Fatale vrouwen

Een vrouw moordt niet, en doet ze dat toch, dan is ze geen vrouw maar een monster. Maar steeds meer vrouwen lijken ruim baan te geven aan hun agressie. De vrouwelijke seriemoordenaar rukt op.
HERINNERT U ZICH de reacties van de Engelse kwaliteitskranten bij het verschijnen van Helen Zahavi’s boek Dirty Weekend (1992), over een vrouw die in een weekend zeven mannelijke belagers vermoordt. Volgens The Observer was dit boek ‘aanstootgevender dan pornografie’, volgens The Independent was het ‘obsceen en walgelijk’, en verschillende andere kranten trokken de geestelijke gezondheid van de auteur in twijfel. En herinnert u zich de discussie die losbarstte over de damesroadmovie Thelma en Louise, waarin Louise welgeteld een man vermoordt omdat die geprobeerd heeft Thelma te verkrachten, en waarin het overige geweld beperkt blijft tot een hoeveelheid waarmee in de gemiddelde James-Bondfilm nog geen minuut gevuld zou worden.

De kritiek was dan ook niet geschokt door de aard van het geweld, maar door de sekse van de plegers ervan.
Want vrouwen moorden niet. Of althans, zelden. In werkelijkheid wordt slecht tien tot vijftien procent van alle moorden door vrouwen gepleegd. Moorden is mannenwerk, zoals alle vormen van geweld grotendeels een mannenzaak zijn. Simone de Beauvoir schreef het al, in De tweede sekse: ‘Een man kan altijd zijn toevlucht nemen tot zijn vuisten, hij hoeft zijn grenzen niet door anderen te laten overschrijden, hij is zichzelf, in de kern van zijn subjectiviteit. Geweld is het authentieke bewijs van iemands loyaliteit aan zichzelf, aan zijn passies, aan zijn eigen wil…’ Anders gezegd, een man weet pas dat hij bestaat, als hij erop slaat.
In de psychoanalyse wordt het allemaal netjes verklaard met de theorie over individuatie, de manier waarop mensen zich van hun moeder losmaken en een eigen identiteit ontwikkelen. Jongetjes moeten, om een man te worden, zich verder losmaken van hun moeder dan meisjes dat moeten om een vrouw te worden; daartoe moeten ze liefst dingen doen die moeder afkeurt, zoals vloeken, drinken of vechten. Geweld, het agressief afbakenen van het eigen ego, is voor echte mannen de norm, en wordt maatschappelijk ook aanvaard. Plaatsen te over waar een man zijn geldingsdrang op legitieme wijze kan botvieren - als het niet het leger of het voetbalveld is, dan kan hij zijn agressie sublimeren door bijvoorbeeld op nietsontziende wijze carriere te maken.
Meisjes daarentegen hoeven niet zoveel. Ze hoeven de grenzen met hun moeder minder scherp te trekken. Om als echte vrouw geaccepteerd te kunnen worden, moeten ze zelfs 'vloeiende egogrenzen’ hebben en hun identiteit definieren aan de hand van hun relaties met anderen. Een scherpe afbakening van het zelf middels agressie wordt sinds jaar en dag als onvrouwelijk beschouwd. Dat heeft als voordeel dat een vrouw zichzelf niet snel zal verachten wanneer ze over zich heen laat lopen. Het is niet gezegd dat ze geen agressie voelt, maar het is beter voor haar zelfrespect en het respect van anderen wanneer ze agressieve aanvechtingen stevig onderdrukt.
Een man worden, zijn en blijven daarentegen, dat valt niet mee. Dat vergt voortdu rende inspanning. En wanneer het niet lukt het fragiele mannelijk ego overeind te krijgen of te houden, dreigt er gevaar. Het zijn natuurlijk sukkels, de mannen die hun toevlucht moeten nemen tot moord en doodslag om zich nog enigszins een kerel te voelen, maar het zijn wel gevaarlijke sukkels.
NEEM NOU de Yorkshire Ripper, Peter Sutcliffe, die eind jaren zeventig, begin jaren tachtig twaalf vrouwen vermoordde en hun borst, buik, vagina en dijen met messen bewerkte. Sutcliffe groeide op te midden van machobroers, met een alcoholistische vader en een angstige moeder. Zelf was hij eerder een zachtaardig type dat voor zijn moeder zorgde als die weer eens door haar echtgenoot in elkaar was geslagen.
Of neem de op 21 juni 1966 gearresteerde slagersknecht Jurgen Bartsch, die na de dood van zijn moeder zijn eerste levensjaar doorbracht in het ziekenhuis waar hij geboren was, en na een eenzame kindertijd bij adoptieouders aan de Spartaanse opvoedingsmethoden van een kostschool werd onderworpen. Als adolescent misbruikte en vermoordde Bartsch vier jongetjes.
