De terugkeer van de man in de man

Ferme jongens, stoere knapen

Dit najaar verschijnt de Nederlandse vertaling van de Engelse bestseller The Dangerous Book for Boys. Dit boek is een reactie op dominante feminiene waarden in de samenleving en appelleert aan de ouderwetse behoefte van jongens (en mannen) om stoer en onderzoekend te zijn.

‘Hengelsport raakt steeds meer in trek bij vrouwen’, meldden twee weken geleden de landelijke kranten. Volgens het bericht vinden mannen dit ‘niet leuk’. De reden van hun ergernis is verklaarbaar. Vrouwen betreden een terrein waar mannen zich in hun verkapte oerrol van jagers vrij voelen. De indringers houden zich bovendien niet aan de codes van het vissen. Terwijl mannen urenlang zwijgend naar de dobber staren, kwebbelen vrouwen aan een stuk door over meer dan alleen haakjes, aas en bijten.

Dit voorbeeld illustreert een dieper ongenoegen dat schuilgaat achter de sekseverhoudingen in het postfeministische tijdperk. Mannen beginnen openlijk te klagen over de dominante aanwezigheid van vrouwen in de van oudsher door mannen gedomineerde domeinen en de eisen die vrouwen ook dáár aan hen beginnen te stellen. Meisjes gokken, pokeren en voetballen te midden van jongens in de juniorencompetitie, vrouwen discussiëren mee over het profvoetbal, worden lid van mannensociëteiten als de Rotary en ze gaan vissen. Het is allemaal normaal geworden, maar mannen vragen zich af of er dan niets meer is waar zij volledig zichzelf kunnen zijn.

Hun beklag kan meestal rekenen op een spottende reactie van vrouwen. Zij hebben immers eeuwenlang geleden onder de patriarchale verhoudingen en gestreden voor hun positie in de maatschappij en het publieke domein. Nu zij eindelijk meer invloed hebben, beginnen de mannen te sputteren.

Toch is deze reactie te gemakkelijk. Het raakt namelijk een breder probleem: het feminisme heeft na drie decennia de man in een nadelige positie gemanoeuvreerd. Daarvan zijn allerlei signalen te bespeuren. De ernst daarvan moet natuurlijk niet worden overdreven, want in de wereld van macht, gemeten naar positie en inkomen, is de man nog altijd grotendeels heer en meester.

Het probleem wordt vooral gevoeld in bepaalde beroepssectoren waarin vrouwen de meerderheid zijn gaan vormen. De feminisering van het basisonderwijs bijvoorbeeld wordt door driekwart van de leerkrachten ervaren als een negatieve ontwikkeling. De vrouwelijke waarden zijn in sfeer en benaderingswijze zo gaan domineren dat jongens te weinig worden erkend in hun seksespecifieke aanleg, tempo, fasering en behoeften en daardoor worden geremd in hun ontwikkeling.

Pedagogen en leerkrachten signaleren dit al jaren en de discussie hierover is inmiddels het stadium voorbij dat het wordt afgeserveerd als onzin. Dat jongens omgekeerd slachtoffer zijn door een gebrek aan mannelijke rolmodellen of aan een jongensspecifieke benadering van de juffen is een serieus punt. Hoewel het niet causaal hoeft te zijn bestaat er volgens pedagogen wel een verband tussen het ontbreken van een mannelijke aanpak in het onderwijs en de hoge schooluitval onder jongens in het voortgezet onderwijs. Ook vertonen jongens, vergeleken met twintig jaar geleden, meer en ernstiger gedragsproblemen dan meisjes. De input van het basisonderwijs vertaalt zich later naar het hoger en universitair onderwijs. Uit onderzoek van de vereniging van universiteiten vsnu naar de prestaties van studenten, juni dit jaar, blijkt dat meisjes sneller en beter studeren. Na vier jaar heeft 57,1 procent van de vrouwen een bachelordiploma gehaald tegen 33,4 procent van de mannelijke studenten. ‘Reden tot zorgen maar nog niet tot ingrijpende maatregelen’, reageerde de vsnu.

Wat zouden de maatregelen eigenlijk moeten zijn, behalve het beter coachen van jongens? En begint het probleem, inderdaad, niet veel eerder dan in de collegebanken maar in de vroege jeugd, waar de basis wordt gelegd voor (on)volwassen mannen?

