Feministisch fast food

Marilyn French,
Een vrouwelijke geschiedenis van de wereld.
Uitgeverij Meulenhoff/Kritak,
1230 blz., f99,-

Na haar succesvolle bewustmakingsromans besloot Marilyn French de vrouwelijke geschiedenis van de wereld op papier te zetten. Het resultaat weegt vijf kilo, maar blijkt een lichtgewicht. Had French niet wat beter naar de diverse zusterprojecten kunnen kijken?

ZONDER DE inhoudsopgave, de noten en de bibliografie heeft het nieuwe boek van Marilyn French, From Eve to Dawn: A Woman’s History of the World, maar liefst 1229 pagina’s. Alleen door zijn omvang al een ontmoedigende pil om aan te beginnen en bovendien onhanteerbaar. Een kilootje of vijf, zou ik zeggen. Wat was in ’s hemelsnaam de bedoeling van de bestsellerauteur, bekend door haar bewustmakende romans The Woman’s Room en The Bleeding Heart? Dat waren boeken om, zoals een van mijn vriendinnen zegt, ‘niet zozeer zelf te lezen, maar om aan je moeder te geven’. Bij dit lijvige werk zou ik niet weten wie ik er een plezier mee kan doen. Een inleiding of verantwoording waarin de schrijfster haar intentie verwoordt, haar visie op geschiedschrijving uiteenzet en haar werkwijze toelicht, ontbreekt. Dat helpt niet echt.
Een vrouwelijke geschiedenis van de wereld begint dus plompverloren, bij het begin van het melkwegstelsel, het ontstaan van de aarde, de eerste wieren, de dampkring, de eencelligen, de planten, ongewervelde dieren en primaten. En dat allemaal op de eerste bladzij, want French vertoont van meet af aan een ziekelijke grondigheid. Het lijkt een hopeloze onderneming, niet het minst voor de lezer, want ze moet uiteindelijk in de twintigste eeuw uitkomen.
Op het achterplat wordt hoog opgegeven van haar inzet: haar werk zou een breuk vormen met de traditionele geschiedschrijving, die zeer selectief en beperkt is met haar nadruk op mannelijke machtsuitoefening, hetgeen onrecht doet aan de vele gewone mensen - in het bijzonder vrouwen - die nooit aan veldslagen, paleisrevoluties of onderdrukking hebben meegedaan.
NA ZO'N BELOFTE zou je heel wat verwachten, maar het resultaat is teleurstellend: een chronologische opsomming van wetenswaardigheden. Het leven voor het schrift, de opkomst van de staat, de monotheistische godsdiensten en de feodaliteit, de mannelijke expansie en toeeigening van andere werelddelen - eindigend met de Franse Revolutie - de industrialisatie en het imperialisme, de burgeroorlogen en revoluties, de eliminatie van vrouwen uit de geschiedenis en de opkomst van het feminisme. Alles is oppervlakkig van inhoud en bloedeloos van stijl; een encyclopedische overdaad die platslaat en hoegenaamd geen inzicht biedt.
Volgens het persbericht bij de Nederlandse vertaling heeft Marilyn French tien jaar aan dit project gewerkt 'met een team van onderzoekers en specialisten, die voor haar het basismateriaal bij elkaar brachten’. Wie dat zijn moet de lezer maar uit de noten proberen te sprokkelen, want op het omslag prijkt alleen haar naam.
Merkwaardig genoeg ontbreekt desondanks de stem van de schrijfster. Het lijkt erop dat ze een stapel aantekeningen van anderen plichtmatig aan elkaar heeft geplakt, met als resultaat noch het produkt van een collectief, noch van een individu. Dat geeft te denken: zou er ruzie zijn uitgebroken tussen de dames en heeft de beroemdheid vervolgens hun noeste naspeuringen gepikt? Of waren het 'slechts’ studenten die alleen maar de hen opgedragen bibliotheekwerkjes hebben uitgevoerd?
In elk geval staat er te veel in, maar wat wordt behandeld, blijft niet hangen. De enige passages waarin French nog wel een eigen mening laat horen, klinken tot overmaat van ramp sleets en gedateerd. Het lied dat ze nu al twintig jaar zingt, was destijds al niet nieuw. Een originele feministische denker is ze nooit geweest. Haar kracht lag in de popularisering van emancipatiedenkbeelden voor een groot publiek. Als wereldberoemde, succesvolle schrijfster rekent ze het tot haar taak om minder bedeelde seksegenoten te verheffen. Daarop zijn haar bestsellers gebaseerd.
