Niet verwonderlijk dus dat ik me weinig aangesproken voel door de laatste oproep van de Amsterdamse burgervader Patijn tijdens de nieuwjaarsreceptie van de gemeente. De burgemeester verlangt van de hoofdstedelijke burgers een netter gedrag: minder harteloosheid en hardhandigheid tegen medeburgers. Op zich heb ik daar niets tegen. Problematischer wordt het wanneer Patijn concreter wordt. Hij eist meer respect in het bijzonder voor politieagenten en ambtenaren. Hij verlangt dus genormaliseerd gedrag van mensen zonder autoriteit ten aanzien van hen die officieel gezag uitstralen. Ik weet dat Nederland een obsessionele relatie onderhoudt met concepten die over normen en waarden gaan. Maar in de mond van bestuurders zijn normen al te vaak synoniem voor orde, en waarden voor gezag. Bovendien kan ik me al jaren niet aan de indruk onttrekken dat er op dit punt weinig aan Nederland mankeert. Het land is netjes, fatsoenlijk en af. Er worden weliswaar in openbare ruimten nogal wat boeren en winden door de autochtonen gelaten, maar volgens de waarneming van buitenlandse reizigers die in de loop der eeuwen Nederland hebben bezocht is dit een stevig verankerde component van de nationale identiteit. Niet aan dit kostbare erfgoed zitten dus. Op het gebied van fatsoen is alleen Zwitserland verder gekomen dan Nederland. Maar als dit het voorbeeld is dat Patijn voor ogen heeft, dan moet hij zelf maar beginnen met het opruimen van de softdrugs- en prostitutiesector om op de vrijgekomen locaties reuzekoekoekfabrieken neer te zetten. Nederland is door en door beschaafd. Hier heeft Wim Kok geen nicotineseks nodig om beter te presteren, maar hooguit een eitje op zondagochtend. Het land wordt niet om de dag door stakingen lamgelegd en de pedofielen zullen nooit op de Dutroux-tour gaan: ze hebben dominee Visser als woordvoerder en kerken als vergaderruimten. Nederland is het fatsoen zelve. Hier worden asielzoekers niet in hun pensions levend geroosterd, maar wordt hun toekomstige onderkomen door rijke burgers netjes opgekocht. De enige onbeschaafde elementen zijn in de minderheid en meestal te vinden bij de gezagsdragers. In het bijzonder bij de politie die zich de laatste jaren gespecialiseerd heeft in het illegaal importeren van stuff en coke. In Rotterdam heeft de hoofdcommissaris maandenlang zijn superieur met modder en drek bedekt. Hij werd zo onfatsoenlijk dat hij de deur uitgeschopt moest worden. In Amsterdam blijkt de bekendste diender van de stad, Nordholt, een geldwolf die iedere minuut van zijn tijd benut om nieuwe bijbaantjes te verzinnen, zodat hij het belastinggeld van de burgers via duur betaalde adviseurschappen voor gemeentelijke instellingen in zijn zak kan steken. En wat zegt Patijn over dit onfatsoenlijke gedrag? ‘Dat mag hij doen als het maar in zijn vrije tijd is.’ Onbeschaafdheid, gebrek aan respect voor je medeburgers en egoïsme worden dus toch wel - heel Nederlands - gedoogd. Maar alleen buiten werktijd.