In Engeland wordt over dit vraagstuk al jaren intensief gedebatteerd. Op de opiniepagina’s geven mannen aan zich emotioneel gecastreerd te voelen. In het privé-domein worden ze door hun vrouwen gedrild om per decreet en volgens hun methode iets aan het huishouden te doen. Mannen mogen niet te veel met hun vrienden op stap gaan, te lang achter de computer zitten of worden met de gsm gevraagd ‘waar ze blijven’ als ze ‘even’ een boodschap doen. Als hun vrouwen werken, dan zullen de echtgenoten dat weten ook: mannen moeten urenlang luisteren naar het geklaag over vermoeidheid en over schuldgevoelens over het uitbesteden van de kinderen. Het gesprek eindigt steevast met de vraag: ‘Heb jij daar nou geen last van?’

In het Engelse debat wordt inmiddels gebroken met feministische taboes. Prominente voorvechtsters van vrouwenrechten nemen het voor mannen op. Zij zeggen: we moeten erkennen dat het feminisme soms is doorgeslagen en veel mannen eronder zijn gaan lijden. Volgens hen heeft ‘terugbetalen’ geen zin. Beide seksen moeten elkaar in hun specifieke aanleg en behoeften respecteren. Enigszins beschroomd wordt vastgesteld dat de feministische opvatting van een seksevrije opvoeding voor jongens niet altijd goed heeft uitgepakt.

Het idee kwam erop neer dat als je jongens met poppen laat spelen, en meisjes met autootjes, de invloed van de omgeving de biologische verschillen teniet zou doen. En als mannen alsnog leren praten over hun emoties, en meisjes leren weerbaar en assertief te zijn, dan zouden de genderverhoudingen vanzelf enigszins in evenwicht komen. In de jaren zeventig trokken mannen roze tuinbroeken aan en gingen in kleermakerszit op de grond in een kring geforceerd praten over zichzelf, iets wat ze – helaas – niet in hun opvoeding hadden meegekregen. Ze konden op een cursus ‘erectieloos vrijen’ zich leren beheersen in hun vrouwvijandige daadkracht. Ze moesten vooral veel afleren, zoals de deur openhouden voor een vrouw, haar in haar jas helpen of andere handelingen met een seksistisch etiket. Alles wat te masculien was, was niet oké. Maar gedroeg een man zich te soft, dan was dat eigenlijk ook niet aantrekkelijk. Veel mannen raakten in de war over hun rol ten opzichte van zichzelf en, als seksueel wezen, ten opzichte van de vrouw. Dat het kan leiden tot overcompensatie laat de Bavaria-reclame op tv zien. Een man rukt letterlijk het keurslijf af en verandert als een Hulk in een barbaar op zoek naar een fris biertje.

De sleutel tot de oplossing van dit probleem lijkt nu uit Engeland te komen. Het vorig jaar verschenen boek The Dangerous Book for Boys rekent af met feministische rollenpatronen. De inhoud prikkelt het jongensbrein en doet een beroep op het type jongen van ver vóór het internettijdperk en, verder terug in de tijd, van vóór de Tweede Feministische Golf. Volgens de auteurs Conn en Hal Iggulden, broers die zijn geboren in 1971, is dit het boek dat ze in hun jeugd hebben gemist: een gids tot een eigen jongenswereld. Het is speciaal geschreven voor ‘mannen tussen de acht en tachtig jaar’.

Het boek is een megasucces. In Engeland zijn binnen een jaar een miljoen exemplaren verkocht. Het kreeg dit jaar de prijs van Book of the Year. In Amerika, uitgekomen in begin dit jaar, vliegt de ene druk van honderdduizend na de andere de winkel uit. Nederlandse, Italiaanse, Duitse en Franse vertalingen, met per land een eigen invulling van de cultuur-eigen inhoud, zijn in voorbereiding. In Nederland zal het boek begin oktober verschijnen als Het Jongensboek bij uitgeverij De Harmonie, dezelfde als van Harry Potter.

