Fc den haag

Toen FC Den Haag van de helling begon af te glijden, was er geen houden meer aan. Het laatste redmiddel is de omdoping (of ‘terugdoping’) van de club in ‘Ado Den Haag’. Wanneer keert Dick Advocaat eindelijk terug om van zijn oude club een waardige concurrent van Ajax te maken?
AL JAREN STAAN droevige clubs als Excelsior, Eindhoven, Helmond Sport en Dordrecht ‘90 op de nominatie om geschrapt te worden uit het betaalde voetbal. Maar aangezien niemand als de asociaal te boek wil staan die de 'arme kleintjes’ het laatste zetje over de rand geeft, blijven deze deprimerende betaald-voetbalorganisaties (BVO’s) jaar na jaar elf contractspelers op pad sturen om in naargeestig lege stadions hun povere kunstjes te vertonen. Wie zal er een traantje wegpinken als deze clubs zich in de rijen der amateurs schikken? Anderhalve kanariepiet, meer niet. Want in al deze regio’s zijn veel aantrekkelijker alternatieven om een leuk avondje of middagje profvoetbal te beleven.

Het afgelopen jaar voegde zich echter een grote club van naam in dit troosteloze gezelschap. Een club die van ellende het liefst even onder de grond was verdwenen om aldaar doof te kunnen blijven voor dat ene verschrikkelijke feit: dat ze onder Excelsior, onder Eindhoven, onder Helmond Sport en onder Dordrecht ‘90 op de allerlaatste plaats van de eerste divisie bivakkeerden. Een club die ooit is opgericht als het vlaggeschip van de derde stad van Nederland: FC Den Haag. Hoe heeft het zo ver kunnen komen in een stad vol voetbalfans en talentvolle straatschoffies?
Het wetenschappelijk meest verantwoorde antwoord luidt dat FC Den Haag (daterend van 1971) als fusie van Holland Sport en Ado een misgeboorte is geweest. Dat de Stichting FC Den Haag onder druk van technocraten van de gemeente de wortels heeft doorgesneden met de 'levende voetbalculturen’ van deze roemrijke amateurverenigingen en nooit een 'identiteit’ heeft gehad. In het allereerste supportersboekje uit 1972 windt zelfs kersvers FC Den Haag- voorzitter Herman Choufour geen doekjes om de tumultueuze ontstaansgeschiedenis. 'Voordat de geboorte van de nu enige Haagse profclub een feit was, hadden zich heel wat opwindende gebeurtenissen afgespeeld. Het is eenieder misschien nog wel bekend wat een roerige tijd het het was voor dat huwelijk tussen Ado en Holland Sport tot stand kwam. Gezien de aanlokkelijke voorstellen die de gemeente Den Haag beide partners deed, was dit voetbalhuwelijk als het ware “een moetje”.’
'HOEWEL NIET de enige verklaring voor de huidige stand van zaken, is het verbreken van de banden met het amateurvoetbal al vijfentwintig jaar een handicap voor FC Den Haag’, zegt Mark Wotte (35), ex-speler, ex-jeugdtrainer en volgend jaar hoofdtrainer van FC Den Haag. 'Er zit geen fundament onder deze club. Heel veel talenten uit deze regio, onder wie Blinker en Taument, zijn door het ontbreken van een goede jeugdopleiding elders gaan voetballen.’
De afgelopen jaren pas heeft FC Den Haag dit gemis onderkend. Men ondernam diverse pogingen om weer aansluiting te vinden met de amateurvereniging Ado, om zo opnieuw verzekerd te zijn van een goede doorstroming van jeugdspelers. Maar in de Ado-kantine hadden enkele Haagse stijfkoppen hun toenmalige verzet tegen FC Den Haag nog iets te helder voor ogen, en meenden ze hun gelijk alsnog binnen te slepen door 'de grote jongens’ van FC Den Haag twintig jaar na dato de deur te wijzen.
Is hier sprake van een profclub die klemvast zit in de houdgreep van een stelletje liefhebbers? Wotte (hoofdschuddend): 'In feite wel, ja. Jarenlang hebben al die oude sentimenten het ontstaan van een gezonde, nieuwe structuur tegengehouden. De besturen waren niet sterk genoeg om het vijandbeeld te doorbreken. Behalve dit bestuur.’ Want jawel, Ado en FC Den Haag worden eindelijk weer een, en wel onder de naam: HFC Ado Den Haag. Hoeveel gezag de amateurclub heeft, blijkt uit de snelheid waarmee Wotte de naam 'FC Den Haag’ corrigeert in 'Ado Den Haag’. 'Niet vergeten, he?’ commandeert hij. 'Vanaf nu spreken we over Ado Den Haag.’
