Syrië: er is een waarheid en die is te vinden

Faustiaanse deal

Het Syrische regime gokte er met succes op dat het Westen liever voor het ‘mindere kwaad’ van Assad zou kiezen dan voor de islamisten van Isis en al-Nusra. Intussen is het land vanuit mensenrechtenperspectief het grootste probleem in de wereld.

Medium syrie

Vorig jaar hebben we de graven bezocht van de twee ooms van mijn vrouw die in 1944 – aan het eind van de Tweede Wereldoorlog – werden gedood toen Britse bommen per ongeluk op hun werkplek vielen. De andere bezoekers op de begraafplaats in Gorssel waren Britten. Een van hen was de oudere broer van een bemanningslid van een Lancaster, die de dood had gevonden toen zijn bommenwerper in de buurt door de Duitsers was neergehaald. Wij vertelden ze wat ons naar de begraafplaats had gebracht, en zij vertelden wat hen erheen had doen komen.

De Britten waren onze bevrijders en we blijven ze eeuwig dankbaar. Toch moest ik aan Syrië denken, waar ik tussen 1979 en 1981 als diplomaat werkte, en aan de baan die ik tot voor kort als Nederlandse gezant in Syrië had. Het is lastig om een vergelijking te maken. De ooms zouden zeker als collateral damage (onbedoelde slachtoffers) tellen als hetzelfde in Syrië was gebeurd. Maar voor welk doel?

In Nederland heeft nooit enige twijfel bestaan aan wat het goede doel was in de Tweede Wereldoorlog. In Syrië leken de zaken aan het begin van de revolutie ook helder als glas. Het Syrische volk was in opstand gekomen tegen een repressief regime dat systematisch gebruik maakte van martelingen en intimidatie om zijn greep op de macht te behouden. Maar in het vierde jaar van de opstand zijn de lijnen waziger geworden. Elke week kreeg ik de akelige oogst van gewelddadige sterfgevallen van het Violation Documentation Center in Syria, uitgesplitst naar mannen, vrouwen en kinderen, en naar de doodsoorzaak. Velen, zo niet de meesten, waren geen actieve strijders. Maar het waren ook niet allemaal onbedoelde slachtoffers. Het is een bekend feit dat het Assad-regime in het bijzonder, maar ook de radicale opstandelingen, collectieve straffen als hun voornaamste wapen hebben gebruikt in het conflict. Chemische wapens, vatenbommen in stedelijke gebieden en belegeringen om steden uit te hongeren zijn daar de bekendste voorbeelden van. Maar er worden ook veel andere middelen ingezet voor dit doel.

Al in een vroeg stadium had het regime islamistische leiders van de harde lijn vrijgelaten uit de Sednaya-gevangenis bij Damascus. Toen Isis en haar buitenlandse strijders Raqqa in het oosten van Syrië bezetten, liet Assad ze feitelijk met rust terwijl hij zijn wapens op de gematigde oppositie richtte. Het regime heeft altijd beweerd dat het niet te maken had met een volksopstand, maar met een aanval van islamitische terroristen. In de propaganda van het regime worden andere gewapende en ongewapende tegenstanders ook allemaal aangeduid als ‘terroristen’, of op z’n best als misleide mensen die bewust of onbewust de terroristische zaak dienen.

Onder deskundigen is het een aanvaard feit dat het Assad-regime altijd prioriteit heeft gegeven aan het verzwakken van de gematigde oppositie. Assad en zijn handlangers hebben heel goed begrepen dat hun kansen op overleven zouden stijgen als er een grimmige keuze moest worden gemaakt tussen Assad en Isis-leider Baghdadi. Zij gokten erop dat de westerse landen liever voor het zogenoemde ‘mindere kwaad’ zouden kiezen, ondanks het feit dat de oorlogsmisdaden van Assad zich op een veel grotere schaal hadden voltrokken. En tot op zekere hoogte heeft deze strategie vrucht gedragen. Ook in de Nederlandse media steekt de verleiding van een faustiaanse deal de kop op.

