Fatale keten

Een dezer dagen land ik weer op het vliegveld Los Rodeos. Tegenwoordig het binnenlandse vliegveld van Tenerife. De naam van het vliegveld zit in het collectieve geheugen van de Nederlanders.

Het is het vliegveld waar op 27 maart 1977 het grootste ongeluk uit de geschiedenisvan de luchtvaart plaatsvond. Twee luchtreuzen, een Nederlandse en een Amerikaanse, botsten er op de startbaan tegen elkaar.
569 passagiers kwamen om het leven. De meeste inzittenden van de Amerikaanse Pan Am-Boeing 747 en alle inzittenden van het KLM-toestel van hetzelfde type. Het ongeluk was het resultaat van een aaneenschakeling van toevalligheden, fouten en miscommunicaties.

Murphy’s Law in actie. Fatale puzzelstukken. Kapotte lampen bij de afrit van de startbaan. Een rekenfout van een Amerikaanse piloot, plotseling opkomende mist, verkeersleiders die een voetbalwedstrijd keken, een procedurele blunder van de KLM-captain en een co-piloot die hem niet durfde te corrigeren. Dat laatste is inmiddels een klassieke case study bij vele managementcursussen.
In de dagen, weken, maanden en zelfs jaren daarna focusten de Nederlandse media en samenleving op de schuldvraag. Wie had wat wel of niet moeten doen? Was de Nederlandse gezagvoerder de hoofdschuldige? Waren het de verkeersleiders of was het te wijten aan het feit dat men in de Amerikaanse cockpit een afrit over het hoofd had gezien omdat de lampen daar niet werkten? En hadden de Amerikanen niet van de kapotte lampen op de hoogte moeten worden gesteld? Want als ze de afrit met de kapotte lampen hadden meegerekend, dan waren ze al lang van de baan af geweest toen de Nederlandse jumbo in volle vaart op hen in reed.

Er kwam uiteindelijk een soort van consensus dat de meest fatale fout in de Nederlandse cockpit was gemaakt. De KLM-captain had immers besloten de start in te zetten terwijl hij er niet honderd procent zeker van kon zijn dat het Pan Am-vliegtuig zich niet nog ergens in de dichte mist op de startbaan bevond. In Spanje focuste de schuldvraag zich op iets heel anders. Op heel andere mensen. Op mensen die op het moment van de ramp zich niet eens op Tenerife bevonden. De ochtend van de botsing was er een bomaanslag geweest op de luchthaven van Las Palmas op het buureiland Gran Canaria. De niet-dodelijke aanslag op een souvenirwinkel was uitgevoerd door leden van de Canarische afscheidingsbeweging onder leiding van de separatist Antonio Cubillo. Cubillo was marxist en streed voor onafhankelijkheid van de Canarische Eilanden van Madrid. De beweging koesterde een Canarische identiteit gebaseerd op de cultuur van de niet-Spaanse oerbewoners van de eilanden, de Guanche. Een blond berbervolk dat ongeveer duizend jaar op met name Tenerife en La Gomera leefde.
Cubillo was advocaat, afkomstig van het stadje San Cristobal de la Laguna op wandelafstand van de startbaan van het vliegveld Los Rodeos.

Cubillo had van Mao de Chinese nationaliteit gekregen. De Spaanse wilde hij niet meer. De aanslag op Las Palmas Airport leidde ertoe dat alle vliegtuigen die op weg waren naar dat vliegveld werden omgeleid naar Tenerife, Naar het veel kleinere Los Rodeos. Ook de twee vliegtuigen die later op die dag met zoveel geweld zouden botsen op de startbaan. De parkeerproblemen van een ongebruikelijke hoeveelheid vliegtuigen was een schakel in de rij van gebeurtenissen die uiteindelijk zou leiden tot de grootse luchtramp ooit. Een luchtramp die op de grond plaatsvond. Op nog geen kilometer van het geboortehuis van Cubillo. Na de ramp vluchtte Cubillo naar Algiers. De Spaanse aanklager beschuldigde hem onder meer van doodslag op 569 vliegtuigpassagiers. Algerije leverde hem niet uit. Hij bleef onbereikbaar voor het Spaanse gezag. Maar de arm van de Spaanse staat bleek lang. Een doodseskader vond hem in de Algerijnse hoofdstad en bracht hem meer dan twintig messteken toe in de lift van het appartement waar zijn kantoor gevestigd was. Cubillo overleefde deze aanslag en kon later toen zijn misdrijf verjaard was aantonen dat Spanje hem had geprobeerd te vermoorden. Hij kreeg een schadevergoeding van omgerekend 150.000 euro en verhuisde weer naar zijn geliefde Canarias. Nadat hij in de jaren nul van de 21ste eeuw nog kortstondig leiding had gegeven aan een door de crisis weer oplevende Canarische afscheidingsbeweging stierf hij in 2012 op Tenerife.

Ik zag hem ooit nog in een vraaggesprek met de Spaanse tv. Hij was toen al in de zeventig. Hij keek terug naar het jaar van de aanslag. Spijt had hij niet. Schuldig voelde hij zich niet aan de dood van de passagiers. Hij bleek nog steeds een rechtlijnig onaangedaan revolutionair. De doden waren ‘nooit zijn doelwit geweest’. Zijn doelwit was de ‘bezetter’. Ikzelf denk dat hij wel degelijk een grote mate van schuld had. Hij was de enige die een morele beslissing nam in de fatale keten der gebeurtenissen. Zijn beslissing om geweld te gebruiken tegen een burgerdoel vanwege politieke motieven was stap één. Alle andere hoofdrolspelers in de dodendans waren hoogstens nalatig, eigenwijs, arrogant, roekeloos, incompetent of onverstandig. Cubillo is bewust een grens over gegaan. Ik ben benieuwd wat er door hem heen ging toen hij op die dag in maart 1977 hoorde wat de gevolgen waren geweest van zijn handelingen. 569 doden, bijna op de drempel van zijn geboortehuis.

Ik kan me niet voorstellen dat er niets in hem was dat vond dat hij schuld droeg.