Kristen Stewart als Diana in Spencer. Regie Pablo Larraín © The Searchers

Als Spencer van Pablo Larraín niet over Lady Di gaat, waar gaat het dan wél over? Ik bedoel, ik hoop op méér. Dat hij daartoe in staat is, toonde deze Chileense cineast immers met het prachtige, meanderende Jackie, over Jacqueline Kennedy. Bovendien kun je zeggen, zeker na The Crown, dat we nu zo ongeveer alles weten over de prinses van Wales als feministisch icoon en als people’s princess die opstaat tegen het tirannieke Huis van Windsor en het verstikkende Britse klassenstelsel. Tenzij Spencer wél over Diana gaat – in dat geval zeg ik: succes ermee – moet hier iets anders aan de hand zijn.

Spencer is gedrenkt in gothic horror vergezeld door verontrustende jazzmuziek gecomponeerd door Jonny Greenwood van Radiohead. De psychische aftakeling van Diana, die een hoogtepunt bereikt tijdens de kerstviering van de Windsors in Sandringham House, echoot die van de jonge vrouw, Catherine Deneuve, in Roman Polanski’s Repulsion (1965). ‘Weerzin’, inderdaad. Diana walgt van haar leven, van de lapzwans Charles met zijn Camilla Parker Bowles, van Hare Majesteit met haar groteske Corgi-hondjes, van alle belachelijke regels. Van meet af aan kampt zowel Deneuve in Polanski’s film als de wonderbaarlijk acterende Kristen Stewart als Diana in Larraíns film met mentale fragmentatie: Deneuve ziet een scheur in het cement van het trottoir in Repulsion, Stewart merkt een vogelverschrikker op in de buurt van haar ouderlijk huis in Spencer. Voor beide vrouwen kantelt de werkelijkheid; ze is opeens vatbaar voor interpretatie.

Spencer is ‘een fabel gebaseerd op een waar gebeurde tragedie’, aldus Larraín. Een fabel uit de hel – zoveel is duidelijk wanneer Diana arriveert voor het koninklijke kerstdiner waar ordonnansofficier majoor Alistair Gregory (Timothy Spall) klaarstaat om haar te wegen. Want op orders van Hare Majesteit dient iedereen na de drie kerstdagen minstens drie stone te zijn aangekomen. Natuurlijk, we weten dat Diana aan eetstoornissen leed. Maar dat ze bij iedere gelegenheid die ze krijgt alles eruit gooit, is slechts het halve verhaal. Dieper beschouwd is haar crisis die van een mens geconfronteerd met de grenzen van vrijheid en macht. Diana heeft geen keuze meer: ze hunkert naar haar verleden, naar de troost van de euforische, onbekommerde tijd van haar jeugd, maar ze zit gevangen als een fazant opgejaagd voor de jacht, een metafoor in de film. Dit tekent de aftakeling. Zoals fazanten worden gefokt om te worden afgeschoten door de mannen van het koninklijk huis, wrang genoeg zelfs door haar eigen zoon, zo wordt zij voorbereid voor de troon door mannen als majoor Gregory. Een eigen ik heeft ze niet meer. Gevolg: waanzin en psychose.

Larraíns cameravoering accentueert balans in beelden van bijvoorbeeld de mooie tuinen van Sandringham House. Dan is Diana als een wervelwind die alles omver dreigt te blazen. Ze is geen revolutionair, maar een mens, speelbal van het lot. Mooi is dat Spencer een uitweg voorstelt. Die is gedroomd, maar daarom niet minder plausibel. Wat je nodig hebt, zegt iemand tegen Lady Di, is ‘liefde, humor en nu en dan geshockeerd zijn’. Dit, denk ik dan, wil ik ook.

Nu te zien in de bioscoop