Feministen in de overgang

Al hun levensfasen hebben ze al gepolitiseerd. Dus nu ze ouder worden is dat het nieuwe thema van Greer, Friedan, Jong en Steinem. De menopauze als bevrijding: eindelijk zelf grapjes maken! Een eigen mening hebben! Maar Beauvoir en Meulenbelt geloven er niks van.

HET BEGON MET een vage benauwende ervaring. Zo een waarvan je denkt dat zij strikt particulier is, die je al tijden heimelijk met je meedraagt en waarvoor je je eigenlijk diep schaamt. Zo een waar nog geen woorden voor bestaan. Maar als je de persoonlijke ondervinding eenmaal hebt gearticuleerd, eenmaal op papier hebt gekregen, blijkt dat jouw sluimerende onbehagen algemeen is. Je hebt een gastvrije herberg gesticht waarin velen een veilig onderkomen vinden.
Begin jaren zestig zette de psychologe en freelance- journaliste Betty Friedan zich achter de formica tafel in haar woonkeuken om een boek te schrijven over een malaise waar geen naam voor was, over de naamloze onvrede waar zijzelf en zoveel andere vrouwen onder leden. Om haar heen hoorde ze de jonge moeders en huisvrouwen boven de koffie klagen over ‘het probleem’ - benoemen deden ze 'het probleem’ nooit, maar ze wisten feilloos dat ze het met elkaar deelden. Ze hadden zo gelukkig moeten zijn. Ze waren getrouwd met een hardwerkende kostwinner, hadden leuke kinderen, een kraakhelder huis in een rustige buitenwijk, een gerieflijk winkelcentrum om de hoek. En toch bekroop hen telkens weer het gevoel: is dit alles, is dit alles wat er is?
Betty Friedan benoemde het misnoegen in The Feminine Mystique. Deze mystiek, die vooral werd uitgedragen in de vrouwentijdschriften, Hollywood- films en reclame, dicteerde dat vrouwen happy housewife heroines waren, opgewekte echtgenotes voor wie huwelijk en huishouden het hoogste heil waren. De van nature passieve vrouw vormde een vanzelfsprekend paar met de dominante man; het moederschap was de ultieme vervulling van haar leven. Dat was de leer - de praktijk was uiteraard anders. De muren van hun nieuwbouwwoningen kwamen op de 'gelukkige’ huisvrouwen af, ze gingen gebukt onder vermoeidheid, nervositeit en depressies, de consequentie van hun lege, doelloze en oncreatieve leven. Want voor zoiets als een eigen identiteit en geestelijke groei was in de 'mystiek’ geen plaats.
HET ALOM HEERSENDE 'huisvrouwensyndroom’ dat Betty Friedan in 1963 beschreef, is inmiddels een historisch begrip. Overbekend en vrijwel uitgestorven. Maar The Feminine Mystique - al snel een van de bijbels van de moderne vrouwenbeweging, met Friedan als een van haar apostelen - was typisch het juiste boek op het juiste moment. Het was een van de eerste feministische geschriften die een vage ervaring, een probleem waar nog geen naam voor was, wist te fixeren. Wat louter persoonlijk leek, bleek universeel. Het logische gevolg van de fixatie was herkenning - 'Precies “het probleem” dat ik had!’ - en het onvermijdelijke gevolg daar weer van: bewustwording.
Sinds The Feminine Mystique heeft een hele reeks feministische romans, zelfhelpboeken en populair- wetenschappelijke analyses met succes een gooi naar het algemene gedaan. Herkenning en bewustwording waren hun deel. En een hoge klassering op de bestsellerlijst.
De slogan 'het persoonlijke is politiek’ raakte allengs ingeburgerd. De power of naming werd ontdekt. De schaamte werd steeds eenvoudiger opzij geschoven, de doopceel steeds vaker gelicht, de blijde boodschap steeds uitbundiger vekondigd. Want de weg liep via bewustwording naar bevrijding. Een smakelijke cocktail van ideologie en therapie, dat was wat de boeken bevatten. Het oplossend vermogen dat veel van de epistels boden was sowieso groot, heel groot - na de beschrijving van de ellende en onderdrukking werd steevast hetzelfde bulletin van blijdschap uitgebracht: meid, eenmaal 'bewust geworden’ ben je ook hartstikke gelukkig! Mentaliteitsverandering was het toverwoord. Niks was strikt particulier.
