Ferme woorden

Schelden met scheldwoorden is eigenlijk ­hetzelfde als ‘rode rozen rood kleuren’.

Die uitdrukking ‘rode rozen rood kleuren’ hoorde ik jaren geleden van een acteur en hij bedoelde daarmee dat je in een dialoog ­bijvoorbeeld niet de emotie en de handeling moet vertellen als de acteur die moet laten zien. Dan doe je alles dubbel.

Dus je zegt niet: ‘Ik ben zo furieus laten we een kop koffie drinken.’ De acteur heeft dan niets meer te spelen. In ­Nederlands drama zie je dat overigens vaak. Sterker: ik wéét dat zulke dialogen zelfs door de omroepen worden gewild. Maar dit terzijde.

Jan Mulder, Prem en Maarten van Rossem schelden met grote regelmaat en ze ­worden erom gewaardeerd. Jan Mulder en Prem ­schreeuwen er zelfs heel charmant bij. Over de techniek van Van Rossem straks meer.

Dat schelden heeft tot doel hun ‘betrokkenheid’ te tonen. Er is iets gebeurd wat zij onrechtvaardig vinden, en dan gaan ze los, gesteund door een moraal: ‘Schandelijk!! Hoe deze volstrekte, dit nietswaardige onderkruipsel, want dat is het Matthijs, een nietswaardig misselijkmakend onderkruipsel, deze beslissing heeft genomen, en ik mag wensen dat deze walgelijke, pedante idioot… et cetera, et cetera.’ Of neem Prem, die ook schreeuwt en dan meteen woorden als racist, randdebiel en patjepeeër erin gooit, en daarmee eveneens applaus oogst. De techniek van Maarten van Rossem is iets anders. De structuur van zijn gescheld is: ‘Brom-brom-brom-kermisklant! Grom-grom-grom – volslagen randdebiel… Grom, grom. Grom-grom-grom… met een intelligentie die zo laag is dat hij niet is te meten… grom, grom, brom, brom… onbenulliger kan niet!’

Je ziet het ook bij collega Youp. (En oké, ikzelf maak me er ook wel eens schuldig aan.)

Het wonderlijke is nu dat deze mensen vooral tegen het onfatsoen van bijvoorbeeld iemand als Wilders zijn. Ze spreken dan over een fascist, racist, randdebiel, kermisklant, ­klootzak, patjepeeër omdat ze tegen ­‘kopvoddentaks’ zijn en tegen ‘Doe’s normaal man’ en tegen de islampolitiek en het populisme. Mocht je tegen het verbale geweld van Wilders zijn, dan wordt zijn gescheld in ieder geval gerechtvaardigd door het gescheld van zijn tegenstanders. Wat in feite toch ook een vorm van populisme is.

Voor de televisie werkt het schelden dan ook. Ik heb nog nooit iemand gezien die luid ging schelden en geen open doekje kreeg! Wil je applaus, ga schelden, want men wil niet alleen die zogenaamde betrokkenheid zien, men maakt er ook reclame voor. De Vara bijvoorbeeld zegt dat je ‘verschillig’ moet zijn – de dingen moeten je niet onverschillig laten, ze moeten je beroeren, je moet je er druk om maken. En dat moet je tonen. Een woord als ‘schande!’ doet het daar dan nog steeds goed.

Vooral bij links wordt er van oudsher gescholden. Ik lees nog steeds Lenin graag, want hij kon fantastisch schelden! Hij gebruikte heel vaak woorden als smerig, schijnheilig, oplichters, maar vooral smerig. Alles was bij Lenin ‘smerig’. Hij gebruikte niet echt veel scheldwoorden. Stalin daarentegen kon niet zo goed schrijven en bij hem wordt het dan ook meteen bedreigend. Al heel snel komen er bij Stalin wapens aan te pas. Alexinsky zegt ergens: ‘Koba kon schelden als een kanon dat diareebommen afschoot!’ En Mulder, Van Rossem, Prem en Youp maken er ook geen geheim van dat zij links zijn. (En goedbeschouwd is Wilders ook links.)

Het midden daarentegen kan niet schelden. Je zult een CDA’er of een D66’er daar nooit op betrappen. Een SP’er dus weer wel. Een GroenLinkser niet.

Wie scheldt is fanatiek – en hoewel we zeggen dat we fanatisme afkeuren, houden we ervan: in de sport, in het leven, in de politiek en in het taalgebruik.

Ferme woorden zijn stoere woorden! Maar als wapen legt een scheldpartij het altijd af tegen het argument.