‘Ferguson’ en het Amerikaanse rechtssysteem

In Ferguson was de verdachte een agent, Darren Wilson, die een ongewapende tiener, Mike Brown, had neergeschoten. Bestond er een redelijk vermoeden dat Wilson daarmee een strafbaar feit had gepleegd? De jury – bestaande uit twaalf burgers, van wie negen blank en drie zwart – vond van niet.

Medium commentaar 49 2014 ferguson

Van alle landen met een op precedenten gebaseerde rechtspraak zijn de Verenigde Staten het enige land dat nog gebruikmaakt van een grand jury (volksjury) om te bepalen of strafrechtelijke vervolging dient plaats te vinden. In het algemeen besluit de grand jury daartoe wanneer ze concludeert dat een probable cause (redelijk vermoeden) bestaat dat een verdachte een bepaalde misdaad heeft begaan. In Ferguson was de verdachte een agent, Darren Wilson, die een ongewapende tiener, Mike Brown, had neergeschoten. Bestond er een redelijk vermoeden dat Wilson daarmee een strafbaar feit had gepleegd?

De jury – bestaande uit twaalf burgers, van wie negen blank en drie zwart – vond van niet. Geheel onbegrijpelijk was die conclusie niet eens. De jury kreeg nogal tegenstrijdige verklaringen te horen over hetgeen tussen Wilson en Brown had plaatsgevonden. Was Wilsons leven in gevaar, zoals hij zelf verklaarde, toen Brown probeerde zijn politiewapen te grijpen? Had Brown zijn handen in de lucht toen hij werd doodgeschoten, zoals ooggetuigen verklaarden? Voeg daarbij dat de Amerikaanse jurisprudentie niet bepaald bol staat van veroordelingen van schietende politieagenten, en het is niet vreemd dat de jury vermoedde dat een rechtszaak niet tot een veroordeling van Wilson zou leiden. Daarmee is echter nog niet gezegd dat het rechtssysteem ‘dus’ werkt, zoals vooral rechtse commentatoren meteen verheugd vaststelden.

‘Het is moeilijk dit systeem te bezien en te zeggen: dit is geen probleem’

De zittingen van een grand jury worden gestuurd door de openbare aanklager, die de getuigen en het bewijsmateriaal aandraagt. In St. Louis County, het district waaronder Ferguson valt, was dit Robert McCulloch, de zoon van een blanke politieagent wiens vader in 1964 door een zwarte verdachte werd doodgeschoten. Ook zijn broer, oom en neef waren ooit agenten in St. Louis, terwijl zijn moeder twintig jaar lang administratief werk op het politiebureau verrichtte. Dat McCulloch verzoeken om de zaak aan een speciale aanklager te laten naast zich neer kon leggen, roept serieuze vragen op, te meer omdat er sterke aanwijzingen zijn dat hij helemaal niet tot vervolging wilde overgaan.

Allereerst besloot McCulloch om de grand jury ‘absoluut alles’ te presenteren, terwijl een openbare aanklager in de VS zich in de regel beperkt tot het tonen van bewijsmateriaal dat vervolging rechtvaardigt. Daar komt bij dat openbare aanklagers normaal gesproken tegenover de grand jury de aanklachten toelichten die ze willen indienen, vaak vergezeld van een uitleg waarom die gerechtvaardigd zijn. McCulloch deed niets van dat alles. Hij liet de jury op eigen houtje uitvogelen wat de juridische implicaties zijn van termen als ‘vrijwillige doodslag’ en ‘onvrijwillige doodslag’, waardoor het volgens critici aannemelijker werd dat de jury niet tot vervolging zou besluiten.

Zo kwam de grand jury tot een beslissing die de al bestaande perceptie dat het Amerikaanse rechtssysteem bevooroordeeld is tegen kleurlingen alleen maar versterkte. ‘Dit is geen nieuw fenomeen’, zei Vincent Southerland, advocaat voor de burgerrechtenorganisatie Legal Defense Fund, tegen The New Republic. ‘Het strafrechtelijk systeem heeft momenteel 2,5 miljoen mensen in de gevangenis, waarvan de meerderheid zwart of latino is. Als je kijkt naar de onterechte veroordelingen en de intimidatie door de politie, de aanklagers die bij de uitoefening van hun discretionaire bevoegdheden veel verder gaan dan de wet toelaat, dan is het moeilijk dit systeem te bezien en te zeggen: dit is geen probleem.’ Dat is de teleurstelling van ‘Ferguson’: dat precies gebeurde wat alle cynici al verwachtten.