Feromonen

‘Hij zou alleen het heden willen’, schrijft Max Frisch in Montauk. Sommige boeken kun je eindeloos lezen, zomaar ergens beginnen, en zomaar ergens ophouden. Als iemand me dat zou zeggen, zou ik denken: dat lijken me de vreselijkste boeken.

Maar Montauk onttrekt zich aan de standaard. Normaliter wil ik dat iemand voor mij het begin en het einde helemaal heeft uitgedacht, en het midden. Ik wil niet bij een broodjeszaak komen en dan moeten beslissen over het soort broodje, wel of geen sla, wel of geen extra kaas, en welke dressing, en moet het warm of koud. Ik wil dat iemand voor mij het perfecte broodje maakt, nadat hij er jaren op heeft gestudeerd, het liefst al zijn hele leven. Ik wil geen volksreferendum, geen gekozen burgemeester.

Montauk is niet het ideale boek, maar het komt wel in de buurt. Ik las een opmerkelijke definitie van vrouwenliteratuur in de krant, eigenlijk ook wel een bevrijdende definitie. Vrouwenliteratuur is literatuur die niet door een man geschreven zou kunnen zijn. Montauk zou denk ik niet door een vrouw geschreven kunnen zijn. Het is te raar, te grillig, te weinig ingehouden op een bepaalde manier.

Ik hoorde dit weekend iemand op tv het verschil definiëren tussen vrouwelijke en mannelijke componisten. De mannelijke componist pakt uit, laat zien wat hij allemaal kan. De vrouwelijke componist zoekt de finale in de verstilling. Vroeger zou ik denk ik dit niet accepteren. De man zus en de vrouw zo. Of nog weer vroeger zou ik dit verschil juist cultiveren, koesteren. En daarna zou ik het dus niet meer accepteren. En nu. Ja en nu? Ik haal er mijn schouders niet over op, ze blijven me onverminderd interesseren, de mannen en de vrouwen, maar ik hoef er ook niks meer mee. Ga jij maar paaldansen.

Ik zie hoe heet-ie oreren bij Pauw Witteman, hoe heet-ie, die politiek commentator, Frits! Frits Westerman. Zie hoe hij iedere komma bij de ander aangrijpt voor een uitgebreid college, met ten eerstens en ten tweedens, hij gaat er breder bij zitten, hij perst er een woordenstroom uit die niet meer ophoudt. Ben ik de enige die niet tegen die man kan die nu steeds bij DWDD aan het vertellen is over Franse chansons? Bart! Bart van Loo. Ontketend. De mensen zijn ontketend, ze houden hun mond gewoon nooit meer, ze gooien alles eruit, schamen zich nergens voor.

Ik wilde naar de film, Dans la maison van François Ozon, een film voor jou had een vriendin gezegd, ik ging gewoon alleen op zondagmiddag, klein filmhuis in de provincie. Voor mij kocht een nondescripte man een kaartje. Of tenminste, hij wilde dus een kaartje kopen, ook voor Dans la maison. Het spijt me, zei het meisje achter de kassa. Meisjes zien er nooit nondescript uit, dat is ook zo iets.

De film is uitverkocht, zei het meisje.

Niet-begrijpend keek de nondescripte man om zich heen. Om vervolgens het op een wel­gemeend gvd te zetten. Had er geen glas tussen het meisje en hem gezeten, dan had hij haar over de balie naar zich toe gesleept, dan had hij haar verrot geslagen, niet verkracht, daar was hij te boos voor. Hij bleef maar keihard gvd’en.

U kunt wel nog vanavond gaan, zei het meisje, beheerst en beleefd.

Maar ik wil niet vanavond gaan! schreeuwde de man. Ik wil nu! Nu! Nu!

Wat dacht die man te vinden bij François Ozon? Ik keek vorige week naar een documentaire over Jeannette Winterson, en besefte hoe dorstig ik was. Ik leef in een woestijn, in bezet gebied, ik zie bijna nooit iets wat echt interessant is, of laat ik het zo zeggen: iets wat me wezenlijk interesseert.

‘Ik zou deze dag willen beschrijven’, schrijft Max Frisch in Montauk. ‘Niets dan deze dag, ons weekend en hoe het daartoe gekomen is, hoe het verder gaat. Ik zou willen kunnen vertellen zonder er iets bij te verzinnen. Een naïef vertelperspectief.’

Het einde van het jaar nadert, tijd om de dingen onder ogen te zien. Ik vraag me af waarop ik altijd maar een voorschot aan het nemen ben. Mijn horloge heb ik vóór staan, mijn bankrekening dusdanig in de min dat het niet uitmaakt wat ik verdien of uitgeef, mijn wekker gaat zo vroeg af dat ik altijd weer in slaap mag vallen.

Ik wil een cameraatje in de keuken ophangen, zodat ik kan zien welke van mijn twee katten de andere molesteert.

Geen goed idee, vinden mijn huisgenoten, altijd tuk op hun privacy.

Alarmerend verhaal, vindt de dierenarts.

Voor ik het weet heeft hij me weer iets verkocht. Vorige keer moesten de katten aan de prozac. Nu sta ik met een apparaatje in mijn hand dat ik in het stopcontact moet steken, in de buurt van een plek waar de katten zich vaak bevinden, en er zullen feromonen vrijkomen. Rustgevend en gelukkigstemmend tegelijkertijd.

Helpt het ook voor mensen? vraag ik hem.

Ik ging ervan uit dat hij in de lach zou schieten, maar hij kijkt me zo mogelijk nog ernstiger aan.