Faux pas een onaangename verrassing van het nationale ballet

Les presages is een van de ‘drie beroemde balletten’ die Het Nationale Ballet uitvoert in het Muziektheater te Amsterdam. Nog te zien op 25, 26 en 28 februari en op 1 maart.
‘Les presages’ van Leonide Massine, dat het Nationale Ballet momenteel in het Amsterdamse Muziektheater vertoont, roept de nodige twijfels op. De gestrekte armen en zwaaiende benen aan het slot van dit ballet uit 1933 deden wel heel erg sterk denken aan de esthetiek van het nazisme. Waarom werd dat er niet even bij vermeld? En waarom leek bijna niemand in het publiek zich eraan te storen? Als een man veerde het publiek in het Amsterdamse Muziektheater uit het rode pluche omhoog.

Het opgewonden gejuich na afloop van het combinatieprogramma van Het Nationale Ballet overstemde een enkele armzalige boeroeper. Zelf was ik niet in staat tot reageren, te verbijsterd als ik was door mijn beleving van zoveel totalitaire dansesthetiek. Een cohorte Spartaans gedrilde ballet dansers verdreef met Sieg Heil-armen, driftige benen en puntige knieen een hitsige groen-zwarte faun van het toneel. Aangemoedigd door duistere krachten en vervuld van sluimerende passie en schalkse frivoliteit uniformeerden de danssoldaten hun wilskracht in strakke lijnen en curven, onder aanvoering van een Spartacus. Zij waren de bewegende gewrichten, de anonieme raderen in een collectief heldendom. Tsjaikovski’s Vijfde Symfonie onderging het lot van de Walt Disney-song voor de zeven dwergen van Sneeuwwitje: ‘Hey ho, hey ho, after work we go!’
Bij zoveel seksistisch pathos en monolitische massaliteit viel ik stil. Ik zag Les presages, een ballet dat Leonide Massine (Miasin) in het voorjaar van 1933 op verzoek van ex-kozakkengeneraal in balletzaken Colonel de Basil creeerde en dat hij in 1958 op uit nodiging van Sonia Gaskell bij het Nederlands Ballet instudeerde. Enkele filmbeelden van zijn bezoek aan de Haagse balletstudio zijn bewaard gebleven: een kordaat heertje met een haarnetje om zijn kalende schedel slaat druk gebarend en kauwend op de binnenkant van zijn wang de maat. Met fonkelende ogen en een verbluffende souplesse danst de dan 63-jarige Massine de met hun armen over elkaar toekijkende kaaskoppen voor hoe zij vooral vloeiend en heupwiegend hun passen moeten verbinden. Sonia Gaskell zelf, op puntige pumps en in mantel pak, kijkt vanaf de spiegel toe met even fonkelende, niets ontziende ogen.
Hoezeer dit ballet haar ter harte ging blijkt uit het feit dat zij het bij de start van Het Nationale Ballet in 1961 op het openingsprogramma zette. Destijds was ik te jong om deze voorstellingen bij te wonen. Nadien is het ballet ook nooit meer hernomen. Dus moest ik me voor een beeld van Massine’s 'meesterwerk’ met danshistorische literatuur en mond-tot-mondreclame behelpen.
In het Complete Book of Ballets (1951) van Cyril Beaumont worden de vier delen van Les presages op Tsjaikovski’s Vijfde Symfonie (1888) uitgebreid beschreven: de Daad is een vlammende Partizane, begeleid door twee vrouwen, Ambitie en Verleiding genaamd; de Hartstocht is een jong stel dat het conflict tussen profane van sacrale liefde beleeft; de Frivoliteit is een rondfladderend tijmblauwtje; de Strijd, als de culminatie van het menselijk lot, is de door een held aangevoerde collectieve verdrijving van het lot. De hieroglyfische, hoekige en vooral heroische posen waarmee het ensemble in slagorde moest bewegen worden als een direct vervolg gezien op de constructivistische bewegingsplastiek die Massine al jaren eerder bij het gezelschap van Diaghilev aan den lijve had leren kennen, met name in L'apres-midi d'un faune en Le sacre du printemps van Nyinsky, in Les noces van Nyinskaya en in Apollon Musagete van Balanchine. Horst Koegler, eindredacteur van de Concise Oxford Dictionary of Ballet (1977) vatte bondig samen: 'It depicts man’s struggle with his destiny.’ Zo omzeilde hij heel handig de vraag wat Massine nou eigenlijk met Les presages voorspelde.
