Fatima Mernissi, 1940 - 30 november 2015

Als feministische pionier heeft Fatima Mernissi grote invloed gehad op jongere generaties moslimvrouwen. Ze richtte haar pijlen op mannen die niets zo gevaarlijk vinden als een onafhankelijke, ‘moderne’ vrouw.

‘Kan een vrouw aan het hoofd staan van een moslimgemeenschap?’ vraagt Fatima Mernissi op een dag aan haar kruidenier. Net als de andere middenstanders in Marokko is hij in haar ogen een goede thermometer van de publieke opinie. En inderdaad laat hij, gechoqueerd door haar vraag, bijna het doosje eieren uit zijn handen vallen dat zij bij hem komt kopen. ‘Moge Allah mij bijstaan’, roept hij uit. Een klant in de kruidenierszaak, een bosje munt in de hand, maakt aan de discussie meteen een einde door een hadith, een overgeleverde uitspraak van de profeet, aan te halen: ‘Het volk dat zijn lot in handen van een vrouw legt zal nooit voorspoed kennen!’ Discreet verlaat Mernissi de winkel. ‘Wat had ik kunnen zeggen dat opwoog tegen de kracht van deze even onverbiddelijke als populaire uitspraak?’

De anekdote vormt het begin van Mernissi’s boek De politieke harem uit 1987 en tekent haar stijl: die is helder, geestig en provocatief. De scène getuigt ook van fijnzinnige ironie, want wat volgt is een uitgebreide verhandeling over de vroege geschiedenis van de islam en daaruit blijkt dat Mohammed allerminst een vrouwenhater was, maar juist gelijke rechten voor man en vrouw voorstond. Ze heeft, kortom, heel veel te zeggen dat opweegt tegen die onverzoenlijke en populaire hadith. In De politieke harem laat ze, net als in veel van haar andere boeken, zien hoe het manipuleren van heilige teksten een structureel kenmerk is van de machtspraktijk in islamitische gemeenschappen. In een later boek, Sultanes, portretteert ze vervolgens de vrouwelijke machthebbers die de islamitische wereld wel degelijk heeft gekend.

Fatima Mernissi wordt in 1940 in een harem in Fes geboren – haar precieze geboortedatum is niet bekend. In Het verboden dakterras vertelt ze het verhaal van haar kinderjaren in dat gesloten huis met lange gangen, lommerrijke binnenplaatsen en terrassen die bedekt zijn met weelderige tapijten. Hoe overdadig het huis ook is, de haremvrouwen dromen van de onbekende wereld buiten de poort. De buitenwereld is hun obsessie. Ze beschrijft ook hoe zij wordt opgevoed met verzet. ‘Jij wordt een moderne ontwikkelde vrouw’, houdt haar tante haar voor. ‘Je zult vreemde talen leren, een paspoort krijgen, boeken verslinden en spreken als een religieuze autoriteit. Op z’n minst zul je beter af zijn dan je moeder.’

En Mernissi is beter af. Veel beter. Ze gaat politieke wetenschappen studeren aan de Mohammed V Universiteit in Casablanca en later in Parijs, aan de Sorbonne. Ze vertrekt daarna naar de Verenigde Staten om aan Brandeis University aan haar proefschrift te werken. Ze zet zich in als adviseur voor de Unesco en andere internationale organisaties. Uiteindelijk keert ze als hoogleraar sociologie terug naar haar alma mater Casablanca. In 1975 publiceert ze haar eerste boek: Achter de sluier: De islam en de strijd tussen de seksen. Ze wordt een geleerde, belezen vrouw die met autoriteit religieuze dogma’s te lijf gaat. In haar boeken zal ze, zoals ze het noemt, de ideologie van de harem bestrijden, de gecreëerde apartheid die vrouwen buiten het openbare leven probeert te houden.

Ze verzet zich niet alleen tegen de geest van de harem, maar ook tegen de sluier, die in haar ogen veel meer is dan een lap stof. De sluier is representatief voor de ideologie van de harem; hidjab betekent behalve ‘hoofddoek’ ook ‘afscheiding’. De dochter van Mohammed, stelt ze, moest er al niets van hebben. Zij is in de zevende eeuw een van de eerste opstandige vrouwen in de islam; de vrouw die in opstand komt is volgens Mernissi onderdeel van de moslimtraditie. Zo is Sjadjarat ad-Doer, de sultane die de macht greep in het Egypte van de elfde eeuw, een van haar lievelingen.

Fatima Mernissi verwerpt de islam niet, maar benadrukt boek na boek dat het de politieke islam is waar ze haar pijlen op richt, de islam als machtssysteem, de islam van mannen die worden gedreven door eigenbelang. Mannen die niets zo gevaarlijk vinden als een geschoolde, onafhankelijke, ‘moderne’ vrouw. Ze grijpt daarom terug op de historische islamitische bronnen om aan te tonen dat de islam niet per se vrouwvijandig is, dat islam en democratie, zoals ook de titel van een van haar boeken luidt, best samen kunnen gaan. Ze groeit zo uit tot een feministische pionier die grote invloed heeft gehad op jongere generaties moslimvrouwen, niet alleen in Marokko, maar in de hele Arabische wereld en daarbuiten.

Tegelijkertijd is haar methode van het opeisen van de geschiedenis haar op veel kritiek komen te staan. Haar werk zou niet altijd wetenschappelijk verantwoord zijn. Orthodoxe moslims achten haar niet bekwaam om islamitische teksten te interpreteren. Door seculiere critici wordt haar poging islam en feminisme te verenigen als een al te grote aanpassing gezien.

In Het verboden dakterras voert Mernissi haar tante Habiba op, die tijdens bijzondere gelegenheden vertelt over ‘de vrouw met de vleugels’, die uit de ommuring van de harem weg kon vliegen wanneer ze maar wilde. Tijdens dat verhaal stoppen de haremvrouwen hun kaftan in hun ceintuur en gaan dansen. Er wordt de kleine Fatima wijsgemaakt dat álle vrouwen onzichtbare vleugels hebben en dat de hare zich ook wel zullen ontwikkelen als ze ouder wordt.

Fatima Mernissi heeft die vleugels inderdaad gekregen. In haar boeken en in haar publieke optredens heeft ze zich door geen ommuring laten weerhouden. En nog belangrijker: ze heeft haar lezeressen vleugels gegeven. Die vleugels zijn in deze tijd, waarin maar weinig moedige en tegelijk genuanceerde stemmen als die van Mernissi klinken, van o zo groot belang.


Beeld: Fatima Mernissi 2005. Foto Giovanni Giovannetti / effigie / HH.