Menno Hurenkamp

Feestje

De pvda vierde vorige week dat ze één jaar in de regering zat. De andere regeringspartijen hielden zich koest, maar de pvda ontkurkte de bruiswijn. Feestje? De pvda’er Jeroen Dijsselbloem had zojuist gehakt gedraaid van de moeder aller sociaal-democratische projecten: de onderwijspolitiek. Ook ‘in de peilingen’ is het geen polonaise. De pvda staat al maanden klemvast op een zeteltje of 25. Dat is ongeveer het aantal dat Ad Melkert daags na de moord op Fortuyn binnensleepte – waarop hij zijn biezen kon pakken.

Men levert degelijk werk bij het handhaven van het fatsoen in Nederland, daar niet van. (Ruim een jaar geleden stond Verdonk nog namens de Nederlandse regering het parlement voor te liegen.) Maar of het de boerka is, of de evaluatie van de Irak-oorlog, of de prachtwijken, de Olympische Spelen in een dictatuur, de belasting van de topinkomens, de gratis schoolboeken of de hervorming van het ontslagrecht, de vaagheid van de regering is telkens aanzienlijk. En het punt waar de pvda het verschil maakt met de andere partijen is vaak nogal moeilijk vast te stellen.

Hoe komt dat? Veel verklaringen zijn denkbaar. Maar drie dingen troffen me recent bijzonder. Een opmerking die pvda-kamerlid Roos Vermeij onlangs in NRC Handelsblad maakte over PVDA-fractievoorzitter Mariëtte Hamer. ‘Ik noem haar wel eens een uitstekende procesmanager. Wat zij goed kan, is dingen in stapjes opknippen en uitsmeren over de tijd. Ze is een steady diesel, niet iemand van vlammende betogen. Maar als ze haar zin wil hebben, dan krijgt ze die.’ Dingen in stapjes opknippen en dan uitsmeren, het heeft me lang beziggehouden. Hoe doe je het? En zou het een oprecht compliment zijn, of een judaskus_?_ Maar ook: wat zou Bart Tromp genoten hebben. Hoe dan ook is het voor een club die al jaren achtereen gebrek aan herkenbaarheid en machtswellust wordt verweten een desastreuze verzameling kwaliteiten die Vermeij haar baas toedicht.

Dan het gebrek aan kunststukjes dat tot de verbeelding spreekt. Allerlei modieuze mantra’s – dat links leeg zou zijn, dat de verdeeldheid binnen de pvda te groot is, dat de globalisering et cetera, et cetera – houden buiten Den Haag linkse mensen niet van actie af. pvda-wethouder Lodewijk Asscher gaat in Amsterdam de Wallen schoonmaken: wat nou georganiseerde misdaad, wat nou gezellige hoerenbuurt, de bezem erdoor! pvda-stadsdeelvoorzitter Ahmed Marcouch juint dag in, dag uit zijn eigen moslimachterban op: wat nou culturele gevoeligheden, rechtsstaat erkennen! Beiden maken zich uitdrukkelijk zichtbaar door herkenbare en risicovolle posities te betrekken. Dit soort klassiek politiek handwerk kent natuurlijk zijn eigen gebreken, maar een beetje onbekommerde ambitie heb je toch wel nodig. Een politie-cao sluiten of de corporaties een flinke naheffing sturen is niet voldoende om geloofwaardig te maken dat je streeft naar zoiets moois als herstel van de publieke sector. Dat vergt sprankelender plannen. De laatste en eigenlijk meest indringende kwestie die me opviel, was dat niemand zich om het gebrek hieraan druk maakt. Wil het partijkader niet schreeuwen aan het bed van een patiënt, houdt men zich in de Tweede Kamer op de vlakte omdat er ook nog een carrière na Den Haag is, vreest men dat het op dit moment in de regering voor de pvda veiliger is dan erbuiten? Vermoedelijk alledrie.

Als ik fractievoorzitter Hamer was, knipte ik het twee- en driejarig feestje wegens kabinetsdeelname in stapjes op, om ze uit te smeren in de tijd, ongeveer tot de volgende verkiezingen.