Wat in haar romans goed uitpakte, werkt in deze proeve van sisyfusarbeid in het geheel niet. French schildert de geschiedenis af als een komplot van mannen tegen vrouwen. Een dergelijke teleologische vertelling werpt meer vragen op dan ze beantwoordt. Bijvoorbeeld: hoe kon het allemaal zo slecht aflopen? Immers, in de eerste periode van de mensheid hadden vrouwen veel gezag omdat ze kinderen baren. Het vaderschap werd nog niet sociaal erkend.
In de woorden van French is het patriarchaat 'bedacht om de positie van de mannelijke elite veilig te stellen’. Het mannelijk geslacht zou uit afgunst op de vrouwelijke macht over de voortplanting en bij wijze van vergelding voor hun inferoriteit aan het verkrachten, stigmatiseren, kleineren en moorden zijn geslagen. Sindsdien hadden vrouwen geen leven meer.
Het patriarchaat is niets minder dan 'de geinstitutionaliseerde overheersing van alle vrouwen door alle mannen’. Vrouwen 'als groep’ zijn ondergeschikt aan dit 'bastion van mannelijke superioriteit’. Toen het eenmaal was gevestigd, konden zij 'nauwelijks meer ontsnappen’.
Je zou je na zo'n hermetisch relaas gaan afvragen of vrouwen niet gewoon stommer zijn dan mannen. Dat kan toch niet de bedoeling zijn van dit boek. Niet alle vrouwen hebben zich in de loop der tijd toch klakkeloos laten buitensluiten en vernederen? Er zijn warempel wel scheuren geweest in dat bastion, waarmee vrouwen hun voordeel konden doen.
In tegenspraak met het voorgaande beweert French in het laatste hoofdstuk plotseling dat vrouwen 'van nature’ het sterke geslacht zijn. Dat is kennelijk de troostprijs die ze in petto heeft voor al die onafzienbare en onherstelbare tegenslagen.
Het is wat mager voor een schrijfster die al zo lang de feministische maatschappijverandering predikt. Ze biedt echter wel degelijk een uitweg uit de misere, al zal het niet verwonderen dat het medicijn aansluit op haar heilsleer: de toekomst van het feminisme. French bepleit en voorspelt na nog veel meer vrouwenstrijd een machtsvrije samenleving van gelijken, zonder leiderschap, 'waarin wordt samengewerkt en waarin niemand ooit wint (want dat isoleert) of verliest (want dat ondermijnt)’.
Ze heeft kennelijk nooit vernomen van de benauwende terreur van het collectivisme in een feministische groep, of ze laat die minder fraaie episode uit de vrouwelijke geschiedenis liever weg. Het siert een historica niet. Dat French dat ook niet echt is, blijkt wel uit het moederlijk-vermanende vervolg: 'Het is duidelijk dat dit een enorme opgave is, die niet binnen een paar generaties verwezenlijkt zal worden. We zijn allemaal besmet met patriarchale waarden en denkwijzen.’ Met andere woorden: als we allemaal goed ons best doen en onze verwerpelijke carriereneigingen onder de duim houden, dan brengen we de feministische hemel dichterbij?
In het genre correcties-op-de-eenzijdig- mannelijke-geschiedschrijving zijn bovendien al eerder enkele betere specimina verschenen: De geschiedenis van de vrouwentoekomst, van de Nederlandse feministen Anneke van Baalen en Marijke Ekelschot uit 1980, en The Women’s History of the World, van de Engelse schrijfster Rosalind Miles uit 1988. Beide boeken zijn beperkter en minder pretentieus van opzet, maar ze spreken me meer aan. Dat komt omdat ze, hoewel didactisch, niet schools zijn en een persoonlijke toon hebben en een echt verhaal vertellen.
Weliswaar leunen Van Baalen en Ekelschot zwaar op het marxisme, maar hun thematische, niet naar volledigheid strevende opzet levert af en toe aardige vondsten op, zoals het woord manschappij. Sterk is ook hun bijtende spot tegen seksisme, die nog steeds prikkelt.
