Fatale escalatie

Tot dusver passief zijn we er getuige van dat er weer een periode van escalatie in het conflict tussen Israël en Palestina is begonnen. Eerst hebben we de rakettenoorlog gehad, waarbij Hamas nieuwe, door Iran geleverde wapens gebruikte waarmee het Tel Aviv bereikte.

Israël schoot terug en gebruikte voor het eerst zijn afweersysteem Iron Dome, dat goed werkte. Na acht dagen werd het vuren gestaakt. Resultaat: ongeveer 140 Palestijnen gedood en minder dan tien Israëliërs. Toen werd Palestina door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties tot de status van waarnemer bevorderd, tegen fanatieke Israëlische weerstand in. Op gezag van de nieuwe minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans (PvdA) onthield Nederland zich van stemming.

Vervolgens besloot Israël nog eens drieduizend huizen te bouwen in geannexeerd Palestijns gebied, onder meer in Oost-Jeruzalem dat de hoofdstad van de Palestijnse staat zou moeten worden. Dat is een reactie op het besluit van de VN, volgens premier Netanyahu een strafmaatregel. Op zichzelf is dat een eigenaardige tournure, want hier wordt straf uitgedeeld aan de grote meerderheid van de VN-leden die voor de verhoging van de Palestijnse status heeft gestemd, terwijl de straf zelf door de Palestijnen wordt gedragen. In elk geval hebben Amerika, Frankrijk, Engeland, Spanje, Denemarken en nu ook Nederland geprotesteerd. Wij betreuren dit besluit ‘ten zeerste’ en we roepen Israël op ‘het perspectief op vrede te behouden’.

Overigens zijn de landen die voor de verhoging van de Palestijnse status hebben gestemd wel verplicht tot een protest. Uitvoering van de bouwplannen in het gebied dat E1 wordt genoemd, aan de rand van Oost-Jeruzalem, zou feitelijk het einde van de Palestijnse staat betekenen voordat die geboren is. Deze kolonisatie zou de Palestijnen van hun toekomstige hoofdstad beroven. Zie de uitvoering van het E1-project als een staatkundige abortus. Voltrokken met de grote meerderheid van de VN als passieve getuige? We hebben in die regio wel meer absurditeiten zien gebeuren.

Tot 22 januari, de dag van de Israëlische verkiezingen, kunnen we het best rekening houden met een periode van rumoerige stagnatie. Is de Likoed van Netanyahu de winnaar, dan is er meer kans op een principiële verandering. Dan kunnen de Palestijnen hun zelfstandige staat voorlopig vergeten. Hamas, dat Israël niet erkent, kan in dat geval de verborgen winnaar zijn. Is er dan het risico van de derde intifada? De eerste heeft geduurd van 1987 tot 1993; de tweede van 2000 tot 2005. Een intifada is een alzijdige volksopstand die onophoudelijk gevoerd wordt, met alle middelen, van stakingen en boycots tot bomaanslagen en een guerrilla. De voorwaarden voor de volgende intifada zijn op het ogenblik ruimschoots aanwezig en ze worden steeds beter.

Het koloniseren van Palestijnse gebieden heeft een grens. Die wordt door de regering-Netanyahu steeds dichter genaderd, of is misschien al overschreden. Door hun veroordeling van dit beleid bewijst een aantal westelijke landen lippendienst aan de Palestijnse zaak, maar daar blijft het bij. Ligt het dan niet voor de hand dat steeds meer Palestijnen hun geduld zullen verliezen en opnieuw hun toevlucht tot geweld zullen nemen? Wie het gesprek met de gematigden weigert, krijgt de extremen daarvoor terug. Dat is een politieke wet. Netanyahu maakt Hamas sterker en verzwakt Abbas. Dat is op de langere termijn het resultaat van zijn harde politiek.

Dit is niet het enige probleem. Ongeveer een maand geleden heeft Netanyahu met betrekking tot Iran zijn rode lijn getrokken. Daar wordt gewerkt aan een kernwapen. Hebben volgens de Mossad de Iraniërs voldoende verrijkt uranium om een bom te maken, dan volgt onherroepelijk de preventieve aanval. Daarbij wordt gerekend op daadwerkelijke Amerikaanse steun. Al veel eerder heeft een Amerikaanse commissie van deskundigen, Democraten en Republikeinen, een rapport gepubliceerd waarin de mogelijke gevolgen van zo’n aanval worden beschreven. Iran zal terugvechten. Na Irak en Afghanistan een nieuwe oorlog in het Midden-Oosten, met mogelijk een oliecrisis? In een paar onvriendelijke telefoongesprekken met Netanyahu heeft Obama gewaarschuwd. Amerika zal Israël nooit in de steek laten, maar ook het hechtste bondgenootschap heeft zijn clausules, waarmee aan beide kanten rekening moet worden gehouden.

Wat met betrekking tot Israël voor Amerika geldt, is verhoudingsgewijs ook van kracht voor Nederland. Het is ondenkbaar dat wij onze solidariteit met Israël zouden opzeggen. Maar het mag paradoxaal klinken, er zijn grenzen. Met de radicale onverzoenlijkheid van Netanyahu en zijn geestverwanten volgt Israël een buitenlandse politiek waarin de neiging tot zelfoverschatting een steeds grotere rol gaat spelen, ten koste van de diplomatie. De rode lijn voor Iran, de verwerping van de statusverhoging van Palestina en de voortgezette uitbreiding van de nederzettingen zijn daarvan de bewijzen. Een bondgenootschap is iets anders dan het verlenen van steun bij zelfverzwakking.