De moeders van de tweede golf leerden hoe langer hoe meer dat hun ik een wij omvatte, dat elke beknotte vrouw een Elckerlic was, het ewig Weibliche in zich droeg, dat zij hoe dan ook een exempel waren. Zij waren een positief rolmodel tegen wil en dank - vaak waren ze het met dank. In veel bevrijdingsbewegingen bestaat onwillekeurig de neiging tot prijscompensatie: leed wordt in een handomdraai omgezet in geluk, verachting in uitverkiezing, onzichtbaarheid - de 'problemen’ en 'probleemgroepen’, of het nu om vrouwen, zwarten of homoseksuelen ging, kenmerkten zich bj uitstek daardoor - in oogverblindende zichtbaarheid.
Het doorbreken van de 'onzichtbaarheidsfactor’, het benoemen van verborgen onbehagen werkt kennelijk verslavend. De issues van de tweede feministische golf, althans de issues die in de populaire bewustwordingsgeschriften naar buiten werden gebracht, weerspiegelen in ieder geval veelal de levensloop van de moeders ervan. Al hun levensfasen hebben zij 'gepolitiseerd’. Het begon met de bevrijding van de huisvrouw uit haar doorzonwoning en het verzet tegen de beperkte maatschappelijke rol van vrouwen - met een lelijk vet woord 'sekserolsterotypering’ genoemd. Jongere vrouwen eisten vervolgens de vrijheid tot abortus en geboortebeperking - 'Wij vrouwen eisen’ - en, wat later, het recht op werk, volwaardig werk wel te verstaan.
Toen de glinsterende oase van de carriere eenmaal was bereikt, werden veel van hen 'valreepmoeder’, zoals Christine Brinkgreve dat zo treffend noemde, en kwam de loodzware combinatie van kind en carriere op de politieke agenda te staan. Opgevolgd door het burn out syndrome, die feministische variant op de midlife crisis.
NU DE VOORVROUWEN van het feminisme de vijftig naderen of ruimschoots zijn gepasseerd, wordt, het is voorspelbaar, hun nieuwe levensfase wederom in even baanbrekende als opwekkende boeken gegoten. Het nieuwste feministische item: de overgang en het ouder worden.
Het begon met Germaine Greer - die in haar geschriften altijd al zonder meer haar biografie had gevolgd: als dertigjarige publiceerde ze The Female Eunuch over feminisme en seksuele bevrijding, als veertiger belichtte ze de keerzijden van de seksuele revolutie in Sex and Destiny en schreef ze een boek over haar overleden vader, Daddy, We Hardly Knew You het begon met Greer die drie jaar geleden The Change: Women, Ageing and the Menopause uitbracht. Het formuleren van de eigen ervaring is een van de grondbeginselen van het feminisme, noteert zij ergens in The Change. Welaan, dat 'grondbeginsel’ is haar op het lijf geschreven. Na Greer volgden onder meer Betty Friedan met het vuistdikke traktaat The Fountain of Age, Lois W. Banner met de historische studie In Full Flower: Aging Women, Power and Sexuality, Erica Jong met Fear of Fifty, haar 'midlife memoirs’, en Gloria Steinem met het jubelende essay 'Doing Sixty’, opgenomen in de onlangs verschenen bundel Moving Beyond Words.
Hier te lande deed Anja Meulenbelt onverbloemd kond van haar overgang - 'Hoezo overgang, de afgang zul je bedoelen’ - in haar opstel 'Passie op leeftijd’ en in haar recente roman - nu ja, roman… - Blessuretijd. De oude bekenden uit het Amsterdamse vrouwenhuis hebben elkaar inmiddels andermaal getroffen in rokerige zaaltjes, ditmaal ter oprichting van de organisatie Een Vrolijke Oude Dag. Het radicale deel van de vrouwenbeweging van weleer stort zich met het vertrouwde opstandige elan op hun eigen naderende vergrijzing. Werkgroepen zijn al geinstalleerd, een clubblad ziet reeds het licht. Het heet De Leesbril en bevat discussie, advies, 'vrolijke fantasieen’ en 'ander gerebbel’ over ouder worden, benevens de advertentierubriek 'Opvliegertjes’.
