Fantasie

Dat ik nooit naar de hoeren ben geweest komt door een zekere vorm van respect voor het instandhouden van mythen. In mijn belevenis zijn prostituees vrijgevochten vrouwen, rebelse figuren die zich in de marge van de burgerlijke wereld bevinden. Daarom ook moet ik niets van raamprostitutie hebben zoals het in Nederland veel voorkomt. Een prostituee in een venster met een huiselijke achtergrond verliest snel haar raadselachtige uitstraling en lijkt meer op een huisvrouw in wording dan op een anarchiste van de harten.

Vroeger, zodra ik de kans kreeg, reed ik ’s avonds over de G.J de Jonghweg, de oud-Rotterdamse prostitutiezone, om rustig naar de meisjes te kunnen kijken. Daar, gevangen in het vale licht van de lantaarnpalen en de straal van de koplampen, waren ze tenminste in hun natuurlijke omgeving.
Ik keek graag naar de doffe silhouetten die zich in de glinstering van het natte wegdek vaag weerspiegelden. Maar nooit zou ik op het idee zijn gekomen om te stoppen, een gesprek met één van de meisjes aan te knopen of ze aan te raken. Bang als ik was de betovering te verbreken en de poëzie te vermoorden. Wel verzon ik een romanpersonage dat ik Dingetje noemde en met wie de ik-figuur uit mijn boek een wilde romance kreeg. Maar ik was al te ver gegaan en het tedere gehalte van mijn verzinsels werd prompt door anderen in een bad van grove alledaagse werkelijkheid gedompeld. Het boek was amper in de winkel of tal van onbekenden ontwaarden in mijn wettige echtgenote al de romanfiguur. ‘En je bent zeker dat Rotterdamse hoertje, nietwaar?’
Je moet genres nooit door elkaar mengen en droomgebieden betreden. Wat hadden bijvoorbeeld die tweehonderd naïevelingen verwacht die onlangs met aarzelende tred de Haagse Doubletstraat in liepen? Dat een wereld van verborgen verlangens en onderdrukte fantasieën plotsklaps voor hen zou openscheuren? Niet meer gluren vanuit je ooghoeken of uit een snel passerende auto, maar zelf achter de façades en de libidineuze ramen kruipen. Had dit misschien de definitieve ontrafeling en de ultieme verklaring moeten zijn van het mysterie van de betaalde liefde? Maar de Haagse open dag van de prostitutie die verleden week werd gehouden, mondde, volgens de berichten, in een fiasco uit: overdaad aan mediabelangstelling, afgeschrikte en dus onzichtbare klanten en meisjes, een schaars aantal belangstellenden en tastbare desillusie. Het ANP vond een bezoekster wel bereid de algehele ontgoocheling te verwoorden, maar dan wel onder de conditie van anonimiteit. Dagelijks reed die mevrouw door de rosse Doubletstraat en dit maakte haar vanzelfsprekend nieuwsgierig. Was ze maar blijven dromen en fantaseren! Het peeskamertje was niet 'smoezelig’ zoals ze wel had verwacht. Geen bevlekt en met sigarettepeuken bewerkt beddegoed, geen suggestieve foto’s aan de muur, geen seksattributen op de commode. Nee, het kamertje was 'netjes, kaal en erg onpersoonlijk’. Zoals slaapkamers van gewone burgers ook kunnen zijn.
Ik weet er alles van. Ooit heeft het me drie maanden gekost om erachter te komen dat ik in een bordeel woonde en dat ik dagelijks langs de slaapkamers van twee prostituees wandelde. Ik huurde in die tijd een studentenkamer in een pension aan de Rotterdamse Mathenesserweg. Mijn kamer lag op de eerste verdieping, de meisjes hadden hun intrek op de begane grond genomen, waar zich ook gemeenschappelijke ruimten als douche en keuken bevonden. Als ze geen bezoek hadden of als ze weg waren, bleven de deuren van hun kamers wijd open staan. Het viel me op dat mijn medebewoonsters zich met een indrukwekkende vriendenkring omringden. Daar was ik, eerlijk gezegd, een beetje jaloers op. En dat de jonge vrouwen een toonbeeld van zindelijkheid moesten zijn, bewezen de torenhoge stapels schoongewassen handdoeken en washandjes in de keuken.
Maar op een dag werd door een behulpzame hand een krantenadvertentie onder mijn neus geschoven. Het bleek dat op mijn eigen adres ene Gloria en haar vriendin Jessica klaarstonden om belangstellenden 'te verwennen al naar gelang de verlangens’. Wat mij op dat moment verbijsterde was dat ik in die drie maanden niet in staat was geweest een burgermeisje van een geharde prostituee te onderscheiden. Toch was ik bij hun afwezigheid regelmatig hun kamers binnen geweest en had zelfs, bij wijze van baldadigheid, even op hun bed gelegen. Ja, ik had in het peeskamertje van een hoer gelegen en er niets van gemerkt. Wel vond ik die twee kamers weinig tot de verbeelding spreken, bijna te gewoon en saai. Of anders gezegd: te netjes, vrij kaal en wel erg onpersoonlijk.