Fatale vrouwen

Joyce Carol Oates
The Female of the Species
Quercus, 276 blz., importeur Van Ditmar, 18,99

Het is bijna een opluchting wanneer halverwege de nieuwe verhalenbundel van Joyce Carol Oates eens een keer een vrouw wordt vermoord, in plaats van weer een man. We hebben dan al meegemaakt hoe een echtgenoot door zijn vrouw werd afgeknald, een hoerenloper door een minderjarige prostituee in stukken werd gesneden en weer een andere man door zijn vrouw levend in bed werd verbrand. Overigens is de vermoorde vrouw ook slachtoffer van een vrouwelijke dader, of om precies te zijn: ze wordt door een groep vrouwen in mootjes gehakt.

The Female of the Species is een verzameling moordverhalen die de psyche van daders onderzoekt. Vrouwelijke daders. Meestal blijken zij op hun beurt weer slachtoffer van omstandigheden en blijken hun slachtoffers, vooral mannen dus, zo onschuldig nog niet. Oates maakt je tot betrokkene omdat ze je meeneemt in de gedachtegang van de dader, meestal een geplaagde vrouw. In plaats van «Pas op!» te roepen tegen het slachtoffer (slechte man) wil je voor je het weet de dader aanmoedigend toeroepen: «Ja, schiet!» En wordt er eens een vrouw afgeslacht, dan hebben we wel eerst uit haar innerlijke monoloog begrepen dat het een behoorlijk rotmens was.

Soms vermoeit de neiging alles steeds nog ietsje sicker te maken, bijvoorbeeld in het verhaal dat op de achterflap wordt aangekondigd en dat een soort overtreffende trap van Lolita vormt, waarin het kleine slachtoffer zich dit keer afreageert als een minderjarige seriemoordenaar. Leuk bedacht, maar ja, wel wéér een seriemoordenaar met wéér engere dingen dan de vorige seriemoordenaar. Maar net als de andere verhalen is ook dit verhaal zeg maar pro-actief gecomponeerd. Op bijna elke bladzijde wisselen perspectieven, denken mensen in eigen taal afgewisseld met zinnetjes die ze van anderen hebben gehoord, en wordt voor- en achteruit gewezen dat het een lieve lust is. Alles in een ritme dat je al lezend binnen enkele regels hebt opgepikt – een ritme dat het onmogelijk maakt om de bundel weg te leggen voordat er weer een verhaal uit is. Saai wordt het nooit: wanneer je een paar bladzijden lang leest hoe een vrouw mijmert als ze voor het eerst een man ziet, staat er opeens een zin die ze tegen hem zegt als ze elkaar al kennen, en dan ben je weer wakker.

Over het korte verhaal bestaan veel theorieën. Van Brander Matthews bijvoorbeeld, de eerste hoogleraar drama in de Verenigde Staten. Volgens hem komt in het korte verhaal van de drie-eenheid plot, personage en setting er slechts één tot ontwikkeling. Soms past deze theorie bij Oates, bijvoorbeeld wanneer ze de gedachtegang weergeeft van een vrouw voor ze haar man vermoordt. Zo’n verhaal leest als een superieure vingeroefening in stijl. Vaak ook wordt de setting erg belangrijk omdat het de omstandigheden zijn die de moordenaar maken. Van de plot weet je altijd één ding zeker: het gaat fataal aflopen.

Wat is nu het grote genot van deze verhalen? De stijl in de eerste plaats. En er is nog iets, iets verontrustenders. Moordverhalen zijn om bij te griezelen, lekker op de eigen veilige bank nemen we het kwaad tot ons in een boekje, en sluiten het zo tegelijk buiten. Maar Joyce Carol Oates maakt ons deelgenoot van de gedachtegang van de moordenaar. En wij begrijpen die moordenaar. Worden bijna medeplichtig.