#4

FC Barcelona

Ik kijk naar het Nederlands elftal, de dames. De mannen doen net als ik niet meer mee. Het zijn de kwalificatiewedstrijden voor het WK. De meiden doen het goed. Sinds het behalen van de Europese titel hebben de camera’s de dames gevonden en zijn ze in beeld. Eindelijk staat het Nederlandse vrouwenvoetbal op de kaart. Ik volg ze, een beetje, ergens doet het pijn. Ik kijk naar mijn benen. ‘Waarom laten jullie me zitten?’ zeg ik hardop tegen de stakkers. ‘Anders hadden we gewoon mee kunnen doen.’

Ooit heb ik tegen de dames van FC Barcelona gespeeld. Helemaal waar is dit niet. In voorbereiding op een nieuw seizoen is er in de zomer een internationaal toernooi bij de dames van Potsdam. En ik, net van de meisjes naar de dames, mag mee.

We zitten in een sjiek hotel en ’s avonds gaan we op stap. Het toernooi begint pas de volgende dag. Als we ’s ochtends de gordijnen openen zien we de dames van Barça al trainen. Tegen elkaar spelen hoeven we niet. We zitten in een andere poule. Maar dan, in de knockoutfase op weg naar finaleplaatsen, is er een penaltyreeks nodig. Wij, scBuitenveldert, tegen het wereldberoemde tenue. De Spaanse dames spelen de ene wedstrijd in het uit-, een volgende in het thuistenue. Ik wil zo graag een shirtje ruilen maar een eigen heb ik niet. Bij het omkleden was elk nummer al vergeven. Op het lijstje voor de penaltyreeks komt mijn naam niet voor. We verliezen en liggen eruit. Jammer, penalty’s nemen kon ik wel. De penaltybokaal had ik bij de meisjes vaak gewonnen maar hier bij het eerste van de dames heb ik als ‘wisselste wissel’ nog weinig te vertellen.

Medium schermafbeelding 2018 04 25 om 16.59.28

Ajax: vroeger wilde ik er als een godenzoon spelen maar ik was geen jongetje en meisjes speelden niet mee. Tegenwoordig hebben ze een damesteam maar is het voor mijn benen allemaal te laat. Hoewel, het is de vraag hoe ik, mij kennende, met de druk en de spanning om was gegaan. Ik zie me nog zitten in de spelersbus. We zijn voor de competitie in de landelijke hoofdklasse op weg naar de dames van Velocitas in het hoge noorden. Ik ben een rechtsbuiten, ook rechts-half voel ik me op m’n plek. Onderweg op de snelweg in de bus krijgen we de opstelling te horen. ‘Saar rechtsback’. Ik krijg een hartverzakking. Mijn ogen zoekend naar de dichtstbijzijnde nooduitgang, ik moet hier weg. Niet veel later komen we aan. Ik stap uit en kleed me om. Verder ben ik de wedstrijd zo snel mogelijk vergeten.

Op de grond in mijn woonkamer staat een uitvergrote foto. Het is het jaar waarin Ajax landskampioen wordt en de Champions League wint. Mijn vader heeft ons meegenomen naar de Amsterdamse velden van Wartburgia waar Van Gaal met een handjevol spelers, ‘de cup met de grote oren’ en de schaal naartoe is gekomen. Mijn zusje en ik gaan op de foto met tussen ons in en hoog boven ons uit: Nwankwo Kanu. Wanneer de foto weken later wordt afgedrukt blijkt dat achter ons John van den Brom in het beeld erbij is gesprongen, we zijn gefotobrombt. De jonge gezichten, de kleding, de tijd vóór alle telefoons met camera. Het is lang geleden. De tijd dat mijn lichaam nog vrij kon bewegen.