uitgebuit. Ricci Scheldwacht (de amateur) moet een grondige studie van de gestiek, de oogopslag, de loopjes en de dictie van Theodor Holman hebben gemaakt. Ik had in ieder geval het idee een gekloonde versie van mijn dierbare Groene- en Parool-collega te zien. Een lichtelijk lome verteller, met het zeldzame talent voor de verkeerde grappen op het foute moment. Carlo en Esther Scheldwacht (professionele toneelspelers) springen in en uit een aantal andere personages. Mag ik het weer eens opschrijven: dit is het wonder van verteltheater. Er is geen psychologisch ingekleurde inleving, er is slechts situatie, en vanuit die situatie wordt toneel gespeeld. Carlo speelt het opgebaarde lijk van de vader, en hij hoeft zijn pyjamajasje maar open te knopen of hij wordt Broer, het godverdegodverende alter ego van Theodor Holman. Esther komt binnen als de hysterisch emotionele tante, ze hoeft maar een sherry te veel op te hebben en ze transformeert naar de griezelig kalme moeder Holman met haar uitstel-dooddoeners («daar hebben we het later wel over»), of naar een lijzige ex van Theodor.

Het is een beroerd toneelkijkerscliché (maar vooruit!): de bulderende lach en de dichtgeknepen strot waren tachtig minuten lang zwaar met elkaar in gevecht. Ergens tegen het einde, tijdens een nachtelijk verorberde afhaalmaaltijd, gaat Zus in tegen Broer 1 en Broer 2: een monoloog over de herkomst van het verdriet van hun ouders, tot tranens toe prachtig (dank Theodor Holman). Ik hou van overlevings humor. Veel mensen houden daarvan, want de voorstelling Familiefeest was snel uitverkocht. In december komt-ie even terug. In het volgend seizoen graag een uitgebreide reprise-tournee.

In De dag en de nacht en de dag na de dood van Esther Gerritsen (regie: Alexandra Koch) loopt ook een Broer rond, Rudolf. Hij heeft zich in een Superman-kostuum gehesen, met op zijn borst de letter R, van Rudolf en van Redden. Zijn opdracht is het redden van de mensheid, in kleine, overzichtelijke porties. Opstijgen vanaf de straat lukt niet, het moet vanuit het tuimelraam. Dat gaat vanavond even niet, want onder dat tuimelruim ligt zijn zus te sterven. De man van die zus is er ook, evenals zijn neefje, de zoon van de stervende vrouw. Die vrouw sterft jong. Die mannen hebben dus een lange weg te gaan samen. En dat wordt nog een hele klus, want de stervende vrouw (zus, echtgenote, moeder) was het epicentrum van hun leven. Nu, na de dood in de eerste scène, moeten ze zich opeens tot elkaar verhouden. Dat gaat van au!

De dialogen van Esther Gerritsen lijken op de grafische verbeelding van een orkaan. Er is een dreigend oog, er is een spiraalbeweging, het geheel verplaatst zich tergend langzaam, voor het oog (oor in dit geval) nauwelijks waarneembaar. Verwoestende storm sur place. Ieder geluid in deze orkaan roept een kettingreactie van nieuwe geluiden op. Als de jonge zoon (moorddadig mooie rol van Iwan Walhain) aan zijn vader vraagt hoe hij zich nu voelt, en de emotioneel in zichzelf gekeerde vader (geweldige rol van Ko van den Bosch) in een gierend staccato begint te stamelen, neemt de zoon het gestamel op hoge toon (letterlijk) over, maakt er een karikaturale parodie op, met als enig doel zijn vader te laten zeggen wat hij zijn vader graag hoort zeggen: dat hij het erg vindt dat zijn vrouw dood is. Waarna de vader vervalt in een griezelige herhaling van zijn eigen gestotter. Vader: «Ik hoef jou toch niet uit te leggen dat ik – dat ik – ik hoef jou – dat ik – hoef – dat ik – dat ik». Zoon: «Dat je wat?» Vader: «Aan mijn bloedeigen zoon hoef ik dat toch zeker niet uit te leggen!» Zoon: «Aan wie dan wel, pa?» Partituur van intreurige tristesse. Het trio (Marcel Osterop speelt de gemankeerde Superman als een tikkende tijdbom) bouwt een jamsessie uit Gerritsens teksten. Ik miste deze Toneelschuurproductie vorig seizoen. Eeuwig zonde! Ik had er nog wel een paar keer naartoe gewild.

Leef Tijd, 17 t/m 30 oktober, Compagnietheater Amsterdam, www.leeftijd.net ; Familiefeest nog in De Graanschuur, Zoetermeer (10 december, 14.00 en 20.00 uur) en in Bellevue, Am ster dam (13 t/m 16 december, lunchpauzevoorstelling): www.theaterbellevue.nl , www.scheldwacht.nl; De dag en de nacht en de dag na de dood deze week nog in Den Bosch, Capelle aan de IJssel, Heemskerk en Maastricht, www.dagnachtdag.nl