De truc van Assad heeft gewerkt, ook al heeft het Westen zich niet openlijk met hem tegen Isis (inmiddels IS) verbonden. Alleen al het met rust laten van Assad brengt de westerse landen dichter bij de posities van Rusland en Iran – de voornaamste steunpilaren van Assad. Als dat helpt het bloedvergieten een halt toe te roepen en tijd te winnen voor een politieke verandering, prima. Maar tot nu toe zijn de vooruitzichten niet goed. De mogelijkheid om een gematigde oppositie op te bouwen is gepasseerd. Wegens gebrek aan steun wenden veel Syriërs zich nu tot radicalere opties. In de tussentijd is Syrië een geopolitiek slagveld geworden – een open terrein voor allerlei soorten interventies van buiten. Vanuit het perspectief van de mensenrechten en de humanitaire hulp is Syrië vandaag de dag het grootste probleem in de wereld.

De mensenrechten zijn het enige kompas waarop we in dit gruwelijke verhaal kunnen varen. In Syrië zijn alle krachten der verwoesting ontketend – zowel van binnenuit als van buitenaf. De desintegratie van Syrië stookt het vuurtje in Irak op en omgekeerd. De gewelddadige sektarische en politieke twisten in Syrië voeden en worden gevoed door gewelddadige twisten in de hele regio van het Midden-Oosten. Deze infernale cyclus is lastig tot stilstand te brengen.

Aan één voorwaarde voor het stoppen van de verwoestingen is nooit voldaan: een Syrische of internationale consensus over een aanpassing of herinrichting van de machtsstructuur in Damascus. Want het moet iedereen duidelijk zijn dat we niet meer terug kunnen naar 2010. Je kunt niet een land verwoesten en vervolgens zeggen: ‘Hé, laten we het onder ogen zien: we hadden allemaal ongelijk, maar we kunnen beter laat dan nooit terugkeren naar de uitgangsstelling en een nieuw begin maken met het oude team.’ Er moet iets veranderen en die verandering moet van fundamentele aard zijn.

Het Assad-regime kent maar één manier om met de oppositie om te gaan. Voor het regime is iedere ernstige kritiek een rechtvaardiging om te moorden. Het aanjagen van angst is de enige truc die het kent. Wat moorden, folteren en het bedrijven van wreedheden aangaat is het regime van wereldklasse.

Dat betekent dat Assad niet als vanouds het land zal kunnen besturen. Evenmin is het regime in staat zijn manier van doen te veranderen. Daarom kan verandering alleen voortkomen uit een politieke regeling die door een internationale troepenmacht moet worden gesteund. Dat betekent niet dat de Syrische staat moet worden ontmanteld. Integendeel, de gematigde Syrische oppositie is het ermee eens dat – afgezien van het veiligheidsapparaat – de staat en zijn werknemers behouden moeten blijven. Dat is de enige manier om te voorkomen dat het land uiteenvalt. Maar Syrië kan niet als voorheen worden geregeerd door de muchabarat, de moordzuchtige veiligheidsdiensten.

Wat moorden, folteren en het bedrijven van wreedheden aangaat is het Assad-regime van wereldklasse

Uiteindelijk zullen ook de mensenrechten in Syrië hun intrede doen, in de ‘slipstream’ van een internationale troepenmacht. Geen van de strijdende partijen in Syrië en van hun regionale of andere sponsors buiten Syrië is in staat – of erin geïnteresseerd – de gruwelijke schendingen van de mensenrechten een halt toe te roepen.

Syrië heeft unieke trekjes als geopolitiek strijdtoneel en humanitair rampgebied. Het is een klassiek voorbeeld van een contrasterend paar: mensen en hun rechten, machten en hun gevechten.

Een diplomaat doet zijn werk noodzakelijkerwijs in dit morele schemergebied. Op de Turkse grens met Syrië sprak ik met een vrouw die een paar uur eerder haar man en andere familieleden was kwijtgeraakt door een luchtbombardement van het regime op Saraqib. Ik zag de pijn in haar ogen: de diepe, stille wanhoop. Mijn hart ging naar haar uit.

Zó veel ongerechtvaardigde moordpartijen, die al jaren doorgaan, op slechts een paar kilometer van de grens met de Navo. Waarom kunnen we niet op z’n minst een einde maken aan het gebruik van vatenbommen, die al zo veel duizenden burgers het leven hebben gekost? Ik voelde mee met deze Syriërs, zelfs met de mannen die ter verdediging van hun gezinnen zelf wapens ter hand hebben genomen. Ik zou hetzelfde hebben gedaan. Wie zou ze anders moeten beschermen? Het is een schandalige toestand: miljoenen burgers die zonder enige vorm van bescherming zijn overgeleverd aan hun beulen.

