New Orleans viert Mardi Gras

Feest en verkiezingen in een verloren stad

Dinsdag vierde New Orleans zijn geliefde feest: Mardi Gras. Het werd een vervreemdend carnaval in een grotendeels verlaten stad. En dan komen er ook nog verkiezingen aan.

NEW ORLEANS / WASHINGTON – Nederland hoorde zijn stem voor het eerst in een wanhopige sos aan de wereld, via de radio. Terwijl duizenden inwoners van New Orleans opeengepakt zaten in de Superdome richtte de burgemeester zich tot Washington. Het moest eens afgelopen zijn met de persconferenties, zei C. Ray Nagin: «Kom van jullie luie reet af en doe iets. Laten we de grootste crisis in de geschiedenis van dit land aanpakken.»Het leek de wanhoopskreet van een martelaar. Van een man die, anders dan de president en de inmiddels berucht lethargische baas van de nationale rampendienst fema, de eigen burgers niet in de steek liet. Een man die eenzaam en verlaten met een klein groepje getrouwen vocht tegen water, plunderaars, hitte en dorst.Maar hoe meer er bekend werd over de dagen rond en tijdens de ramp, hoe minder er van dit beeld overbleef. Zowel een congrescommissie als verscheidene lokale journalisten brachten aan het licht hoe Nagin onder meer een loopje nam met het evacuatieplan, fout op blunder stapelde tijdens de dagen zelf en het geweld overdreef waarmee zijn politie te maken kreeg. Terwijl Michael Brown van fema («Brownie» voor Bush) zich voornamelijk bezighield met zijn kledingkeuze – zo blijkt uit recent vrijgekomen e-mails – ruziede Nagin over zijn bevoegdheden en stookte hij onrust met merkwaardige toespraken.
Maar Nagin mag als bestuurder dan wispelturig en incapabel blijken, er is niets mis met zijn overlevingsdrang als politicus. Totdat een landelijke rechter met stappen dreigde, wist hij de gouverneur ertoe te bewegen de komende burgemeestersverkiezingen voortdurend uit te stellen. Eerlijke verkiezingen zouden niet mogelijk zijn, zo was het argument, zolang meer dan de helft van de inwoners niet is teruggekeerd en bijna tweeduizend van hen zelfs onvindbaar zijn.

Voorverkiezingen staan nu voor 22 april op de agenda. De Democraat Nagin zal het moeten opnemen tegen partijgenoot Mitch Landrieu, ondergouverneur van Louisiana en telg uit een machtig politiek geslacht. Landrieu is broer van senator Mary Landrieu van Louisiana en zoon van Moon Landrieu, die 28 jaar geleden afscheid nam als burgemeester en de laatste blanke was in die baan. In peilingen onder de geslonken bevolking ligt Landrieu straatlengtes voor op Ray Nagin.Landrieu geniet onder meer de steun van het grootste deel van de inmiddels blanke meerderheid. (Voor de storm bestond de stad uit 67 procent zwarten.) Dat is een flinke tegenvaller voor Nagin, die vier jaar geleden juist mede dankzij de blanke middenklasse de verkiezingen won. De harten van de zwarte bevolking wist hij nooit te veroveren. Veel van hen zien Nagin als een «oreo», een populair zwart koekje met witte vulling.Landrieu ligt daarentegen goed bij de zwarte bevolking, omdat zijn vader in de jaren zestig in zijn eentje – en dat wordt hier niet licht vergeten – tegen de segregatiewetten stemde die destijds door grote blanke meerderheden werden aangenomen.Om toch steun onder de zwarte bevolking te vergaren en om geruchten de kop in te drukken dat het stadsbestuur enkele voorheen zwarte wijken met bulldozers wil wegvagen, verzekerde Nagin op Martin Luther King-dag dat de stad weer van «chocolade» zou worden. Want «dat is zoals God het wil». Die uitspraak leidde tot grote verontwaardiging. Een dergelijke opmerking zou nooit zijn gepruimd als het om blanken gaat, was de belangrijkste reactie van blanke commentatoren. Nagin murmelde daarna op cnn nog iets over «melkchocolade», maar het kwaad was al geschied.Inmiddels is het een gimmick. Tijdens het carnaval van deze week zijn T-shirts te koop waarop de burgemeester is afgebeeld als Willy Wonka, Sjakie’s chocoladefabriekeigenaar.
Met de veertienhonderd doden nog vers in het geheugen en de stad grotendeels in puin schoot het sommigen in het verkeerde keelgat dat Mardi Gras dit jaar überhaupt zou worden gevierd. De middenstand had het feest willen uitstellen vanwege de hoge kosten. Ook de zwarte burgerrechtenbeweging (naacp) pleitte voor uitstel, omdat ze het ongepast vond feest te vieren zolang hele wijken_,_ de meeste zwart, onbewoonbaar zijn. Maar Mardi Gras («Vette dinsdag») is het grootste carnavalsfeest van Amerika, dat vóór Katrina jaarlijks meer dan een miljoen bezoekers trok. Het feest leverde de stad doorgaans ten minste een miljard dollar op. Bovendien zijn de parades en de nachtelijke bals voor New Orleanians een gekoesterde traditie. De carnavalsverenigingen, de zogenoemde Krewes, wilden de traditie per se voortzetten. Ray Nagin ging akkoord en hoopte op genoeg toeristen om ten minste de kosten terug te winnen. Hij heeft gelijk gekregen: de 27.000 beschikbare hotelkamers waren vrijwel volgeboekt. Dat de «toeristen» voornamelijk oud-bewoners van de stad zijn, die voor even terugkeren naar New Orleans, maakt niemand iets uit. Patrick Clementine (40) van de Krewe King Arthur: «Katrina heeft ons alles afgenomen: onze huizen, onze levens. Maar van Mardi Gras blijft ze af.»