The Dangerous Book for Boys is een soort padvindersgids waarin typische jongensactiviteiten en jongenskennis wordt aangereikt. Het is een boek waarmee jongens weer echte jongens mogen zijn: stoer, heldhaftig en gericht op bèta-achtige experimenten. Het appelleert aan trial and error, onderzoek en risico nemen – een aanleg die biologisch meer gegeven is bij jongens dan bij meisjes.

Het boek is gesplitst in doen en denken. ‘Doen’ betekent leren hoe je bijvoorbeeld moet knopen leggen, hutten bouwen, vliegtuigjes vouwen, konijnen vangen, villen en roosteren. Of hoe je een skelter, een batterij, een katapult, een pijl-en-boog of onzichtbare inkt van urine kunt maken. Buitenspelletjes stellen de fysieke vermogens op de proef.

Het ‘denken’ in dit boek heeft betrekking op feitenkennis voor jongens: grote veldslagen en de regels van bijvoorbeeld voetballen, vissen en cricket. Het gaat over insecten en dinosaurussen, fossielen, stenen, natuurkundige verschijnselen, de zeven wereldwonderen uit de antieke wereld en de moderne wereld (zoals de raket naar de maan). Hoe je wolkenformaties en de sterrenhemel moet duiden wordt duidelijk uitgelegd. Er is een lijstje met beroemde citaten die ‘iedereen moet kennen’ en ‘boeken die iedere jongen moet lezen’. Tot de ‘essentiële uitrusting’ behoren het Zwitsers zakmes, een vergrootglas en lucifers.

En het gaat ook over meisjes. Na ‘lang nadenken wat verstandig en handig is’ geven de auteurs enkele adviezen hoe je met meisjes moet omgaan: goed luisteren, voorzichtig en beperkt omgaan met grapjes, voorkomen vulgair te zijn zoals winden en boeren laten, zelf schoon zijn (nagels en haren) en aan sport doen. Gedraag je als een jongen maar nooit als een pocherige macho. Als een meisje een zwaar voorwerp probeert te verplaatsen, help haar dan door niet met de spierballen te gaan rollen. Maak een aardig praatje terwijl je haar nonchalant helpt tillen.

De sfeer van weleer uit zich ook in de vorm en lay-out. In grote Victoriaanse krulletters, goud op snee, staat op het harde omslag de titel. Binnenin is meer tekst dan beeld. Het beeld is sober en zwart-wit getekend. De enkele kleurenplaatjes lijken afkomstig uit schoolboeken uit de jaren dertig.

Volgens de broers Iggulden is dit niet een ouderwets boek. Ze schrijven in de inleiding: ‘Het is maar hoe je het bekijkt. Mannen en jongens zijn niet anders dan vroeger, en ze interesseren zich nog altijd voor dezelfde dingen. Ze veroveren misschien andere werelden wanneer ze opgroeien, maar ze verlangen nog steeds naar dezelfde verhalen voor zichzelf en hun zoons. In het tijdperk van videogames en draagbare telefoons moet er nog steeds plaats zijn voor knopen, boomhutten en verhalen over grote dapperheid. Dit boek keert terug naar die zondagen en lange zomers uit onze eigen jeugd.’

Elsbeth Louis van uitgeverij De Harmonie verklaart het succes van het boek als volgt: ‘Het is retro en dat is al tijden een trend. Ik krijg hier een jaren-vijftiggevoel bij.’

De specifiek Angelsaksische inhoud krijgt op sommige onderdelen een Nederlandse vervanging en aanvulling. Louis somt op: ‘Beroemde zeevaarders en ontdekkingsreizigers, zoals Michiel de Ruyter, Abel Tasman en Olivier van Noort. Op het gebied van sport, onder meer de Elfstedentocht, het Friese fierljeppen en korfballen. Bij de uitvinders worden genoemd Willem Kolff, uitvinder van de nierdialyse, Antoni van Leeuwenhoek, ontdekker van de “kleijne diertgens”, en Anthonius Matthijsen, uitvinder van het gipsverband. Voor de staatsgeschiedenis wordt bijvoorbeeld het ontstaan van Nederland en België beschreven. Typisch Nederlandse fenomenen komen aan de orde, zoals het kweken van tulpen. En nee, de stamboom van het huis van Oranje komt er niet in voor. Koningsgezindheid is in Engeland meer in de cultuur gebakken dan bij ons.’