Als diplomaat ben je werkzaam in een complex mijnenveld van internationale betrekkingen. Deze betrekkingen zijn afhankelijk van vele factoren – niet alleen Syrië. Om diverse redenen heeft Syrië de pech in een internationaal niemandsland te zijn veranderd.

Het ergste is dat dit veel Syrische groeperingen en externe machten helemaal niets kan schelen. Ik heb nooit gezien of gehoord dat Assad ook maar op enige wijze uitdrukking heeft gegeven aan zijn medeleven met de ruim tweehonderdduizend slachtoffers die hij heeft gemaakt. Hetzelfde geldt voor Islamitische Staat of al-Nusra. Zij leven van hun vijandbeeld. Zij moorden zonder de geringste wroeging. Toch weten we dat de overgrote meerderheid van de Syriërs niet zo is. Maar de angst en de meedogenloze propaganda zorgen ervoor dat het lot van ‘de ander’, van de vijand, hen minder ter harte gaat.

Zal het mogelijk zijn zo’n land weer tot één geheel te maken? We hebben hier te maken met het erfgoed van vijftig jaar westerse veronachtzaming van de wrede repressie door de Iraakse en Syrische Baath-regimes. Tijdens de Koude Oorlog waren ze volkomen vrij om hun burgers te behandelen zoals zij wilden. Pas met de Iraakse invasie van Koeweit werd het Westen attent gemaakt op de risico’s die deze regimes met zich meebrachten. Het regime van Assad is erin geslaagd het lot van Saddam te ontlopen. Maar de internationale risico’s die het teweegbrengt zijn niet minder reëel.

Als er in Damascus een regering zou zitten waarmee de internationale gemeenschap zou kunnen samenwerken, in plaats van een verzameling oorlogsmisdadigers, zou de strijd tegen de islamitische extremisten van IS zo klaar zijn als een klontje. In het geniep met Assad samenwerken is geen alternatief. Hoe zou dat ook kunnen, gezien het feit dat zijn regime de oorzaak is van alle radicalisering? Maar waar is de regering die in Damascus als partner zou kunnen fungeren? Daarvoor hebben we de medewerking van Iran en Rusland nodig. En dan is de cirkel weer rond.

Eén belangrijk element in dit verhaal is het opbouwen van een stevige hoeveelheid informatie en opinies over wat er werkelijk gebeurt in Syrië en Irak. De ene dag maken de media gewag van aanvallen met chemische wapens. De andere dag staan de voorpagina’s bol van de verwoesting van Homs. Weer een dag later gaat al het nieuws over Maloula of Kobani. De verschrikkingen van IS jagen het Westen meer angst aan dan die van Assad – ook al hebben we beelden van platgegooide steden en weten we van de duizenden die zijn doodgemarteld in de detentiekampen van Assads regime. Hoe kunnen we ons publiek informeren als we ons laten beïnvloeden door de waan van de dag?

Wat de media ons bieden, ondanks een paar voorbeelden van uitmuntende verslaggeving, heeft dikwijls meer te maken met onze eigen situatie in Europa en de VS dan met de werkelijkheid ter plekke in het Midden-Oosten. Doordat daar vrijwel geen verslaggevers vrijelijk kunnen opereren en het Rode Kruis geen toegang krijgt tot de gevangenissen en de detentiekampen tast onze publieke opinie deels in het duister. Het Violation Documentation Center en het Syrian Observatory for Human Rights en vele anderen beschikken wel over de informatie, maar die wordt niet gebruikt in de discussies in de parlementen en de media. Zogenoemde evenwichtige verslaggeving levert op z’n best een verzameling halve waarheden op. Maar er is wel degelijk een waarheid, en die is te vinden. Het gaat erom die waarheid naar buiten te brengen.


Deze tekst sprak arabist en voormalig diplomaat Marcel Kurpershoek uit op vrijdag 30 januari bij de opening van het Human Rights Weekend in Amsterdam. In 2008 verscheen van hem bij Augustus In limbo: Op de grens in het Midden-Oosten.
Vertaling: Menno Grootveld


Beeld: Syrië, Aleppo (Teun Voeten)