Natuurlijk valt er veel behartenswaardigs over de menopauze en de ouderdom te zeggen, natuurlijk zijn er de nodige mythen en maren door te prikken. Laten we daarom even het opgeruimde 'het leven begint op vijftig’- toontje (Meulenbelt) negeren, even ruimhartig heenstappen over al het avontuur, al de wijsheid, de sereniteit en de bevrijding die met tromgeroffel en trompetgeschal worden gepropageerd. Laten we het al te persoonlijke voor een moment vergeten.
Het uit de negentiende eeuw stammende woord menopauze - 'meno’ is Grieks voor maand, 'pausis’ staat voor einde - benoemt op de keper beschouwd een non-gebeurtenis: het ophouden van de menstruatie en daarmee van de vruchtbaarheid. Zoals bekend voltrekt de menopauze zich in de regel ergens tussen het vijfenveertigste en vijfenvijftigste jaar en brengt zij dikwijls de nodige lichamelijke en geestelijke woelingen met zich mee: prikkelbaarheid, stemmingswisselingen, gewichtstoename, opvliegers, nachtzweet, pijnlijke gewrichten, gedeprimeerdheid, slapeloosheid, vaginale atrofie, verlies van seksuele lust, et cetera. Tel daar nog de psychische stoornissen en gektes bij op die de overgang vooral in de jaren vijftig als een zwaan- kleef-aan begeleidden. Vrouwen in de overgang leden aan een speciaal soort melancholie, gaven zich over aan immoreel gedrag, hun seksualiteit was een gevaarlijk beest dat beslist gekooid moest blijven. Want de verleppende vrouwen werden aan de lopende band verliefd op jongemannen of wierpen zich plotseling in een lesbische relatie, werden nymfomaan of erotomaan.
Narigheid kortom. Narigheid die door de heren doktoren, de 'meesters van de menopauze’, zoals Greer ze snerend bestempelt, met enthousiasme wordt bestreden. Want het moge duidelijk zijn dat de diffuse lichamelijke klachten een mooie melange van symptomen voor de medische stand vormen. Greer en Banner schetsen een schril beeld van behandelingsmethoden uit het verleden. Aderlaten, purgeren, het maken van openingen in het lichaam om de ongesteldheid weer op gang te brengen, zij het op een andere plaats, het toedienen van elektroshocks aan de baarmoeder, baarmoederverwijdering, wat werd er niet geprobeerd om de menopauze te 'genezen’. Madame Curie had het radium nog niet uitgevonden of er werden roterende radiumstaven in de vagina-in-overgang gestoken. De spiksplinternieuwe rontgentechniek werd direct ingezet tegen de menopauze, hormonale therapieen onverwijld toegepast. Dit alles, aldus Greer, opdat vrouwen beschikbaar voor mannen blijven van de wieg tot het graf.
De medicalisering van de menopauze is, daar wijst Banner op, een relatief nieuw verschijnsel. Het feit dat de overgang en ouder worden in het algemeen in toenemende mate als een ziekte worden gezien, hangt uiteraard samen met de stijging van de gemiddelde leeftijd met zo'n dertig jaar in krap honderd jaar tijd. Daarbij is de twintigste eeuw de eeuw van de jeugdcultuur, van de bron der jeugd, het forever young. Ouderdom wordt vooral een probleem nu de babyboom- generatie middelbaar wordt - deze generatie had toch het patent op het revolutionaire vuur van de jeugd, zij hielden toch van jong? Daar doe je toch niet vrijwillig afstand van, oud worden doen de anderen maar - jij niet. De cosmetische en farmaceutische industrie en de klinieken voor plastische chirurgie varen wel bij het verzet tegen vergrijzing.