In Engeland en Amerika is het boek door critici overwegend positief ontvangen. The Guardian schreef: ‘Lange tijd zijn de basisregels van mannelijkheid in onze contemporaine samenleving afgeschaft. Het was decennialang uit de mode om te zeggen dat jongens biologisch anders zijn dan meisjes. Dit boek is hierop een gezonde correctie.’

Heel voorspelbaar komen er uit feministische hoek ook grommende reacties. Feministen vinden het getuigen van ouderwets seksisme, net nu dat na een lange strijd een beetje begint te verdwijnen. Sommigen hebben ‘grote moeite met het woord Boys in de titel’ en dat de doelgroep alleen bestaat uit jongens en mannen. ‘Waarom zouden meisjes dit allemaal niet willen weten en kunnen?’

Natúúrlijk mogen meisjes dit boek lezen en ervan leren. Er zijn genoeg meisjes die dit prachtig vinden en hun neus zouden ophalen voor een vergelijkbaar boek voor meisjes. Volgens Elsbeth Louis van De Harmonie komt dat boek er trouwens al aan. Bij dezelfde uitgever, HarperCollins, van het jongensboek verschijnt in december The Daring Book for Girls, geschreven door twee vrouwen. Het speelt in op meisjesbelangstelling. Volgens Louis zal het onder meer gaan over ‘goede manieren, liedjes voor bij het kampvuur, verzorgen van huisdieren, koekjesbakken, hoe je je ouders moet overtuigen een pony te kopen en hoe je moet omgaan met jongens’. Dit boek was volgens haar waarschijnlijk moeilijker te maken, want het kan de klassieke rollenpatronen van het ‘zwakke geslacht’ onnodig bevestigen en neigen tot tuttigheid. Of er echt grote behoefte aan is, is maar de vraag. Want voor meisjes zijn er tientallen bladen en boeken die inspelen op typische meisjeszaken. In het algemeen heeft de emancipatiestrijd vrouwen winst opgeleverd en mannen verlies. de voordelen mogen niet verloren gaan, terwijl mannen nu hun terreinwinst deels proberen terug te halen.

Het is afwachten hoe Nederland gaat reageren op Het Jongensboek. Lauk Woltring is benieuwd. Hij doet studie naar onder meer genderspecifiek gedrag en traint als coach mannen en jongens in communicatievaardigheden. Hij denkt dat dit boek, dat hij nog niet kent, zou kunnen voldoen aan een universele jongensbehoefte: ‘In onze risico mijdende samenleving worden kinderen continu beschermd tegen “gevaar”. Ze mogen een heleboel niet meer. Deze week las ik in de krant dat ze in Engeland rugzwemmen in het zwembad willen afschaffen omdat je dan tegen iemand aan kunt botsen. Tegelijk hebben jongens meer dan meisjes een natuurlijke drang tot onderzoeken en grenzen verkennen. Ze moeten over de schutting klimmen en littekens oplopen. Als ze in hun wordingsproces geen gradueel risico kunnen nemen, gaan ze dat vaak compenseren door extreme risico’s op te zoeken, of ze gaan agressief gedrag vertonen omdat ze hun energie niet in banen hebben leren leiden. Jongens moeten semi-gevaarlijke dingen kunnen doen. Als dit boek dat stimuleert: prachtig. Dat heeft helemaal niks met seksisme te maken. Eerder met gezonde pedagogiek.’

Dit boek komt volgens Woltring niet uit de lucht vallen: ‘De laatste jaren zijn er, naast mijn eigen boeken, tientallen studies en boeken over jongens en opvoeding verschenen, zoals in 1999 Jongens: hoe voed je ze op? Maar het zijn meestal populair-wetenschappelijke boeken voor de ouders, niet voor de jongens zelf.’

Voor politici komt dit boek trouwens ook als geroepen. Het kan een aanvulling zijn op een aantal brandende actuele kwesties. Moddervette kinderen verliezen hun zitvlees, weerbarstige jongens kunnen zich fysiek uitleven om uitgeput ’s avonds in bed te ploffen. En een lichte versie van de canon van de vaderlandse geschiedenis wordt en passant ook nog meegenomen.

De tekeningen komen uit het besproken boek