De niet-wetenschappelijke verklaring voor het afglijden van de club schuilt in de aantrekkingskracht op het meest beruchte schoftentuig van Nederland. Na een decennium lang de schrik te zijn geweest voor bezoekende topclubs (met vedetten als Aad Mansveld, Tscheu-la Ling en Johnny Dusbaba en de noeste werker Dick Advocaat), kwam FC Den Haag vanaf begin jaren tachtig voornamelijk in het nieuws als merknaam van zich supporters noemende vandalen, die overal in het land hetzij een spoor van vernielingen achterlieten, hetzij racistische taal uitsloegen waarvoor de huidige staatssecretaris van sportzaken, Terpstra, een verdriedubbelde hoeveelheid antiracisme-ambassadeurs zou inhuren. Zelfs nu nog worden leden van de spoorwegpolitie gillend wakker als ze aan de geel-groen getooide roversbende uit Den Haag denken. Ongekend dieptepunt was het in de fik steken van de eigen hoofdtribune in 1983, waarna de Haagse hoofdmacht een seizoen lang de thuiswedstrijden in een desolate, winderige ambiance moest afwerken.
Wotte slaakt een diepe zucht als het rellerige imago van zijn club ter sprake komt. 'Alles wat hier gebeurt, wordt onder een vergrootglas gelegd’, zegt hij. En: 'In elke stad heb je nou eenmaal te maken met randgroepjongeren.’ En: 'Weet je dat er hier de afgelopen vijf jaar bijna niets gebeurd is?’ Wotte en de andere enthousiastelingen die de club nieuw leven willen inblazen, zijn de negatieve sfeer rondom de club zo zat dat ze het verleden het liefst helemaal zouden doodzwijgen. De pijn zit vooral diep omdat de hooligans op een cru ciaal moment de pas naar een gulle geldschieter hebben afgesneden. In een tijd dat voetbal voor het eerst als 'produkt’ werd gezien en grote bedrijven met miljoenen begonnen te smijten, moest FC Den Haag de directiekamers langs met een imago dat haast nog slechter was dan dat van de Centrumpartij.
GEEN WONDER DAT de club in haar overlevingsdrang bij dubieuze zakenlieden terechtkomt, zoals het malafide bedrijf Alrecon en later bij de publiciteitsgeile directeur van Starlift BV, de heer De Stoop, die in de verketterde club juist een leuk project ziet om de voorpagina’s te halen. Wotte rangschikt die periode onder het kopje 'bestuurlijke onrust’, al kan hij een lachje niet onderdrukken als hij denkt aan de Stoop- manier om een club te laten marcheren. 'Aan het einde van het seizoen trok hij zijn portemonnee open voor de twee jeugdelftallen van FC Den Haag. Dan gaf hij een paar dikke flappen en zei: “Ga maar lekker eten met die jongens.” ’
In Spanje en Italie heb je figuren a la Stoop die zo rijk zijn dat ze een club in hun eentje overeind houden, maar de liftenfabrikant hield zijn hobby na een tijdje voor gezien.
Wie anno 1996 het stadion Zuiderpark bezoekt, komt louter vriendelijke mensen tegen, die zich noest en veelal op vrijwillige basis inzetten voor de club. Men loopt over van de goede bedoelingen, ook Wotte. 'We hebben nu een vijfjarenplan klaar liggen’, zegt hij. En ik moet goed begrijpen dat 'de tijd van de korte-termijnvisie’ definitief voorbij is. Niemand laat zich meer gekmaken binnen de club. Steun van de gemeente is natuurlijk welkom, maar men rekent er niet op. Want sinds de van overheidswege afgedwongen oprichting van FC Den Haag heeft het nooit echt geboterd tussen club en gemeente. Wat ooit bedoeld was als een project om de Haagse bevolking 'passief te laten recreeren’, ontaardde in een alibi voor het Haagse tuig om actieve recreatie te plegen en hele winkelstraten ontzield achter te laten.
Hoe lief de nieuwe HFC Ado Den Haag wil zijn, blijkt onder meer uit de titel van de westelijke tribune, die onder het sponsorschap van ene Jan Knijnenburg is omgedoopt tot 'Jan Knijnenburg gezinstribune’. En hoe lief ook de supporters zijn geworden, laat het zogenaamde 'graffitiproject’ zien. In opdracht van het bestuur zijn de voormalige belhamels de westelijke ingang te lijf gegaan met spuitbussen en hebben ze de helden van weleer - onder wie Mansveld en Advocaat - in eigentijdse stijl vereeuwigd. Hoe schattig!
Het enige dissidente geluid komt van de beheerder van het supportershome, Ben van Tichem. 'Wotte is een goeie jongen, streng voor de spelers, daar niet van. Maar om uit het dal te klimmen is het niet genoeg. Deze club heeft een naam nodig.’ Hijzelf zegt al in contact te staan met de uiteindelijke verlosser: ex-bondscoach Dick Advocaat.
Grinnikend: 'Zijn laatste klusje wordt FC Den Haag.’