VOORAL VOOR VROUWEN is de vergrijzing moeilijk te verkroppen. 'De levensloop van de vrouw hangt - als gevolg van het feit dat zij veel meer zit opgesloten in haar functies als wijfje - veel meer dan die van de man af van haar fysiologisch lot’, schreef Simone de Beauvoir al in Le deuxieme sexe. Terwijl de man geleidelijk veroudert, vormt de menopauze voor vrouwen een abrupte breuk. Bovendien is het voor vrouwen extra fnuikend als ze hun lichamelijke schoonheid verliezen, omdat hun schoonheid nu eenmaal het kompas is waar ze, bewust of onbewust, al die tijd op hebben gevaren. Zoals Annie Lennox spottend zingt: 'Keep young and beautiful, if you want to be loved.’ Het pijnlijke is echter dat jeugd en schoonheid, dat wil zeggen de schoonheid die niet is aangeraakt door de tijd, onmogelijk te behouden zijn. Hoeveel dieten, haarverf, make-up, facelifts, fintnessprogramma’s, siliconen, minirokjes en hoge hakken er ook worden ingezet, je bent hoogstens jong voor je leeftijd. Alle 'ervaringsdeskundige’ vrouwen beschrijven dezelfde droeve ondervinding: ze vangen geen blikken meer als ze een ruimte binnenkomen, ogen lichten niet meer verrast op, deuren worden niet meer galant opengehouden - ze zijn onzichtbaar geworden.
Inderdaad, er zijn genoeg schrijnende vooroordelen waarmee kan worden afgerekend, genoeg voetangels in het middelbaar bestaan die kunnen worden omzeild.
Simone de Beauvoir tekende een inktzwart beeld van de overgang - die 'beslissende verminking’, die 'fatale aanraking door de dood zelf’ - en de ouderdom. In Le deuxieme sexe stelde ze onomwonden dat de oudere vrouw haar greep op de wereld verliest. 'Zij vecht, maar opmaak, het verven van haar haren en schoonheidsoperaties kunnen nooit meer dan de doodstrijd van haar jeugd verlengen.’ De menopauze hakt het leven van de vrouw bruut in tweeen. Ze is haar aantrekkelijkheid kwijt en haar kinderen zijn volwassen - haar vrouwelijke functie is voorbij, o voorgoed voorbij. En al probeert met name de kokette vrouw meer dan ooit in de smaak te vallen - ze gaat zich 'jong’ kleden, neemt kinderlijke gebaartjes aan, in plaats van te praten piept ze, giechelt ze - al probeert ze jonger te zijn dan ooit, ze heeft er nog nooit zo oud uitgezien. Beauvoir zag, in het spoor van de psychoanalitica Helene Deutsch, opvallende parallen tussen de puberteit en de overgang. Opeens proberen de middelbare vrouwen de verlangens uit hun jeugd te realiseren: ze gaan weer pianospelen, leren skien, volgen een schrijf- of schildercursus, maken een wereldreis.
Het deprimerende beeld dat Beauvoir schetste, had alles te maken met de angst en afschuw voor de ouderdom die haar zelf naar de keel greep. Toen ze veertig was, beschouwde ze zichzelf al als oude vrouw - 'Ik ben niet wat ik was’ - en vond ze dat ze was uitgeteld op de seksuele markt. Wat haar er overigens niet van weerhield nog de nodige affaires aan te knopen. Haar spiegelbeeld kon ze ternauwernood verdragen: 'Soms sta ik stomverbaasd te kijken naar dit ongelooflijke ding dat mijn gezicht moet verbeelden. Ik begrijp La Castiglione, die alle spiegels stuksloeg. (…) Toen ik mijn uiterlijk zonder tegenzin kon bekijken vergat ik het en zorgde het voor zichzelf. (…) Ik heb nu een hekel aan mijn voorkomen: de oogleden die over mijn ogen glijden, de zakken eronder, het te volle gezicht en die droefheid rond de mond, veroorzaakt door rimpels. (…) Ik zie mijn vroegere hoofd, aangetast door de pokken van de tijd waar geen genezing tegen bestaat.’ De teleurstelling in haar leven was definitief.
HET KAN NIET ANDERS of de nieuwe feministische bemoeienis met de overgang is tegen de zwartgallige denkbeelden van Simone de Beauvoir gekeerd. Zowel Germaine Greer als Lois Banner polemiseren dan ook vinnig met de Franse oermoeder van de vrouwenbeweging. Volgens een stekelige Greer zag de intellectuele Beauvoir haar oude dag even leeghoofdig tegemoet als de eerste de beste schoonheidskoningin - en ze is notabene nooit echt mooi geweest! Maar wat plaatsen zij tegenover de ellende? Welke grote bevrijding ligt in het verschiet?
