Favorieten

Marja Pruis leest veel meer dan ze in De Groene kan of wil bespreken. Deze week: een romance tussen een kwaliteitsboekhandelaar en de vertegenwoordigster van een literaire uitgeverij, en dat is natuurlijk op zich al te mooi om waar te zijn.

Ik was benieuwd naar dit boek vanwege Young Jane Young, de roman van dezelfde schrijfster die ik in het zomernummer tipte. Deze is vooral heel charmant, misschien een beetje té. Het gaat over de romance tussen een kwaliteitsboekhandelaar en de vertegenwoordigster van een literaire uitgeverij, en dat is natuurlijk op zich al te mooi om waar te zijn. En dan is er ook nog iets met een vondeling. Dat het boek me toch op een prettige manier afleiding heeft bezorgd – en welke boeken zijn daartoe in staat – en me zelfs een traan heeft doen plengen, komt door de slimme manier waarop allerlei ándere verhalen en schrijvers in dit verhaal zijn verweven.

De eigenaar van de boekhandel Island Books op Alice Island, A.J. Fikry, beschrijft in korte lemma’s, maximaal anderhalve pagina, zijn favoriete verhalen; hij laat op deze manier als het ware een soort schaduwbibliotheek achter voor zijn aangenomen dochter in wie hij een schrijfster vermoedt, en die sowieso een fervent lezer is.

Ik ken niet alle verhalen die hij eruit pikt voor het nageslacht, maar op grond van het speciale van de verhalen die ik wél ken – zoals ‘Een gesprek met mijn vader’ van Grace Paley -, ben ik nu van zins die nog onbekende op te gaan zoeken. Bijvoorbeeld ‘De meisjes in hun zomerjurken’ van Irwin Shaw, dat als volgt door Fikry wordt beschreven: ‘Man kijkt naar andere vrouwen dan zijn echtgenote. Echtgenote keurt dat af. Prachtige wending, of eigenlijk meer een ommekeer, aan het eind. Jij bent een goede lezeres en je zult het waarschijnlijk wel zien aankomen. (Is een wending minder bevredigend als je die ziet aankomen? Wijst een wending die je niet ziet aankomen op een slechte opbouw? Dat zijn dingen waar je bij het schrijven rekening mee moet houden.) Dit heeft niet echt te maken met schrijven, maar… misschien zul je op een dag aan trouwen denken. Kies dan iemand die denkt dat jij de enige persoon in de kamer bent.’

Dat is dus ook nog eens het mooie: de terloopsheid waarmee technische schrijfkwesties op één lijn worden geplaatst met levensvragen. Had ik nog weer een kalender Schrijven is scheuren voor 2020 mogen maken, dan had ik dankbaar uit dit boek kunnen putten. Ondertussen probeer ik de bladzijde terug te vinden waar mijn traan viel, ik kan ‘m niet meer vinden. Het had iets te maken met het boekje dat de vertegenwoordiger van de uitgeverij ooit van haar vader kreeg toen ze haar diploma haalde, ‘Een goede man is moeilijk te vinden’ van Flannery O’Connor. Fikry leert het uit liefde voor haar ook waarderen en schrijft er dit over: ‘Een gezinsuitstapje gaat mis. Amy’s lievelingsverhaal. (En ze lijkt op het eerste gezicht zo lief hè?) Amy en ik hebben niet altijd dezelfde smaak, maar dit vind ik ook leuk. Toen ze me vertelde dat het haar lievelingsverhaal was, stelde ik me vreemde en wonderlijke dingen voor over haar karakter waarvan ik het bestaan niet had vermoed, duistere plekken die ik misschien zou willen bezoeken. Mensen vertellen saaie leugens over de politiek, God en de liefde. Je weet precies wat je over iemand moet weten door het antwoord op de vraag: “Wat is je lievelingsboek?”’

Mensen vertellen ook saaie leugens over literatuur. Wat hun lievelingsboeken zijn bijvoorbeeld, en waarom. Ik heb lang gedacht dat Flannery O’Connor ook een van mijn favoriete auteurs was, maar als ik eerlijk ben ben ik haar allengs naargeestiger gaan vinden en heb ik niet echt de neiging verhalen van haar te herlezen. Sowieso is naargeestigheid iets wat ik vroeger meer waardeerde in literatuur, misschien zelfs dacht ik dat het een eigenschap was van echte literatuur. Volgens Julian Barnes houd je er op een gegeven moment mee op boeken te waarderen die je verontrusten, maar deze gedachte wil ik niet toelaten. Volgens mij is het meer een kwestie van een afnemende gevoeligheid voor gearriveerde opvattingen.

Ik heb ruim tien jaar de boekenpagina’s in LINDA. gemaakt, vast onderdeel daarvan was ‘de persoonlijke boeken top 5 van..’. Omdat ik de laatste aflevering net heb geschreven, heb ik in een opwelling mijn eigen top 5 genoteerd. Zoiets kan niet anders dan in een opwelling gebeuren, om te onderstrepen dat het een momentopname is. Op z’n LINDA.’s heb ik ze heel kort gekarakteriseerd.

  1. The Gathering van Anne Enright > Negen broers en zussen komen bijeen in Dublin om hun jongste broer Liam te herdenken. Niemand schrijft zo intens, diepzinnig en droefgeestig over familieverhoudingen als deze Ierse schrijfster.

  2. By Nightfall van Michael Cunningham > Peter en Rebecca hebben het goed voor elkaar in hartje New York, tot de jongere broer van Rebecca zijn intrede doet. Hoe een solide bestaan zomaar ten onder kan dreigen te gaan.

  3. Mélodie d’amour van Margriet de Moor > Aangrijpende roman over de verschillende liefdesrelaties waarin een mens gedurende zijn leven verzeild kan raken. Ik begrijp niet waarom dit niet iedereens lievelingsboek is.

  4. Anagrams van Lorrie Moore > Benna Carpenter is de gedroomde poëziedocente, streng doch rechtvaardig. Ze leeft zich uit op haar studenten, en heeft ondertussen ook zo haar eigen sores. Onnavolgbaar dramatisch en geestig.

  5. Niets te verliezen en toch bang van Renate Rubinstein > Een van de eerste egodocumenten in de Nederlandse literatuur. Nog steeds onthutsend scherp verslag van een echtscheiding en het verdriet daarover. Kan ’t altijd herlezen.