Fatsoen en moraal

Al geruime tijd bericht ik over de ‘morele superioriteit’ die me bij links ergert. Ik bedoel daarmee: de vanzelfsprekendheid waar links van uitgaat, dat hun standpunten, de betrokkenheid met de armsten in de samenleving, de solidariteit met de kansarmen, zo in orde zijn, dat je ‘fout’ bent wanneer je die standpunten niet omarmt.

Medium opheffer 49 11 moreel

Ikzelf heb de arrogantie te denken dat ik die term heb bedacht, maar dat zal niet. Ik hoor hem zo vaak. Wel weet ik waar ik iedere keer aan denk als ik hem lees of hoor, namelijk aan het ‘intellectuele fatsoen’ waar Sartre en Simone de Beauvoir over spraken. Zij wilden het verdeelde links in Frankrijk verzoenen, ze waren voor economische groei die vooral de arbeiders ten goede moest komen. Gebeurde dat niet, dan ging Frankrijk op weg naar een 'collectieve zelfmoord’. De Beauvoir heeft toen mooie regels geschreven: 'De grootheid van een natie moet niet worden afgemeten aan de hoeveelheid bloed die ze heeft vergoten, maar aan het aantal problemen dat ze oplost.’ Het ging toen over de onafhankelijkheid van Algerije.

De Beauvoir met name vond het rechtse gedachtegoed verjaard, want ze bood de mensheid geen enkel ideaal. 'De waarheid is één, de dwaling veelvuldig.’ Het marxisme verkondigde de waarheid in haar ogen. Het is Aron geweest die toen, met respect voor haar stijl, haar denkbeelden afkraakte. Het is een interessante discussie die eigenlijk de tegenstelling tussen links en rechts goed weergaf.

Dat rechts geen idealen heeft, geen visie, dat stoorde links destijds - en ik heb het gevoel dat dat links nog stoort. Ook hier en nu in Nederland. Hoe vaak ik tegenwoordig in koffiehuizen niet 'verantwoording’ moet afleggen over mijn rechtse levensgevoel. Het is soms eng, omdat het vaak uitdraait op kwade koppen en beledigingen. ('Ik wil niet met een fascist aan tafel zitten!’)

Ik zou best idealen willen hebben, en ik had ze vroeger ook, maar ik ben in die idealen teleurgesteld. Ik heb geen idealen meer omdat ik ze niet KAN hebben. Het volk - en daar ging ik al meteen in de fout - zag ik destijds (hoewel ik wist dat 'het’ volk niet bestond) toch als een lief kind waarvan de armen nog niet konden grijpen en de benen niet stevig op de grond konden staan. Het volk, dat was de massa die verheven moest worden. Het behoeft geen betoog dat ik dat volk nu zie als een alles verscheurende leeuw.
Dat neemt niet weg dat ik 'intellectueel fatsoenlijk’ probeer te zijn. Wat het ook moge betekenen. Marx heeft ooit een essay geschreven dat 'Kritiek over de kritiek’ heet en waarin hij bepleit dat je constante kritiek nodig hebt, wil de maatschappij zich ontwikkelen. Mijn constante kritiek heeft me naar de rechterkant getrokken. Naïef? Wellicht. Maar ben ik onfatsoenlijk geworden? Of moreel losgeslagen?

Als moraliteit niet bestaat als een consistent gegeven, maar bepaald wordt door het perspectief (voor de een ben je vrijheidsstrijder, voor de ander terrorist), dan kun je moeilijk een waarde aan die moraliteit geven van juist of niet juist.
Maar dat mag natuurlijk wel. Alleen kom ik in opstand als ik het verwijt krijg dat ik immoreel zou zijn.

Het morele fatsoen van Sartre en De Beauvoir toonden ze toen ze Cuba bezochten. Beauvoir meende dat ze 'getuige was van een geluk dat veroverd was door geweld’. Later zou Sartre geen afstand nemen van het geweld van de Baader-Meinhof-groep. Integendeel.
Standpunten die ze innamen uit 'intellectueel fatsoen’ en die destijds door grote delen van de linkse wereld - en ook door mij - werden gedeeld.

De links-rechts-tegenstellingen in Nederland worden behandeld alsof ze heel duidelijk zijn. Links: PvdA, GroenLinks, SP, D66. Rechts: VVD, PVV. Maar dat is niet zo.

Je kunt die tegenstellingen niet meer analyseren met criteria als morele verontwaardiging of intellectueel fatsoen.