Door de zwaar getroffen buitenwijk St. Bernhard’s Parish – een overwegend witte arbeidersbuurt onder de rook van olieraffinaderijen – trekt een carnavalsstoet. Vergeleken met de uitbundige praalwagens in de stad doet het wat treurig aan: een paar motoren, twee mannen op lange stelten, tractoren die kleine praalwagens voorttrekken. Niet dat de paar honderd toeschouwers er minder enthousiast om zijn: ze gillen net zo hard om de plastic kralenkettingen en andere prullaria die van de wagens worden gegooid.

De inwoners van St. Bernhard’s Parish overleven intussen in trailers, soms met z’n achten tegelijk. En ze wachten. Op Washington, dat een besluit moet nemen over een langetermijnoplossing voor de dijken. Op de lokale overheid, die moet beslissen waar herbouwd mag worden. Op de verzekeringsmaatschappijen: of die uitkeren en of ze bereid zijn opnieuw te verzekeren. Maar bovenal is het wachten op het nieuwe orkaanseizoen, dat op 1 juni begint. Bewoner Verlyn Davis jr. is een van de weinigen die het heeft aangedurfd voorzichtig met de renovatie van zijn huis te beginnen: «Ik geef het een laatste kans. Maar nog één zo’n orkaan en ik ben weg.»In het verderop gelegen Lower Ninth Ward klinkt het monotone gedreun van heipalen. Het lijkt alsof hier een grote bom is ontploft. Niets staat meer overeind, sommige huizen zijn door het water opgetild en meters verder midden op straat weer neergesmeten. Op een enkele machteloze bewoner na, die wat stukken puin heen en weer sleept, is het hier verlaten. Alleen aan de dijk wordt gewerkt. Washington heeft voorlopig slechts geld uitgetrokken om de dijken te herbouwen tot het niveau van voor de ramp. Weliswaar met steviger klei en met een beter geconstrueerde muur, maar een orkaan van de vijfde categorie, niet denkbeeldig in deze regio, kan opnieuw fataal zijn.«Natuurlijk ben ik bang voor het nieuwe orkaanseizoen», zegt David St. Juniors (40), die een dag eerder vanuit Dallas is teruggekomen naar New Orleans. Na het toeslaan van Katrina bracht hij vijf dagen en vier doorwaakte nachten door in de Superdome: «Ik durfde niet te gaan slapen, het was er afschuwelijk.» Maar nu probeert hij er niet te veel aan terug te denken, hij heeft al zijn energie nodig voor het vinden van een nieuw huis en een nieuwe baan. Voorheen was hij beveiligingsman op een middelbare school in de stad, maar de school is dicht. Nu is hij op weg naar een warenhuis waar ze wellicht verkopers kunnen gebruiken. «Ik ben bereid elk baantje aan te nemen. Als ik maar terug kan, ik ben hier opgegroeid, dit is mijn stad.»
Het is niet makkelijk werk te vinden in een stad waar nog altijd de helft van de bedrijven is uitgeschakeld. Geldgebrek noopte Nagin ertoe een vierde van de stadsambtenaren te ontslaan. De belastinginkomsten zijn nagenoeg verdwenen. De stad houdt zich momenteel staande mede dankzij miljoenenleningen van sympathiserende banken. Politieagenten en hulpverleners wonen op cruiseschepen of in trailers. Woonruimte vinden is vrijwel onmogelijk. Katrina zette tachtig procent van de stad onder water. Naar schatting 35.000 huizen en appartementencomplexen zijn onherstelbaar beschadigd. Koninklijke Olie/Shell, dat kantoor houdt in het hoogste gebouw van de stad, heeft slechts driehonderd van zijn duizend werknemers zien terugkeren. De rest vond geen plek om te wonen.

Sommige bedrijven dwingen hun werknemers terug te komen, zoals het plaatselijke Sheraton. Kamermeisje Stephanie evacueerde naar Houston. Ze was daar graag gebleven, om bij haar studerende zoon in de buurt te zijn. Maar als ze haar opgebouwde pensioen en sociale verzekeringen wilde behouden, zo deelde de bedrijfsleiding haar mee, moest ze terug naar New Orleans.
Bedrijven als Sheraton zien uiteraard het liefst dat president Bush woord houdt. Badend in door generators opgewekt licht beloofde die op 15 september, ten overstaan van camera’s op het Jacksonplein, midden in de stad, dat de stad «groter en beter» zou worden heropgebouwd, «whatever it takes».

Niet iedereen vindt dat verstandig. Stedenbouwkundige Richard Campanella bijvoorbeeld, tevens auteur van verschillende boeken over de stad, windt zich op over deze retoriek. Ook Nagin maakt zich daar schuldig aan, legt hij uit, staand tussen de puinhopen van de Lower Ninth Ward. Het «wegbulldozeren» van bepaalde wijken en die «teruggeven aan de natuur» is juist het beste wat de stad zou kunnen doen, vindt Campanella. De wetlands die zo ontstaan kunnen de stad op een natuurlijke manier tegen overstromingen beschermen.Nagin kreeg hetzelfde advies van een commissie die hij zelf had ingesteld, onder de omineuze titel «Breng New Orleans terug». Maar de burgemeester legde de controversiële voorstellen van de commissie naast zich neer.De stem van de stedenbouwkundige stadschroniqueur heeft hij daar in elk geval mee verloren. Campanella: «We moeten accepteren dat New Orleans in de toekomst anders zal zijn, kleiner, witter ook. Het lijkt me zeer onverstandig iedereen ongestructureerd te laten terugkomen. We moeten concessies durven doen. Dit was een stad met grote problemen, het zou heel dom zijn de gemaakte fouten te herhalen.»