Ander voorbeeld: Jeffrey Dahmer, die tot zijn arrestatie in 1991 zeker zeventien jongens seksueel misbruikte, vermoordde en gedeeltelijk opat. De psychiatrische rapporten vermeldden dat Jeffrey een manie had voor 'controle’; hij droomde ervan om naast iemand te liggen die heel stil was.
Charles Manson, Fritz Haarmann, Ted Bundy, Andrej Tsjikatilo (de Rostow Ripper), de lijst van seriemoordenaars groeit gestaag. En hun gruweldaden worden in kranteartikelen steevast 'onbegrijpelijk’ genoemd. Reden waarom over elke seriemoordenaar wel een stapeltje biografieen verschijnt, waarin de slachtpartijen nog eens haarfijn uit de doeken worden gedaan en waarin het allemaal draait om die ene vraag, die aan het eind toch weer als 'niet te beantwoorden’ wordt afgedaan: wat dreef deze ogenschijnlijk zo doodnormale man tot zijn monsterlijkheden?
MAAR PAS ECHT onbegrijpelijk wordt een moord als die door een vrouw wordt gepleegd. Want ze mogen dungezaaid zijn, de moordenaressen, ze bestaan wel. Ze bestaan al tijden, en in de rangorde van de moordenaars spreken ze hun woordje aardig mee. Zo was er de beruchte Leidse gifmengster Maria Catherina Swanenburg, oftewel Goeie Mie, die tussen 1881 en 1883 27 mensen met een mengsel van arsenicum en zwavel naar de andere wereld hielp om het geld voor hun overlijdensverzekering te kunnen opstrijken. In 1933 leerde Frankrijk de gezusters Papin kennen, de twee dienstmeisjes die hun 'mevrouw’ en haar dochter vermoordden en de ogen uitrukten. In 1965 werd in Engeland Myra Hindley opgepakt, die samen met haar vriend Ian Brady vijf jonge kinderen seksueel misbruikt en vermoord had. En op 1991 werd in de Verenigde Staten de 33-jarige Aileen Carol Wuornes gearresteerd wegens seriegewijs neerschieten van zeven mannen.
Het is aardig om te zien welke maatschappelijke verdringingsmechanismen in werking treden als niet langer ontkend kan worden dat een vrouw een moord heeft gepleegd. Een vrouw kan namelijk geen moord plegen, en heeft ze dat toch gedaan, dan is ze geen echte vrouw - of ze was, letterlijk, zichzelf niet.
Een vrouw heeft in haar leven nogal wat excuses voorhanden om even zichzelf niet te zijn. Zo hebben we het premenstrueel syndroom (PMS), de postnatale depressie (PND) en de menopauze. In het boek Moving Targets - Women, Murder and Representation (redactie Helen Birch, 1991) worden rijen voorbeelden genoemd van vrouwen die een moord pleegden en ervan af kwamen met lichte of voorwaardelijke straffen doordat ze de verantwoording voor hun daden afschoven op hun lichaam, dat het van hen had overgenomen.
De zaak-Christine English bijvoorbeeld. De 37-jarige English drukte na een ruzie opzettelijk haar alcoholistische en overspelige man met haar auto plat tegen een telefoonpaal. Daarna rende ze in paniek de straat op, terwijl ze schreeuwde: 'God, zeg dat het niet waar is, zeg me dat het niet gebeurd is!’ Op de rechtszitting stelde de hormonenspecialist dr. Katherina Dalton dat English het slachtoffer was geworden van haar PMS, 'die een ernstige depressie teweeg had gebracht, haar verward, agressief en prikkelbaar had gemaakt - een ziekte van het lichaam, die effect heeft op de geest’. English verliet de rechtszaal als vrije vrouw, met slechts een jaar ontzegging van de rijbevoegdheid.
Als het niet de biologie is waarin de moordende vrouw haar verweer kan vinden, dan is het wel de overweldigende invloed die een machtige Ander op haar heeft uitgeoefend, die ervoor zorgde dat ze al evenmin zichzelf was. Zo stelde de bovengenoemde seriemoordenares Myra Hindley dat haar vriend Ian Brady haar ten tijde van de moorden geestelijk volkomen in zijn macht had: 'Hij was God. Ik kon geen nee tegen hem zeggen. Als hij mij verteld had dat de aarde plat was en de maan gemaakt van groene kaas, had ik hem geloofd. Ik volgde hem blindelings.’
