OPERA

Feestelijke sprookjesavond

De nachtegaal

Soms zou een recensie maar uit één woord kunnen bestaan. In het geval van De nachtegaal en andere fabels, nu bij De Nederlandse Opera, is dat: een sprookje. In de voorpubliciteit lag de nadruk op een orkestbak gevuld met vijftigduizend liter water, maar dat is een hulpmiddel om die sprookjessfeer te creëren, geen overheersend element. De Canadese regisseur Lepage heeft een aantal vroege werken van Igor Strawinsky (1892-1971) uit het begin van de twintigste eeuw gegroepeerd. Eerst een aantal dwaze Russische boerenliederen, door een aardige jongen zonder pretenties gecomponeerd. Dan een balletachtige burleske, De vos, in 1922 gemaakt voor het beroemde Ballets Russes van Serge Daghilev in Parijs. Ten slotte de korte opera De nachtegaal, naar het sprookje van Andersen, waar Strawinsky al aan was begonnen voor zijn grote doorbraak in Parijs.
Het eerste deel van de opera is postimpressionistisch, de sfeer van een mistige ochtend op een meer, pas in het vervolg spettert de opwindende muziek van de echte Strawinsky los, hier prachtig helder en fris gespeeld door het Residentie Orkest onder de ferme slag van de kleine, vrouwelijke dirigent Xian Zhang. Zij is zo klein dat zij bij het applaus op de première pardoes over het hoofd werd gezien door de rijzige jonge meisjes die de bloemen uitdeelden. Gelukkig kreeg zij toen de twee boeketten van de twee hoofdrolspelers naast haar, sprookjesachtig lief stond zij daarmee te glunderen.
Dirigente Xian Zhang is van Chinese afkomst, maar het is misleidend om daar betekenis aan te hechten. Terecht is voor Robert Lepage deze nachtegaal niet Chinees, maar een vorm van chinoiserie: Andersen was volgens hem in 1843 geïnspireerd door het Chinese paviljoen in het pas geopende Tivolipark in Kopenhagen. Het is niet onmogelijk dat Andersen er zelfs een voorzichtige kritiek mee probeerde te geven op het oriëntaalse exotisme. In deze voorstelling is het mooie dat het oriëntalisme als uitgangspunt is genomen om met middelen van het Zuid-Aziatisch schimmen- en poppentheater een sprookjesachtig geheel op te bouwen en dat is schitterend geslaagd.
Het begint met soms eenvoudige, soms ongelooflijk gecompliceerde schaduwbeelden tijdens de grappige liederen en op muziek gezette nonsensgedichten. Dan zijn er experimenten met licht- en schaduwbeelden bij De vos. Voor De nachtegaal is gekozen voor een vorm van Vietnamees waterpoppentheater, waarbij een visser, een keukenmeid, hovelingen en de keizer zelf op bootjes komen aandrijven en in vervoering raken van een onooglijk klein vogeltje, dat door een subtiele belichting alle aandacht kan trekken. Ten slotte komt de voorstelling toch bij mensen uit. Dat klopt met het verhaal. Het zijn immers een eenvoudige visser en een keukenmeid die de zang van het onopvallende vogeltje ontdekken. Het zijn de machthebbers en diplomaten die met hun robotvogel het diertje verbannen. Maar aan het einde kan de keizer worden gered van de dood als hij net als een gewoon mens van de zang van de echte nachtegaal kan genieten. Dan zijn we in deze opera terug bij de visser, die de opkomst van de zon en de zang van de vogels bezingt. Je zou er al je kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen mee naartoe willen nemen om niet alleen een feestelijke sprookjesavond te beleven, maar ook na te denken over wat écht belangrijk is.

De nachtegaal en andere fabels bij De Nederlandse Opera: t/m 22 januari. www.dno.nl