De Zuid-Afrikaanse strijd tegen de medicijnenmakers

Farma’s leggen het af

In Zuid-Afrika procedeerden actievoerders en de regering-Mbeki samen tegen de fabrikanten van aidsremmers. Dat was enige tijd geleden wel anders. Reconstructie van een historische rechtszaak.

Januari 1998. De regering-Mandela veroorzaakt onrust bij de Zuid-Afrikaanse Pharmaceutical Manufacturers Association en een twintigtal internationale farmaceutische bedrijven. De nieuwe Geneesmiddelenwet versoepelt nationaal patentrecht en schept de mogelijkheid tot het importeren van generische geneesmiddelen. De wet verbiedt het bonussysteem waarmee de lokale farmaceutische industrie dokters en apotheken stimuleert zo veel en zo duur mogelijk medicijnen te verkopen. De nieuwe wet regelt dat zowel in de privé- als in de staatssector bij voorkeur alleen nog generieken zullen worden gebruikt. De winsten van de ondernemingen zijn zonder aids al hoog genoeg, redeneert de regering, en Afrika vormt bovendien maar anderhalf procent van de wereldmarkt.

De medicijnhandelaren vinden echter dat de wet hun grondwettelijke rechten aantast en gaan naar de rechter, die in afwachting van de rechtszaak een tijdelijk verbod uitvaardigt op het in werking stellen van de wet. Het Westen, vooral de Verenigde Staten en Europa, oefent in de drie jaar die volgen omwille van het internationaal patentrecht sterke druk uit op de onzekere Zuid-Afrikaanse regering. Vierhonderdduizend Zuid-Afrikanen overlijden in deze periode aan aids.

Januari en februari 2001. Zuid-Afrikaanse media maken melding van voordelige aanbiedingen van aidsmedicijnen door de internationale farmaceutische industrie. De regering-Mbeki zou de aanbiedingen negeren, dachten de kritische kranten. De president had er eerder al blijk van gegeven zich geen voorstelling te kunnen maken van de op het gebied van wisselende contacten desastreuze effecten van de apartheidsgeschiedenis, met thuislanden vol vrouwen en stedelijke arbeidershostels vol mannen. «Wie zegt dat aids overgedragen wordt door seks, zegt dat zwarten vaker vreemdgaan dan blanken, want meer zwarten dan blanken hebben aids, en dat is dus een racistische uitspraak», oreerde de president eens.

Deze keer is er echter niet zozeer sprake van onwil, maar van de verwachting dat de aanbiedingen overtroffen zouden kunnen worden door een nog veel betere deal. Er hangt verandering in de lucht: de westerse druk is afgenomen, de Verenigde Staten en Europa hebben compromisachtige geluiden laten horen over «het speciale belang van publieke gezondheidszorg» in de kwestie van het internationaal patentrecht.

De farmaceutische industrie wordt inmiddels wereldwijd afgeschilderd als een moorddadig monster dat miljarden spendeert aan Viagra voor rijke blanke mannen en zich niet bekommert om stervende zwarte kinderen in Afrika. De aanbiedingen van speciale prijzen voor aidsmedicijnen aan de Zuid-Afrikaanse regering zijn steeds wanhopiger pogingen van de «farma's» om «menselijk» over te komen. «Maar waarom zouden we een aanbod van tienduizend dollar aannemen als we het straks voor driehonderd kunnen krijgen?» verklaart een insider en adviseur de afwachtende houding. Op het ministerie van Gezondheidszorg hoopt men dat de eigenzinnige president Mbeki de medicijnenstrijd niet zal bederven. Maar ook de president, die het aidsprobleem meermalen heeft gebagatelliseerd, lijkt de nieuwe Geneesmiddelenwet te willen verdedigen tegenover de kapitalistische pillenbazen.

Pretoria, 5 maart 2001. Het proces begint. Ironisch genoeg speelt de zaak zich af in de zaal waar in dezelfde tijd tegen apartheidsvergifdokter Wouter Basson wordt geprocedeerd. Rechter Bernard Ngoepe zit voor. Ngoepe is zo zeer bij de kwestie betrokken dat hij de inhoud van alle gepresenteerde documenten, liefst 4500, volledig blijkt te kennen. «We wisten natuurlijk niet dat die aap kon lezen», bromt een farma-advocaat aan het eind van de dag in de wandelgangen.