En dan is er nog het beruchte battered woman’s syndrome, dat een verklaring biedt voor het feit dat vrouwen die door hun man mishandeld worden, niet simpelweg vertrekken, maar, zoals Kiranjit Ahluwalia in 1989 deed, wachten tot de bruut slaapt, hem met benzine overgieten en er een lucifer bij houden. Het syndroom bestaat eruit dat vrouwen zo bang zijn geworden voor hun mishandelaar dat ze niet geloven dat ze werkelijk van hem los kunnen komen, waardoor er niets anders overblijft dan hem te vermoorden, als een soort vertraagde vorm van zelfverdediging. Dit door sommige feministen met kracht ondersteunde syndroom heeft een flink aantal mishandelde vrouwen uit de gevangenis weten te houden, maar werkt als een tweezijdig zwaard. Het drukt vrouwen immers weer eens in de hoek van de passiviteit, waar de angst regeert, terwijl het toch ook voorstelbaar is dat een vrouw simpelweg woedend is op de man die haar heeft geslagen en korte metten met hem wil maken. En dat ze niet meteen op het moment van de mishandeling zichzelf verdedigt, zoals een man zou doen, kan makkelijk verklaard worden uit het feit dat vrouwen meestal minder sterk zijn dan mannen en dus een geschikter ogenblik voor hun wraak moeten afwachten. Maar dat zou wederom betekenen dat een vrouw iemand is, en in staat is voor zichzelf op te komen als haar belangen worden geschaad.
GEZIEN HET grote arsenaal aan redenen voor ontoerekeningsvatbaarheid hoeft het geen verwondering te wekken dat vrouwelijke moordenaars vaak minder streng gestraft worden dan mannelijke. Maar om op dergelijke excuses een beroep te mogen doen, moeten moordende vrouwen wel voldoen aan de eisen die aan vrouwelijkheid worden gesteld. Dat wil zeggen: ze mogen niet seksueel actief zijn, geen prostitutie bedrijven en niet in kroegen rondhangen. En ze mogen natuurlijk niet homoseksueel zijn.
Voor moordende vrouwen die deze regels overtreden rest slechts de categorie der tegennatuurlijke monsters. Dat ontdekte ook Tracey Wigginton, de 25-jarige 'lesbische vampier’ die met drie vriendinnen in Australie de Golfoorlog van de voorpagina’s verdrong toen zij, naar het zich liet aanzien zonder enig motief, een dronken man van middelbare leeftijd op het strand vermoordde. Al snel verschenen in de kranten berichten dat Wigginton een onstuitbare behoefte aan menselijk bloed had gevoeld, en dat haar vriendinnen te zeer onder haar invloed verkeerden om haar dit te weigeren. De vriendinnen waren zo verstandig om deze lezing van de gebeurtenissen te onderschrijven, terwijl Wigginton zelf, van wie gezegd werd dat ze aan het multiple personality syndrome (MPS) leed, er het stilzwijgen toe deed.
Een vrouw die moordt is ziek of een heks. Een 'normale’ vrouw kan niet moorden. Er wordt helemaal snel naar dit soort geruststellende dichotomieen gegrepen als het gaat om een moeder die het ondenkbare doet, namelijk het doden van haar kind. Van de kinderen die door hun ouders worden vermoord, valt de helft ten slachtoffer aan de moeder. Bij deze categorie moorden ligt het percentage vrouwelijke moordenaars dus veel hoger dan bij de moorden in het algemeen. Een mens zou bijna op het idee komen dat vrouwen op dezelfde manier agressief kunnen zijn als mannen wanneer ze maar in een machtspositie verkeren tegenover een zwakkere persoon - in dit geval dus een kind. Maar moeders worden veel minder vaak dan moordende vaders tot gevangenisstraf veroordeeld. Meestal krijgen ze tbs of een voorwaardelijke gevangenisstraf.
Groot-Brittannie kent zelfs een wet die ervan uitgaat dat moeders zo sterk onder een acute vorm van postnatale depressie kunnen lijden dat zij ertoe komen hun kind te doden. Een dergelijke daad wordt volgens de Britse wetten niet beschouwd als moord of als doodslag, maar in de aparte categorie der 'infanticide’ ingedeeld, en daarvoor geldt een aparte strafmaat. In de praktijk wordt de wet ruimhartig toegepast, waardoor ook vrouwen die ten tijde van de moord op hun kind niet aantoonbaar onder psychiatrische problemen leden via de Infanticide Act worden verexcuseerd.
