Fata morgana

Een zeventiende-eeuws landschap en een gloeiende slinger aan een spijker. Beide zo geheimzinnig dat je heen en weer blijft kijken.

Jan van Goyen, Gezicht op het Haarlemmermeer, 1656. Olieverf op paneel, 40 x 54 cm © Städel Museum, Frankfurt am Main
Ik zag het slanke blauw daar hangen als een broze lichtheid

Het schilderij met water en wolken, van Jan van Goyen, en de zachtblauwe slingerlijn van Jan van Munster kwamen elkaar bij toeval in mijn hoofd tegen. Op zich heeft Vergezicht Haarlemmermeer, geschilderd in 1656, niets te maken met een nieuwe versie, uit 2019, van een blauwe Brainwave. Het was een toeval dat die twee werken bij elkaar kwamen. Mijn dochter had, op reis in Frankfurt, het schilderij van Van Goyen daar in het museum zien hangen. Zij vond dat gedempte, gespiegelde licht op het stille water in het natte landschap zo mooi, denk ik, dat ze mij op mijn telefoon een plaatje stuurde. Toen herinnerde ik me dat schilderij uit de prachtig beschouwelijke hoorcolleges over het landschap van mijn Leidse leermeester Van de Waal. Die gaf hij om het andere jaar, afwisselend met colleges over het portret. Daar heb ik het kijken geleerd. Bijna methodisch ging dat eraan toe. Bij een landschap keek je in de breedte, van links naar rechts en dan naar boven waar, boven een doorgaans lage horizon, de blik bijna verloren kon raken in langzaam gedragen wolken. Van die ruimte en van die verte schilderde een landschapsschilder als Jan van Goyen een overzicht. Het kijken naar portretten was geconcentreerder omdat je van dichtbij keek naar een beheerste waarneming.

Maar ik dwaal af. Eigenlijk wil ik gewoon vertellen hoe ik nu, zoveel jaren later, net iets anders kijk naar dat landschap van water. Van Goyen zag eilandjes alsof ze in het gladde water dreven: een horizon van drassige vlekken bruingroen land, hier en daar wat bebouwing. Een molen en kleine driehoekige zeilen die verder weg voorbij schuiven. Het licht uit bleekgrijze wolken is een dun en bleek licht. De einder is eerder wazig. De voorgrond is een bochtig stukje oever. Er zijn daar vissers in de weer. De wijde ruimte is glad water waarin het licht uit de wolken wordt weerkaatst. Daar drijven bij elkaar, log en bruin, twee schepen waarvan de uithangende zeilen een waar spektakel vormen in die ruimte waar het verder stil is. De zeilen en de vaantjes hangen breed en slap. Op het water is het vrijwel windstil. Rechts van het roodbruine zeil zien we op de horizon een hoekig silhouet van een kerk. Dat is de Sint Bavo in Haarlem. Zo ver gaat de einder.

Jan van Munster, Hanging Brainwave, 2019. Editie: 3. Transparant glas, argon, spijker, transformator, 150 x 9 cm © Peter Cox, Eindhoven / Courtesy Slewe Gallery, Amsterdam

Net toen mijn dochter me weer op Van Goyens landschap van water opmerkzaam had gemaakt, zag ik van Jan van Munster Hanging Brainwave in een Amsterdamse galerie hangen: een hoekige slingerlijn van dun glas waarin een gas blauw gloeit. In dat gloeien komen ook licht bevende trillingen voor waardoor het blauw wonderbaarlijk gewichtloos lijkt. Zo licht is de kabbelende lijn dat die ook goed aan een lus aan een spijker kan hangen. Het was door de lichtheid van het tere blauw dat ik nog verder afdwaalde. Jaren geleden heeft Van Munster elektro-encephalogrammen van zijn hersenactiviteit laten maken. De uitdraai daarvan waren trillende stukjes lijn. Dat compendium van lijnen van verder onzichtbare maar exacte breinbewegingen werd een deel van het conceptuele programma in zijn kunst. Maar toen ik die Brainwave toevalligerwijze dus samen zag met de lucht vol ijle wolken in het waterstuk van Van Goyen, keek ik toch maar voorbij aan Van Munsters concept. Die blauwe slinger, losjes aan een spijker, werd onverwacht betoverend op een andere manier. Ik zag het slanke blauw daar hangen als een broze lichtheid. Soms is in een nevelige nacht een schimmige maan zo te zien in schemerlicht. Zo begon ik de lijn, vanwege de blauwe gloed, als een zachte schemerlijn te zien met, aan beide kanten, nog wat blauwe gloed als wat nagloeiend strooilicht. De lijn was zo geheimzinnig als een fata morgana. Ik kwam ook bij die zienswijze terecht toen ik opnieuw keek naar de onbeschrijflijke symfonie van bewegende wolken boven het water in Vergezicht Haarlemmermeer. Ik bleef heen en weer kijken.

Op zijn zwerftochten verzamelde Van Goyen indrukken om te schilderen in kleine schetsboekjes. Dat gebeurde met zwart krijt. Kleurkrijt bestond nog niet. Bewegingen van wolken waren in zijn schetsen dus in droog zwart wit, contouren van vormen met wat donkere arcering. Geschilderd werd in het atelier. De vochtige, witgrijze wolken uit het westen van over zee, met wat bleek blauwgrijs licht hier en daar, heeft Jan van Goyen dus uit zijn hoofd geschilderd – met de verf op de tast, kijkend, en uit de ervaring van jarenlang kijken naar wolken in wind en regen. Die lucht en het licht erin is een wonder. De schilder was geduldig. Hij kon de wolken langzaam in zijn schilderij zien groeien. Alles wist hij over grijs en wit. Hij kende de wisselingen van het weer, daarvan is dit schilderij een prachtige enscenering.


PS Jan van Munster heeft in Duitsland een lichkunst-prijs gekregen. Daarom is tot in maart een overzicht van zijn werk te zien in Kunstmuseum Celle op de Lüneburger Heide