Het eerste agendapunt is een verzoek van de Treatment Action Campaign (TAC), de Zuid-Afrikaanse actiegroep die eerder de bestaande wet op de proef stelde door in alle openheid generische medicijnen uit Thailand Zuid-Afrika binnen te halen. De TAC wil toegang tot de rechtszaak als amicus curiae, «friend of the court»: de titel garandeert inachtneming van de opinie van belanghebbende gesprekspartners.

De regering ondersteunt het verzoek. De verhoudingen in de nationale aidsdiscussie zijn duidelijk verbeterd. Nog maar enkele weken eerder beschuldigde Zackie Achmat, de voorzitter van de TAC, het ministerie van Gezondheidszorg van medeplichtigheid aan de «aids-holocaust». Nu staan de regering Mbeki en de TAC zij aan zij tegenover het moorddadige grootkapitaal. De gevraagde amicus curiae wordt verleend en de farma’s krijgen in het licht hiervan uitstel om hun zaak nog wat aan te sterken. Het proces wordt verdaagd tot half april.

Donderdag 5 april 2001. Vier internationale farmaceutische bedrijven (Boehringer Ingelheim, Roche, Bristol Myers en Glaxo SmithKline) ontmoeten in Amsterdam Kofi Annan, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties die hen eerder met zoveel woorden beschuldigde van «winstspelletjes met mensenlevens». De vier laten, mede uit naam van Merck Sharp & Dome, Annan weten dat ze zich uit bezorgdheid om hun imago graag uit de Zuid-Afrikaanse rechtszaak zouden willen terugtrekken. Officieel worden er geen mededelingen gedaan, maar sinds deze ontmoeting heerst in Zuid-Afrika een sfeer van hoop. Het ministerie van Gezondheidszorg is voorzichtig optimistisch na telefoontjes van buitenlandse regeringen die vragen of het nog wel nodig is waarnemers te sturen.

Donderdag 12 april 2001. Kofi Annan belt de Zuid-Afrikaanse president Thabo Mbeki met de mededeling dat de «big five», het conglomeraat van fabrikanten, zal verzoeken om schikking van de rechtszaak. Annan vraagt Mbeki om zijn hulp.

Maandag 16 april 2001, paasmaandag. Na een lang weekend vol deliberaties belt Mbeki zelf minister Manto Tshabalala met de mede deling dat de big five willen onderhandelen en geeft hij haar toestemming om daar, samen met haar juridisch adviseur Patricia Lambert, onmiddellijk mee te beginnen. Tshabalala belt direct Lambert en de twee treden dezelfde avond nog in contact met de farmagiganten.

Dinsdag 17 april 2001. De onderhandelingen tussen Bob Armitage, de woordvoerder van de big five, en de Zuid-Afrikaanse regering beginnen. Armitage blijkt, en dat is een verrassing, een mens met wie redelijk te praten valt. «Toen het erop aankwam, waren ze bereid te doen wat ze moesten doen», aldus een verwonderde Patricia Lambert naderhand. Het gezelschap komt overeen dat terugtrekking plaats kan vinden in ruil voor een belofte van de regering om zich bij de uitvoering van de Geneesmiddelenwet aan de patentregels — het zogeheten Trips-akkoord — van de Wereldhandelsorganisatie te houden. «Dat konden we best beloven, want dat waren we toch al van plan», aldus Lambert. Die middag vraagt president Mbeki om een briefing door de minister en Patricia Lambert. Ook hij is «enthousiast en constructief».

