Televisie

Fenomeen

TELEVISIE Zappa

Amerikaanse tv-show 1963. Gast: een gladgeschoren ideale schoonzoon. Hoe lang speel je al fiets? vraagt de presentator. Twee weken. Presentator: ‘Hij dacht, als het maar lullig genoeg is kom ik vanzelf in de Steve Allen-_show.’ De jongen ontlokt met een strijkstok erbarmelijk geluid aan een spaak en vraagt het showorkestje willekeurige klanken te spelen: kakofonie. De zoveelste komiek lijkt opgestaan. Een verbluffend fragment, niet aan het begin van _Frank Zappa: A Pioneer of the Future of Music, maar vlak voor het eind, wanneer Zappa’s leven en loopbaan nadien voorbijgekomen zijn. In de slotscène zien we zijn zoon Dweezil, ook gitarist, die tegenwoordig vaders werk speelt, samen met diens oude bandleden. Het technisch niveau is hoog, maar wekt vooral heimwee op en spijt over de vroege dood van een genie.

Deze tweedelige documentaire, een must voor Zappa-fans, maar boeiend voor ieder die geïnteresseerd is in muziekgeschiedenis of de Amerikaanse tegencultuur van de late twintigste eeuw of in goede televisie, is Nederlands product. Frank Scheffer sprak vroegere bandleden; putte prachtmateriaal uit eerdere Zappa-documentaires en uit diens gigantische archief; en maakt zo het belang duidelijk van Zappa als gitarist, bandleider, filmer, componist, fenomeen. Iemand die zijn inspiratie haalde uit blues, rock-’n-roll, r&b, India, Tibet, Varese en Strawinsky. Wiens werk door Pierre Boulez werd uitgevoerd samen met dat van Elliott Carter en Charles Ives. En die op de lessenaars staat van het Teheran Symfonie Orkest! De kijker ervaart zowel het gedateerde van de cultuur van de jaren zestig en Zappa’s mix van ongein en klasse, als ook de kracht die nog altijd van persoon en werk uitgaat. Die malloot-in-pak met fiets trok later bij menig concert zijn kleren uit en bleek een heel grote.

Iets anders: The End of the Neubacher Project van Marcus J. Carney, die zijn Oostenrijkse familietak confronteert met het verleden. Zijn oudoom was nazi-burgemeester van Wenen. Zijn grootvader organiseerde jachten voor partijbonzen en beloofde nog na de oorlog zijn dochtertje dat hij haar eigenhandig af zou knallen als ze trouwde met Amerikaan of jood. Centraal staat dat dochtertje, moeder van de filmer. Tragische vrouw, die haar eigen moeder, Omi, liefdevol verzorgt maar beseft dat die geen greintje spijt heeft van gruwelen, die ze tegelijk verdringt en als ‘verdiende loon’ voor de slachtoffers beschouwt. Een geesteshouding die Carney de ‘Oostenrijkse ziekte’ noemt. Onaangename film, ook door de manier waarop zoon moeder blijft confronteren, tot bijna op haar sterfbed, waarbij liefde, pijn over holocaust en over de scheiding van zijn ouders door elkaar lopen. Het politieke en morele wordt al te persoonlijk. Maar fascinerend.

Ten slotte Westerbork Girl van Steffie van den Oord, met en over Hannelore Eisinger-Cahn. Ooit was ze revuester in dat kamp, door mannen aanbeden. Acteur/verzetsman Rob de Vries wist haar zelfs uit Westerbork te ontvoeren, vermomd als machinist. De film vertelt niet alleen haar onwaarschijnlijke levensverhaal maar raakt aan talloze wezenlijke en verwarrende vragen rond het voorportaal van de vernietiging. Aanbevolen.

Marcus J. Carney, The End of the Neubacher Project. Ikon, 26 april, Nederland 2, 22.50 uur.

Frank Scheffer, Frank Zappa: A Pioneer of the Future of Music. VPRO, Het Uur van de wolf. Deel 1 27 april, Nederland 2, 16.05 uur (herhaling), deel 2 29 april, Nederland 2, 22.50 uur.

Steffie van den Oord, Westerbork Girl. Holland Doc, 3 mei, Nederland 2, 22.55 uur