De Groene Live #26: Strijd om de ziel van Amerika. Kijk woensdag om 20.30 naar de live-uitzending. Meer informatie

Ferguson beroert ook de New Yorkse metro

New York – De bioscoopzaal zit vol. De nieuwe raciale kaskraker Dear White People had op geen beter moment kunnen komen. Voor de Verenigde Staten vanwege het Ferguson-drama, voor Nederland vanwege de zwarte-pietdiscussie.

De film over vier zwarte studenten op een Ivy League-college laat zien hoe vilein racisme met een glimlach kan zijn.

Met mijn Surinaamse vriendin heb ik mijn intrek genomen op de zolder van een huis vol Surinamers in Border Brooklyn. De sombere, armoedige straten liggen op het randje van Bushwick, een van de beruchtste getto’s van New York. In de ondergrondse naar ons tijdelijke huis regeert de Afro-Amerikaan. Op weg naar werk, terug van nachtdienst, in uniform, met schort, de wallen nog donkerder dan de huid. Ze bedienen de blanke hipster, de succesvolle zakenman en de Europese toerist.

Bij halte Nostrand verlaten de laatste blanken het treinstel. Moeizaam, een beetje angstig passeren ze een zwerver die vloekt en tiert: ‘Als ik dertig jaar jonger was geweest had ik jullie van kant gemaakt.’ Als de metro weer rijdt, verandert zijn toon. ‘Wat gaan we doen aan Michael Brown? Doodgeschoten om wat? Zijn kleur?’ Geroutineerd vinkt hij een lijst met incidenten af. Namen. Plaatsen. Een jongen op weg voor een zakje Skittles. Een andere, al even dood, neergeschoten vanwege een brood dat werd aangezien voor een geweer.

De passagiers doen alsof ze naar de muziek in hun oordopjes luisteren, maar hun gezichten betrekken en hun hoofden knikken traag. Boven de grond vinden regelmatig kleine demonstraties plaats. ‘We want justice. Clean the police corps!’ Iedere demonstrant heeft een bewapende motoragent naast zich. De scheefgroei tussen burger en veiligheidsapparaat kan niet duidelijker zijn.

Ook in de semi-finale van de Poetry Slam is Ferguson een populair thema. Vrijwel ieder optreden gaat over ras en armoede. ‘Ik ben zo moe, zo moe van deze huidskleur die het zo moeilijk maakt van mezelf te houden, zo makkelijk voor anderen om mij te haten’, schreeuwt een van de deelnemers uit. ‘Je zult nooit begrijpen hoe het is om zwart te zijn white-y’, roept de zwerver boos in mijn richting. Hij is de zoveelste die mij gefrustreerd aanspreekt op mijn kleur. Anderen weigeren zelfs met blanken in gesprek te gaan. In hun woede en frustratie gebruiken ze dezelfde bewoordingen als hun vroegere vijanden.