De hele nacht belt en faxt woordvoerder Armitage met de complete Zuid-Afrikaanse en de overige westerse farmaceutische industrie. Dat doet hij samen met een team van «Merck, maar niet alleen van Merck», zoals hij het raadselachtig formuleert, als zou hij inmiddels zelf ook tot een soort activistische ondergrondse behoren. «We winnen dit niet», is zijn boodschap. «We brengen onszelf ernstige schade toe als we dit doorzetten.» De overige westerse bedrijven zijn geneigd de big five te volgen. Vanwege de paasvakantie heeft een en ander echter nogal wat voeten in aarde en tot op Zwitserse skiliften aan toe worden dringende faxen doorgegeven.

Woensdag 18 april 2001. ’s Ochtends vroeg, om zes uur: deadline van de halsstarrige Patricia Lambert. Een uitgeputte Armitage meldt dat hij helaas nog niet alle handtekeningen heeft. Uitstel wordt overeengekomen tot twee uur die middag. Maar om tien voor twee, als iedereen al in de rechtszaal zit, ontvangt Lambert weer een telefonische wanhoopskreet van Armitage: sommige bedrijven willen nog steeds een schikking buiten de rechtszaal. «Geen sprake van», zegt Lambert. De rechtszaak wordt verdaagd tot tien uur de volgende ochtend.

Donderdag, 19 april 2001. Alle handtekeningen zijn binnen. De zaak zal om tien uur beginnen. Om vijf voor tien wordt echter weer roet in het eten gegooid: er is een laatste verzoek tot schikking ingediend bij rechter Ngoepe. Minister Tshabalala, Patricia Lambert, de vertegenwoordigers van de lokale medicijnhandelaars — die jarenlang een elitepositie hadden door hun medewerking aan de militaire gifprogramma’s van de apartheids regering — en een batterij advocaten houden een verhitte discussie in de gang voor Ngoepes kantoor. Lambert speelt een troefkaart: ze meldt dat ze «instructies van de president» heeft om de rechtszaak onmiddellijk door te zetten als de farma’s nu niet, publiekelijk, met zijn allen, voor de rechter toegeven dat ze zich terugtrekken en de kosten zullen betalen. Die «instructies van de president» heeft ze verzonnen, maar het blufpoker werkt. Voor het bureau van rechter Ngoepe verklaart hoofdadvocaat Fanie Cilliers, te midden van zijn kwaad kijkende farmaceutische cliënten, precies datgene wat Lambert wil. Op weg van Ngoepes kantoor terug naar de rechtszaal vraagt minister Tshabalala aarzelend aan Lambert «of het nu wel goed zal komen». «Ja», zegt Lambert nog natrillend. «Het is over.» De twee vrouwen houden elkaars hand vast terwijl rechter Ngoepe de voorgeschiedenis opsomt, de aanklacht als ingetrokken verklaart en de kosten toewijst aan de farma’s.

De blanke medicijnhandelaars en hun advocaten ruimen het veld.

In het voornamelijk zwarte regeringskamp vloeien de tranen, wordt omhelsd en gedanst. Zowel op een gezamenlijke persconferentie als ’s avonds op een feestje bij de minister thuis lijken actievoerders en regerings vertegenwoordigers de strijdbijlen te hebben begraven.

Die idylle duurt maar kort. ’s Avonds verklaart Thabo Mbeki uit angst voor gezichtsverlies in een tv-interview dat hij toch neutraal wil blijven in «de aidscontroverse». In de dagen erna doet minister Tshabalala, als vanouds bevend voor de president, een stapje terug door een reeds genomen beslissing, het verstrekken van de «babyredder» — een eenmalige antiretrovirale dosis bij de geboorte van baby’s van aidsmoeders in staatsziekenhuizen — terug te draaien «in afwachting van regeringsadvies». Het komt de regering op een nieuw proces te staan, nu aangekondigd door de bondgenoot en danspartner van zo kort ervoor: de Treatment Action Campaign.

De overwinning van de negentiende april is er echter niet minder om. Voor de eerste keer in de geschiedenis brengt een derde wereldland een economische slag toe aan het internationale grootkapitaal. Mensenrechten bleken juridisch zwaarder te wegen dan draconisch geformuleerd patentrecht.

Dat betekent licht aan het einde van de tunnel voor dit land zo vol begraafplaatsen, weeshuizen en dorpen die overlopen van kinderen zonder ouders.