Fantoomgeluk

In zijn Kleine encyclopedie schetst Herman Vuijsje nieuwe inzichten over Nederland aan de hand van neologismen. Deze week: fantoomgeluk. Waar je vroeger nog over kon dromen, moet je nu vooral beleven.

The Secret Life of Walter Mitty, zo heette een film met Danny Kaye waar mijn ouders gek op waren. Walter was een nondescripte sul, die maar in één ding goed was: dagdromen over allerhande spannende heldenlevens, bijvoorbeeld als oorlogspiloot en topchirurg.

In de periode waarin de film uitkwam, eind jaren veertig, werkte de socioloog Norbert Elias aan het tweede deel van zijn grote werk Die Gesellschaft der Individuen. ‘Anders zijn dan anderen’ staat steeds hoger aangeschreven, schreef hij daarin met verbazend vooruitziende blik. In een individualiserende samenleving is niets erger dan op te gaan in de grijze massa. Opvallen is een bron van succes en trots.

Maar hoe voorkom je dat je, net als Walter Mitty, de verkeerde keuzes maakt en dat succes alleen in je dromen mag proeven? Elke keuze betekent immers ook het afsluiten van andere mogelijkheden. Tijdens hun leven vullen mensen daardoor ‘een schatkamer vol onbenutte kansen en niet-gespeelde rollen’, schreef Elias.

Het treffende beeld van die schatkamer waar ‘al deze ongeleefde levens liggen opgestapeld’, ontleende hij aan de dichter Rainer Maria Rilke. In zijn gedicht Das Buch von der Pilgerschaft uit 1901 zag die het ‘arsenaal der ongeleefde dingen’ als de eindbestemming van al het menselijke streven.

Vroeger hadden mensen zulke schatkamers niet, licht Elias toe. Puur overleven kostte toen al moeite genoeg: ‘Man isst, man hungert, man tanzt, man stirbt.’ Je vader was bakker, dus jij werd ook bakker, je trouwde met het meisje van de buren – en je blééf met haar getrouwd.

Maar nu onze mogelijkheden grenzeloos lijken, komen knellende vragen op: heb ik mijn andere mogelijkheden niet verkwanseld, andere capaciteiten niet laten verdorren? Elias signaleert het gevaar dat we daardoor ‘het vermogen verliezen vreugde te voelen over het verworvene’.

Naarmate we meer keuzemogelijkheden kregen, is onze schatkamer steeds voller geraakt. Nu dwalen we er rond tussen de kisten, uitpuilend van liefdes die we bíjna hadden gehad. Struikelen we over valiezen, gevuld met carrières die we nét zijn misgelopen. In mijn eigen schatkamer staan vooral veel boekenkasten, gevuld met boeken die ik beslist zou hebben geschreven… als ik niet zo nodig ándere boeken had moeten schrijven.

Ze glinsteren en glanzen je tegemoet, die niet verworven schatten. Hun aanblik doet pijn aan je ogen, het is de pijn van de misgelopen levens, van het fantoomgeluk – het denkbeeldige geluk waarmee je je verbonden voelt, maar waarvan je bent afgesneden.

Om die pijn zo veel mogelijk te vermijden, mogen we geen kans op reëel geluk laten schieten. Op een receptie registreren we wie er binnenkomt: is die leuker dan mijn huidige gesprekspartner? En die vrouw daar, is die aantrekkelijker dan degene met wie ik ben getrouwd?

Mensen zijn altijd op zoek naar aandacht en belevenissen. Als er wat gebeurt, wil niemand dat missen. Alleen viel er vroeger minder te missen dan nu. Je wist niet wat je miste – letterlijk. Nu weet je álles wat je mist, dankzij de media. Denk aan de eerste keer dat je mag toetasten aan een zelfbedieningsbuffet. Je blijft achter met een gevoel van oververzadiging én van een knagend tekort: heb je alles wel geproefd? Maar na een paar dagen kies je alleen wat je het lekkerst vindt.

De mogelijkheden die ons worden voorgeschoteld via de sociale media zijn oneindig veel uitgebreider. En het buffet verandert elke dag! De Belgische psychiater Dirk de Wachter ziet in de druk om toch maar niets te missen in een uitdijend universum van potentiële belevenissen een belangrijke bron van psychische problemen. Volgens hem leven we in een ‘borderline-maatschappij’, een verhevigde versie van de diagnose die Elias al een halve eeuw geleden stelde.

Wat Elias toen nog niet kon voorzien, is dat die druk uiteindelijk levenslang zou duren. In zijn tijd was de ‘oude dag’ nog een soort status aparte, zonder werk of carrière, zonder plannen (behalve die cruise na twee jaar sparen) en zonder seks (afgezien misschien van een potje enge bejaardenseks, eens per half jaar).

Nu ouderen bevrijd zijn van hun veroordeling tot de geraniums, is het uit met die rust. Die bevrijding betekent ook het teloorgaan van oude vrijstellingen. Ook ouderen proberen nu amechtig te voldoen aan de plicht om alle nieuwe mogelijkheden te savoureren. ‘Genieten’ bijvoorbeeld. Genieten kan nu en gij oudje zult dat ook doen, roepen de advertenties. Anders komt het spook van het fantoomgeluk je te na.

En denk erom, ook interessant doen. Nieuwe en spannende dingen ondernemen. Strak en sexy blijven en dat liefst in de Playboy laten zien. En trouwens ook moeder worden, de technische mogelijkheden zijn er, dus doen!

Minstens vijf keer per jaar op reis, ook als je liever een beetje zou soezen op de bank. En misschien een beetje heimwee naar de tijd waarin je indruk maakte met verhalen over je kleinkinderen: dat ze nieuwe tandjes hadden of al rechtop konden staan. Dát waren je nieuwe spannende ervaringen toen geluk nog geen fantoom was.