Ferdi is ontstemd

Ferdi E., de ontvoerder en moordenaar van Gerrit-Jan Heijn, is ‘zeer ontstemd’. Niet over de kwaliteit van zijn water en brood, maar over het feit dat hij binnenkort wellicht andermaal in de krant zal staan. Dit keer niet op de voorpagina, maar op de filmpagina, als hoofdfiguur van de VPRO-film De Lange Reis, te schrijven en te regisseren door Pieter Verhoeff, gebaseerd op de ongemakkelijke gesprekken die er toentertijd tussen dader en slachtoffer zijn gevoerd. Ferdi E. en zijn advocaat zijn tegen een dergelijke film. ‘Acht jaar na de ontvoering veroorzaakt een film veel extra leed bij de gezinnen van mijn client en de familie Heijn’, zegt E.‘s raadsman. 'De zaak wordt volledig opgerakeld. Het lijkt Ferdi en mij bijzonder pijnlijk voor beide gezinnen.’

Nu worden er in Nederland geen films tegengehouden. Kunst is te onzent niet aan beperkingen gebonden. Er is maar een rechter die over deze materie oordeelt. Dat is Jan Publiek en als die er niets aan vindt toont hij het Muziektheater, Tu schinski of de Westergasfabriek zonder genade zijn conservatieve achterwerk.
Dus als Verhoeff de zaak- Heijn wenst te verfilmen, zal geen macht ter wereld hem voor de voeten lopen. Hoe denkt de advocaat van Ferdi E. dit project te blokkeren? Door zich te beroepen op het copyright op de gesprekken tussen moordenaar en slachtoffer? Deze gesprekken hebben tijdens de ontvoering onmiskenbaar in een ‘sfeer van privacy’ plaatsgevonden; ontvoerder en ontvoerde waren nu eenmaal niet in de gelegenheid op een publiek terras neer te strijken. Ondertussen valt best te begrijpen dat Ferdi E. inmiddels een zekere overgevoeligheid heeft ontwikkeld inzake de prive-aspecten van zijn zaak. Zijn hele hebben en houwen heeft indertijd op straat gelegen. Hij was pure publicitaire handelswaar, voor zowel de pulppers als de wat serieuzere kranten. Dat had deerniswekkende aspecten, toegegeven. Anderzijds weet je als misdadiger dat je een dergelijk risico loopt als je besluit de broer van ’s lands meest vooraan staande kruidenier onder de grond te stoppen.
Wij herinneren ons, bijna een decennium na dato, Ferdi E. voornamelijk als een moordenaar-met-diploma, die halverwege zijn ontvoering zijn slachtoffer een pink heeft afgesneden. Persoonlijk zou het beneden zijn stand zijn om zo, als moordenaar, de criminele geschiedenis in te gaan. Dan dient zich plotseling een serieuze kunstenaar aan als Pieter Verhoeff, die ongetwijfeld naar nuances en verklaringen gaat zoeken, nuances en verklaringen waarvan toen, in Prive en het Algemeen Dagblad, weinig terecht is gekomen. Laat zo'n Ferdi E. blij zijn dat Verhoeff bereid is zich in zijn zaak te verdiepen!
Dat hij de moordenaar van Gerrit-Jan Heijn is zal eeuwig een onderdeel vormen van zijn curriculum vitae, daar is niets aan te doen. Maar een met sensibiliteit vervaardigde film over deze dramatische zaak zal wellicht iets bijdragen tot het resocialiseringsproces van de dader, een proces dat in theorie in ons rechtsbestel centraal pleegt te staan.