'Niet begeerd worden, niet meer nodig zijn, is vrij zijn’, predikt Germaine Greer zalvend. De blijde boodschap die zij verkondigt, is van een EO-achtige weeheid: we zijn een gekooide vogel die eindelijk kan onsnappen nu we de last van de schoonheid van ons kunnen afwerpen, eindelijk kunnen we ons ego naast ons neerleggen, we hoeven niet meer te behagen. Glimlachen, flemen en vleien, het is niet meer nodig. Beter kunnen we een reis naar binnen maken, naar de wijsheid en sereniteit die daar liggen opgeslagen, van body naar soul.
En wat ontdekken we op die reis? Als vrouwen hun narcisme laten varen worden ze avontuurlijker in hun conversatie, ze gaan zelf grapjes maken in plaats van te lachen om die van anderen, ze krijgen zomaar een eigen mening. 'We kunnen echt luisteren naar wat mensen zeggen, zonder ons zorgen te maken of we er wel mooi uitzien. (…) Je concentratievermogen wordt gestadig groter als je ophoudt emoties te verspillen aan dwaze dingen.’
Nee maar, zelf grapjes maken! Een eigen mening hebben! Overigens is Greer ook praktisch: een en ander kan eerder worden bereikt als suiker, koffie, thee, tabak, alcohol en zout onaangeroerd blijven.
Volgens een overlevering woog de historicus Jan Romein dissertaties van dreigend dik formaat op de hand en besloot voor hij er maar een blik in had geworpen: 'Die man kan niet schrijven.’ Betty Friedan heeft ruim zeshonderd pagina’s nodig om de 'leftover years to live’ te behandelen. Ook zij schildert de grijze jaren als golden years, jaren waarin vrouwen net zo makkelijk uit hun sekserol kunnen barsten als de Hulk uit zijn kleren. Tegenover de 'bron der jeugd’ plaatst zij opgewekt de 'bron der ouderdom’. Ouderdom is een avontuur, een onbekend land dat nog onbegaan is, waar nog geen wegwijzers staan. Alles kan er, elke persoonlijke verandering is toegestaan, verzekert zij haar lezers optimistisch. Zelf maakte zij in haar sixties een survivaltour door de wildernis, peddelde zij door wild water en beklom ze glibberige klippen. Natuurlijk bracht het haar dichter bij de fountain of age.
En het wordt eentonig: ook Gloria Steinem verheerlijkt in haar herderlijk schrijven de laatste levensfase als een spannend onbetreden gebied. Ook zij heeft er onnoemelijk veel plezier in een 'nothing-to-loose, take-no-shit older woman’ te zijn. Problemen? Eenzaamheid? Gebrek aan partners - oudere en middelbare mannen nemen immers liever een 'huppelkutje’, zoals een jongere vrouw sinds Yoep van ’t Hek heet? Het verdwijnen van de seks? Greer, Friedan en Steinem benadrukken dat hun leven er alleen maar beter op is geworden. Greer heeft het tuinieren en de stille pracht van de natuur ontdekt - 'zelfs het opkomen van rozen vind ik meer opwindend dan een man’. Steinem heeft de hersencellen die zo lang in dienst stonden van seks, romantiek en liefde nu beschikbaar voor 'iets anders’. Zelfs Erica Jong, de uitvindster van het ritsloze nummer en de schutspatrones van overspelige echtgenotes, laat de seksualiteit, het grote monster dat haar leven heeft beheerst, voorlopig achter zich: 'En dan, op je vijftigste, ga je pas verder kijken dan mannen en wie het de volgende weer eens zal zijn.’
Nu mag van mij iedereen de seks afzweren, de natuur in trekken, zich van koffie, thee en tabak onthouden, een vreselijk gelukkige 'derde levensfase’ hebben - maar die o zo vreugdevolle feministische pleidooien zijn me te onecht, te hyper, te himmelhoch jauchzend. Gloria Steinem betitelt het liegen over je leeftijd als een politieke variant op de facelift. Welnu, de jubelzangen op de oude dag, op de heerlijke onthechting zijn dan volgens mij een soort geestelijke siliconen. Bovendien is het onthullend hoezeer onze 'bevrijdsters’ kennelijk aan de ketting van hun 'functies als wijfje’ geklonken lagen, hoezeer de 'witte slavernij van het aantrekkelijk zijn’ (Greer) hen gevangen hield.