Niet alle moordende moeders komen er echter zo goed vanaf. Uit een onderzoek bleek dat moeders die in de rechtszaak als 'egoistisch’, niet-zorgzaam en seksueel actief naar voren kwamen, wel tot lange gevangenisstraffen werden veroordeeld. Terwijl deze vrouwen, net als hun 'zieke’ zusters, wel degelijk omstandigheden konden aanvoeren die als min of meer redelijke verklaring voor hun daad hadden kunnen dienen. Zij doodden bijvoorbeeld hun kind omdat ze niet tegen het moederschap waren opgewassen, in armoede leefden, ongewenst zwanger waren geraakt en meer van dat soort laag-bij-de-grondse zaken, die er niet toe doen voor rechters die in de heiligheid van het moederschap geloven.
Liever wordt een moordende vrouw tot een duivels fenomeen verklaard - zoals de mannelijke seriemoordenaar, want die kan natuurlijk ook niet zijn als u en ik.
Bij het Amerikaanse Federal Bureau of Investigation (FBI) leeft zelfs de overtuiging dat het mogelijk moet zijn een profielschets van de seriemoordenaar te ontwerpen waarmee deze belichaming van het absolute kwaad op eenvoudige wijze uit de massa gelicht kan worden. Sinds 1984 houdt daarom een aparte FBI-afdeling, de NCAVC (National Centre for the Analysis of Violent Crime) een databank met gegevens van meervoudige moordenaars bij. Desalniettemin is het aantal seriemoorden in de Verenigde Staten sinds 1984 alleen maar toegenomen. Geen wonder; de NCAVC is bij het profielschetsen nog steeds niet verder gekomen dan de vaststelling dat 'de’ seriemoordenaar een blanke man is met een meer dan gemiddelde intelligentie, die op het moment van de eerste moord tussen de 25 en 30 jaar oud is.
Bij de FBI hebben ze waarschijnlijk nog nooit van de Leidse gifmengster Goeie Mie gehoord, of van de zeventiende-eeuwse Hongaarse gravin Elisabeth Bathory, die tussen de 300 tot 650 jonge vrouwen liet afslachten om zich in hun bloed te kunnen baden. Omdat de FBI zich, net als de publieke opinie, blind staart op meervoudige moorden die met een expliciete seksuele bijbedoeling worden gepleegd, vallen vrouwelijke meervoudige moordenaars vaak buiten de definitie, net als de mannelijke massaslachters die het niet om de seks doen. Dat alleen moorden waarbij daadwerkelijke verkrachting plaatsvindt als lustmoorden worden beschouwd, komt bovendien kortzichtig over; men ziet over het hoofd dat de kick ook in het doden zelf kan zitten.
HET ZIJN NIET zozeer de motieven voor seriemoord die per sekse verschillen, zo schrijft Candice Scapek in Moving targets, het zijn de methoden. En die verschillen in methoden betreffen voor de hand liggende zaken als een verschil in wapenkeus, voortkomend uit het verschil in lichaamskracht. Het motief voor seriemoord daarentegen is altijd hetzelfde: de sterke behoefte zichzelf als een handelend wezen te kunnen zien, een behoefte aan macht die voortkomt uit het feit dat het individu zich als kind extreem machteloos heeft gevoeld. Dat leidt tot wrok, en die wrok kan op gruwelijke manieren tot uitbarsting komen. Het mag zo zijn dat tot voor kort mannen dergelijke wrok eerder tegen anderen richtten, terwijl vrouwen hun woede vooral voor zelfvernietiging aanwendden, maar het valt te vrezen dat al die assertiviteits- en zelfverdedigingscursussen steeds meer vrouwen afleren hun agressie te verdringen. Dan zou de fictie van Helen Zahavi wel eens werkelijkheid kunnen worden.
De vrouwelijke sadistische seksmoordenaar bestaat wel degelijk: zie Myra Hindley, zie de Amerikaanse Charlene Williams die met haar echtgenoot tussen 1978 en 1980 tien mensen vermoordde en actief deelnam aan het misbruik van de slachtoffers, net als Rosemary West, de vrouw van Frederick West, bewoners van het House of Horror in Gloucester, waar vorig jaar zo'n twaalf jonge vrouwen begraven bleken te liggen.
In 1988 was er het geval van Laurie Wasserman Dann, die uit woede omdat ze ontslagen zou worden, het huis waar ze als babysitter werkte in brand stak, waarna ze op het plein van een basisschool zes kinderen neerschoot alvorens de hand aan zichzelf te slaan. Vlak voor haar uitbarsting had ze nog pakjes met vergiftigd voedsel naar zo'n twintig vrienden en bekenden gestuurd.
En in 1990 doodde de prostituee Aileen Wuornos zeven mannen langs de kant van de weg, naar eigen zeggen 'uit zelfverdediging tegen verkrachting’. Het Amerikaanse justitiele apparaat betitelde Wuornos als 'de eerste echte vrouwelijke seriemoordenaar’.
Vrouwen gaan steeds meer op echte mensen lijken.