Economie

Fan-tas-tisch

Fiets door Amsterdam en je waant je in de remake van Groundhog Day. Overal bouwkranen, overal betonmolens, overal vrachtwagens, overal bouwputten, overal ‘verkeersbegeleiders’ in punky veiligheidshesjes.

Ieder braakliggend stukje land in wat ooit zo fraai de rafelranden van de stad heette, wordt momenteel getransformeerd in bouwterrein en dichtgesmeerd met quasi-hippe nieuwbouw: fijn voor hipsters, jonge gezinnen en rijke pensionado’s. En als je pech hebt word je net als voor de crisis van je sokken gereden door zo’n makelaarsjoch met scootertje. Zoals ik al zei: Groundhog Day.

Het gaat namelijk fan-tas-tisch met de stad. Lees het jaarboek van de afdeling onderzoek, informatie en statistiek er maar op na. In vijftien jaar tijd is de stad met 91.000 inwoners gegroeid. De stad telt nu 822.000 inwoners. Het merendeel van de aanwas is veroorzaakt door een geboorteoverschot: er worden per jaar meer Amsterdammers geboren dan er sterven. En dat is wel eens anders geweest. Daarbovenop komt het migratieoverschot. Vijfduizend westerse migranten kwamen er in 2014 bij. En ook binnenslands trekken steeds meer mensen naar de stad, vooral (vrouwelijke) studenten en pensionado’s.

Hoe meer mensen, hoe meer reuring. Dus presteert de Amsterdamse economie nu al een tijdje (ietsje) beter dan de rest van Nederland. Vooral door Schiphol en het fiscaal-juridisch belastingparadijsje aan de Zuidas, met zijn naar schatting veertienduizend brievenbusmaatschappijen, waar gemeentelijke marketeers uiteraard ‘hoofdkantoren’ van maken.

Maar ook museumindustrie, congresindustrie, toerisme en horeca doen goede zaken. Zo trok het Rijksmuseum in 2014 tweeënhalf miljoen bezoekers, togen in 2013 114.000 congresgangers naar de Rai, ontving de stad in 2014 na Venetië en Florence relatief de meeste toeristen, en is het aantal horecavestigingen sinds 2011 met zeventien procent gestegen en de werkgelegenheid met veertien procent. Daarmee transformeert het centrum in een grote, walmende vreetschuur.

Tijd voor wilde plannen dus. Zeker als straks de wilde plannen van de vorige vastgoedroes worden afgeleverd: de Noord/Zuidlijn die 1,4 miljard euro zou gaan kosten, in 2011 zou worden opgeleverd en 185.000 reizigers per dag zou gaan vervoeren. Inmiddels zijn de kosten opgelopen tot 3,1 miljard euro, is de prognose dat de lijn in 2017 open gaat en zijn er grote twijfels of de verwachte vervoersaantallen worden gehaald. Wie daalt straks de 21 (!) meter af naar station Bol om de metro naar het CS te nemen als je er met de fiets een kwartiertje over doet?

Onderschat de ergernis over de drukte en vertrutting niet

En dus gaat volgend jaar de ambitieuze ondertunneling van de A10 ter hoogte van de Zuidas à raison van 1,4 miljard euro van start. En begint naast de Rai de bouw van het grootste (en lelijkste) hotel van de Benelux. Het gedrocht gaat 91 meter hoog worden, 25 verdiepingen tellen en 650 kamers bevatten – en zal de godganse dag als een splinter in het blikveld van lokale bewoners steken. Van ‘starchitect’ Koolhaas uiteraard. En dus heeft de gemeente de ambitie verwoord om tot 2025 vijftigduizend extra woningen te bouwen.

Want dat heeft het gemeentebestuur dondersgoed in de smiezen: vastgoed is de kurk waarop de stad drijft. Alleen als Amsterdam betaalbaar blijft voor gezinnen met kinderen genereert ze voldoende interne bevolkingsaanwas om de gloednieuwe school- en universiteitsgebouwen te vullen en horecagelegenheden te bemensen. Alleen als er voldoende wordt bijgebouwd in het koopsegment, kan de stad blijven meeliften op het marketingsucces van de hipster dat samen met de ECB momenteel de Amsterdamse huizenmarkt aanjaagt. Appartementen ‘doen’ alweer net zoveel als in 2008 en in het topsegment is er zojuist een voor het obscene bedrag van vijftien miljoen euro over de toonbank gegaan. Uiteraard vinden makelaars, notarissen, bankiers en tegelzetters het prachtig.

De vraag is hoe lang. Duurzaam oogt het allemaal niet. Toerisme en congresbezoek parasiteren ongegeneerd op het milieu en de belastingdouceurtjes voor Schiphol. De Amsterdamse universiteiten kampen door de nieuwe studiebeurs met scherp dalende studentenaantallen. En de hoge huizenprijzen drukken jonge gezinnen in toenemende mate de stad uit: in 2015 vertrokken ruim 35.000 Amsterdammers naar de randgemeenten, berichtte Het Parool afgelopen zaterdag. In 2008 waren het er 29.000.

Onderschat ook de groeiende ergernis over drukte en ‘vertrutting’ niet. Drie anekdotes uit eigen omgeving, van mijn Londense kapper, mijn aangetrouwde kunstenaarsneef en van een mede-publicist. Jarenlang hebben ze de stad onveilig gemaakt en alledrie overwegen ze om in 2016 Amsterdam te verruilen voor respectievelijk Haarlem, Loenen en Brussel.

Maar het allerbelangrijkste is dat de rente niet eeuwig laag blijft en de hipster niet eeuwig hip.