Nee, dan liever de verhandelingen van Meulenbelt over de overgang. Zij geeft ruiterlijk toe dat het pad van het ouder worden niet over rozen gaat. Passie - ook 'op leeftijd’ kan het je verteren. De montere ideologie van 'Hou van je rimpels, hou van jezelf’ is aan haar niet besteed, maar tegelijk vervalt ze niet in de bodemloze somberheid van Beauvoir. Het is vervelend als je kaaklijn begint te zakken, je taille verdwijnt, je haar grijs wordt, maar er valt mee te leven. Dat wil niet zeggen dat de ouderdom met open armen ontvangen moet worden: 'Ik word niet gracieus oud. Ik hou de eer niet aan mezelf, zoals Greer. Schoppend en vloekend word ik de derde levensfase in gesleept. Ik wil nog niet, ik wil nog niet, ik heb nog niet gehad wat me toekomt. Waar is de instantie waar ik beroep kan aantekenen? Waar de scheidsrechter die verlenging van de wedstrijd toe kan kennen, wegens blessuretijd? Nou?’
HET BEGON MET EEN vage benauwende ervaring. Zo een waarvan je denkt dat zij strikt particulier is, die je al tijden heimelijk met je meedraagt en waarvoor je je eigenlijk diep schaamt. Ach, dat was toen. Heden ten dage is men zich in de bevrijdingsbewegingen terdege bewust van de algemene geldigheid van het eigen onbehagen. Het persoonlijke is toch al decennia lang tot politiek gebombardeerd. Tegenwoordig is de gastvrije herberg van de collectieve ervaring nooit gesloten. In al de feministische boeken over de gouden jaren van ons leven wordt geconstateerd dat er geen bewegwijzering is, er zijn geen passende rolmodellen voorhanden. De oudere vrouw is onzichtbaar, zoals eertijds de zelfstandige vrouw, de zwarte en de homoseksueel onzichtbaar waren.
'Ik ben onzichtbaar’, schreef Ralph Ellison in 1947. 'Nee, ik ben geen spook van het soort waardoor Edgar Allan Poe werd geplaagd, of zo'n ectoplastisch wezen dat je in Hollywood-films kunt zien. Ik ben een stoffelijk mens, van vlees en been, vezels en sappen - je zou zelfs kunnen zeggen dat ik een brein bezit. Ik ben onzichtbaar, moet u weten, omdat mensen me niet willen zien. Net als die hoofden zonder lichaam die ze soms op de kermis vertonen, ben ik als het ware omringd door spiegels van hard, vertekenend glas. Wie mij nadert ziet alleen mijn omgeving, zichzelf, of het produkt van zijn eigen verbeelding - wat dan ook behalve mij.’
De beroemde feministen van het eerste uur zijn gewend de onzichtbaarheid te doorbreken, de vertekenende spiegels weg te halen. Ze werden zelf rolmodel en het lijkt wel alsof ze dat vooral willen blijven. Overigens verkondigde Simone de Beauvoir al in het voorwoord van haar boek over de ouderdom, La vieillesse, dat ze 'de samenzwering van stilte wilde doorbreken’, het onzichtbare zichtbaar wilde maken. Annie Romein-Verschoor noemt het in haar recensie van de studie een 'pathetische zelfintroductie’, waarin Beauvoir haar rol als 'reddende engel’ wel erg vet aanzet.
Reddende engel - Friedan, Greer, Steinem werpen zich wederom als zodanig op. Voor de 'ouderenbeweging’ heeft Steinem een vertrouwd recept: 1. in opstand komen tegen de onzichtbaarheid, 2. de power to name gebruiken, 3. het proces van coming out in werking zetten. Lieg niet over je leeftijd, maar zeg trots: 'This is what sixty looks like.’ Het Britse tijdschrift The Oldie schijnt al aan outing te doen: bekende mensen die hun leeftijd geheim houden, worden op papier terechtgewezen.
The Change? Nothing changes really.