Rosalind Miles is vooral hartverwarmend door haar oprecht gemeende liefde en bewondering voor vrouwen uit het verleden. Ze brengt hen tot leven, want ze is een rasverteller die ook hun minder fraaie daden en hun zwakheden met veel humor belicht. Ook zij heeft een optimistische toekomstvisie, maar die is buitengewoon overtuigend, omdat ze zowel mannen als vrouwen voorhoudt dat het patriarchaat met zijn 'voorwereldlijke onevenwichtigheden’ inmiddels zijn beste tijd heeft gehad. Het boek van Miles komt in de bibliografie van Marilyn French niet voor, terwijl het in de Angelsaksische wereld tamelijk bekend is. De Australische televisie heeft er een twaalfdelige documentairereeks over gemaakt.
Minstens even stug is dat de alom geprezen serie A History of Women - vorig jaar verschenen onder redactie van Georges Duby en Michelle Perrot - haar al evenmin bekend lijkt te zijn. Of ze moet dit superieure zusterproject hebben verdrongen, want ze citeert wel uit andere boeken van de historici die eraan hebben meegewerkt. De opzet van deze Frans-Italiaans-Noordamerikaanse co-produktie is dat onder de coordinatie van Duby en Perrot elk deel wordt gedragen door een of twee editors, die ieder een team van auteurs samenstellen. Zo ongeveer had Marilyn French ook te werk moeten gaan.
In hun verantwoording schrijven Perrot en Duby dat ze de serie weliswaar een aantrekkelijke en ook handige titel hebben gegeven, maar dat dit beslist niet inhoudt dat ze vrouwen willen bestuderen. Wat zij en de anderen graag willen, is vrouwen begrijpen, hun plaats, de condition feminine, hun rol en hun macht. Ze schrijven een relationele geschiedenis; omdat ze naar de hele samenleving kijken, gaat het net zo goed over mannen. Ofschoon ze van een feministisch- egalitair standpunt uitgaan, is het hun 'intentie om open te staan voor een scala aan interpretaties’. Ze willen vragen stellen en geen standaardantwoorden geven.
DAT KLINKT ALS een verademing. Het levert bovendien fascinerende geschiedschrijving op. Vergelijk bij voorbeeld het hoofdstuk over heksen uit deel 3 (Paradoxen van Renaissance en Verlichting), onder redactie van Natalie Zemon Davis en Arlette, met wat French over de heksenprocessen schrijft. De laatste geeft de volgende verklaring voor het fenomeen: 'Er zijn geen feiten die doen vermoeden dat vrouwen in deze periode opstandiger waren. Waarschijnlijker is dat naarmate mannen vrouwen meer onderdrukten hun angst en vrees toenamen. De bedoeling van de heksenjachten was alle vrouwen angst aan te jagen.’ Dat is een cirkelredenering, met bovendien bizarre implicaties: je doet er verstandig aan je koest te houden, want de brandstapel kan je deel zijn.
Nu het hoofdstuk over heksen van de hand van Jean-Michel Sallmann. Hij geeft eerst de statistieken, plaatst het idee van de vrouwelijke inferioriteit in de vroeg-christelijke traditie, bespreekt daarna de literatuur over de heksenvervolgingen en weegt de verschillende verklaringen. Dan verwijdert hij zorgvuldig de blinddoeken die de meeste historici hebben gedragen. Het beeld wordt steeds complexer. Uiteindelijk concludeert hij dat de heksenjachten, ondanks de uiteenlopende vormen van bijgeloof die erachter staken en de verschillende soorten slachtoffers die ze maakten (ook mannen), hebben bijgedragen aan een forse degradatie van het sociale beeld van vrouwen. Zou zo'n genuanceerd en mooi geschreven essay van slechts dertien pagina’s niet veel meer doen voor de vrouwenemancipatie dan het simplisme van French?
Vermoedelijk zal ook de nieuwe Marilyn French wel weer een bestseller worden, maar ik betwijfel of haar 'levenswerk’, zoals ze het zelf noemt, echt zal worden gelezen. Daarvoor is het te veel fast food en te weinig een substantiele maaltijd. Hoe dan ook bewijst French haar seksegenoten geen dienst met deze historische kroketten- en frikadellenautomaat. Die tijd hebben we gehad. Voor minder dan een exquise vijfgangendiner, met beschaafde porties, doe ik het niet meer.