Algemeen wordt aangenomen dat Massine zich een volgeling van zijn collega’s in de Sovjetunie (Gorski, Koleizovski, Loepoekov) wilde tonen, overigens zonder dat hij hun toepassing van het constructivisme ooit had kunnen zien, want hij verliet zijn geboorteland in 1914 om er pas in 1961 als toerist terug te keren. Zelf schreef Massine in My Life in Ballet (1960) dat hij door de massaliteit van de tempels in Agrigento, Paestum en Selinus (Sicilie) op het idee van lineaire beweging was gebracht.
In 1933, zo schreef Kathrine Sorley Walker in haar studie over het gezelschap dat Massine’s eerste symfonische ballet in Monte Carlo uit bracht, veroorzaakte Les presages de nodige opschudding, overigens niet vanwege de gewraakte bewegingen of de ideologische associaties die zij teweegbrachten. Vooral muziekexperts reageerden verontwaardigd op Massine’s heiligschennis om naar eigen gerief in Tsjaikovski’s Vijfde Symfonie te snijden en haar met zulke zware symboliek te overladen. Dat werd destijds hoe veel zeggend! heel wat erger gevonden dan de onverholen fascistoide ogende motoriek, zoals zij die dagelijks om zich heen konden waarnemen en die nu zo sterk aan de granieten, lompe oorlogsmonumenten van totalitaire regimes doet denken.
Hoewel het 'meesterwerk’ in de jaren zestig weer in de kist met mottenballen verdween, is het als ik mijn oudere collega’s moet geloven in ambachtelijke zin geenszins van het Nederlandse danstoneel verdwenen. Met name Rudi van Dantzig en Toer van Schayk zouden zich door Massine’s symbolistische, architectonische stijl hebben laten beinvloeden in hun zo plas tisch omgezette balletteske engagement. De ambachtelijke, dansidiomatische stok die Massine met dit ballet doorgaf, mag misschien evident zijn voor het publiek dat het oeuvre van deze twee Amsterdamse huischoreografen kent, dat laat de vraag onbeantwoord waarom zowel Gaskell als haar dansers zich destijds niet duidelijker van de bedenkelijke moraal en politieke implicaties van dit ballet distantieerden. Waarom lieten zij zich zo opzwepen door de onsmakelijke dictatoriale symboliek? Kennelijk meenden zij oprecht dat een dergelijke vormgeving en gestileerde constructie betekenisloos kunnen blijven.
Gaskells waardering voor Les presages is nog opvallender in het licht van haar diepe bewondering voor dat andere ballet uit het seizoen 1932-33, De groene tafel van Kurt Jooss. Hoewel beide balletten een typisch produkt van de jaren dertig zijn en werden gemaakt in het jaar dat Hitler rijkskanselier werd, is een grotere tegenstelling in het voorgestelde mensbeeld ondenkbaar. Jooss wijst op de tragiek van oorlog en militarisme als onder deel van het menselijk bestaan. Daarvoor introduceerde hij de doodsfiguur die maaiend en stampend iedereen ophaalt: niemand ontspringt deze dans. In een mengeling van constructivisme en expressionisme zinspeelt Massine op de militante energie, de triomferende wilskracht van de massa en de heroische passie van strijd zonder erbarmen. De oorlog is de finale, waarin actie, passie en frivoliteit een apotheose vinden. De groene tafel is een dodendans, Les presages is een levenselixer dat het publiek geweld laat slikken in de vorm van heldenverering.
Daarom wil ik, anno 1994, Les presages niet zomaar als een 'uitsmijter’ voorgeschoteld krijgen. Ten aanzien van de onvermijdelijke suggesties van dit ballet vermeldt de programmatekst, zonder omzien naar het heden, slechts dat destijds bij de premiere in 1933 kunstenaars en links-liberale intellectuelen bezwaar maakten: de figuur van de Held en het motief van de geheven arm leken naar de nazi-bruinhemden te verwijzen.
De waarschuwende stemmen werden echter luide overstemd door uitzinnige zalen.
Zestig jaar later gebeurde het zelfde in het Amsterdamse Muziektheater. Les presages ging erin als te bejubelen koek. Hoe gaaf, vol overgave en dus opzwepend ook gepresenteerd, over de onverteerbare ingredienten van deze koek is weinig twijfel mogelijk. Waarom gefascineerd raken door een rij van twintig opgeheven armen en zwaaiende benen die als een razende stoomwals achter hun held marcheren, een satyr-satan verjagen en daarmee het lot van 'de mens’ in eigen handen nemen? Op de F-schaal van Adorno, die de gevoeligheid voor autoriteit meet, zou dit ballet hoog scoren. Soms kunnen op zich mooie passen, posen, patronen omwille van hun idee heel lelijk zijn.