Faust is nooit ver weg

  1. Het misdadige denken
    Om te overleven moet een mens misdadig kunnen denken. Dat wil zeggen dat hij in staat moet zijn te denken tegen zijn geweten in. Laatst vroeg iemand mij of ik iemand zou kunnen doden. Ik dacht erover na: hoe en onder welke omstandigheden breng ik iemand om? Handig, dat weet ik nu.
    Maar ook om een andere reden is het misdadige denken goed. ‘Ik kan snel rijk worden’, zei ik laatst tegen Marscha. 'Hoe dan?’ 'Eenvoudig, ik pak een geweer en schiet X (een miljonair die wij kennen) neer als hij naar Zwitserland gaat, want dan neemt hij een miljoen dollar mee.’ Marscha vond dit flauw en goedkoop want je moet niet rijk worden door iemand neer te schieten. Vreemd. Een mens wil dus rijk worden met een schoon geweten, terwijl je met een slecht geweten snel rijk zou kunnen worden. Dat is de reden waarom misdadigers zo vaak in alles zo gemeen zijn. Ze hebben hun geweten afgelegd - dat werkte - maar dan kun je je niet meteen weer een geweten aanmeten. Eens je ziel verkocht, voor altijd je ziel verkocht. Faust is kortom nooit ver weg. Hoe vaak heb ik mijn geweten afgelegd?

  2. Hoe overleef je in het kamp
    Denk amoreel.
    Mijn moeder schreef eens op.

  3. Probeer onzichtbaar te zijn dus val niet op, neem nooit de leiding, maar sta ook niet achteraan.

  4. Spreek tegen niemand de absolute waarheid, maar lieg ook niet helemaal. Zorg er altijd voor dat je vaag blijft.

  5. Zorg goed voor jezelf. Was je elke dag, poets je tanden, doe aan fitness. Zo blijf je helder en gezond.

  6. Ben altijd in de omgeving van de leider. En ben je niet waar de leider is, weet dan waar hij is. Je moet de leider kunnen volgen of kunnen weerhouden.

  7. Verzin ook plannen die je alleen kunt doen. Alleen ontsnappen, alleen iets leuks doen.

  8. Zorg voor een geheime voorraad. Een geheime voorraad van alles. Geld, geneesmiddelen, gereedschap. Alles, alles, alles wat je te pakken kunt krijgen.

  9. Oefen je in stelen en zakkenrollen. Steel en rol zakken.

  10. Intelligente misdadigers
    Sommige criminelen zijn zo intelligent dat ze mooie misdadige uitvindingen doen. Ik hoorde van een bekende crimineel dat hij iemand kende die in de gevangenis een economische wet had uitgedacht - iets met vastgoedprijzen en beursnoteringen op langere termijn. Hij was daarmee multimiljonair geworden - maar hij bleef crimineel. Hij wilde dus niet dat zijn wet of formule bekend werd. Met zijn dood is die wet ook verloren gegaan. Een andere crimineel die ik ken schijnt internationale faam te hebben in het maken van zeer ingewikkelde illegale financiële constructies. Hij had meer status kunnen krijgen als hij in de legale wereld was gebleven maar dat wilde hij niet. Een deel van zijn genot zat ’m in het illegale. Deze crimineel kende de theorieën van de grote economen uit zijn hoofd. Hij las hun boeken en volgde hun wetenschappelijke publicaties. Hij wist precies waarmee ze bezig waren, maar weigerde zich op de universiteit te laten zien. Hij vroeg mij of ik zijn biografie wilde schrijven. Daar had ik niet zo veel zin in, want ik was niet helemaal vrij. Ik vroeg: 'Waarom wil je die biografie?’
    'Om te laten zien dat ik slimmer ben dan zij.’
    'Hoezo slimmer?’ vroeg ik.
    'Dat ben ik gewoon.’