Ferrante of hoe heet die man

Ik heb haar boeken nog maar eens uit de kast gepakt. Waarom dacht ik ook al weer zo zeker te weten dat ze een vrouw was, de eerste keer dat het gerucht ging dat dat wel eens níet het geval zou kunnen zijn? Heb ik dat zelfs nog eens op de radio toegelicht?

Ik las het vierde deel van haar Napolitaanse romans afgelopen voorjaar, toen ik zelf in Napels was. Als ik het nu opnieuw opensla, valt er een opgevouwen blaadje uit. Het is een printje van de column die ik vlak na thuiskomst schreef, bedoeld om me eraan te herinneren dat ik me tijdens mijn vakantie druk had gemaakt om iets futiels. Je loopt langs een van de mooiste kusten van Europa, de citroenen vallen van de bomen als je langszij komt, het ware leven ontvouwt zich voor je ogen, en jij loopt te piekeren over wat je gezegd hebt in een interview in een landje hier ver vandaan, en in welk handgeborduurd Demis Roussos-vest je je voor de foto hebt laten hijsen. Gek dat je nooit van tevoren kunt bedenken hoe weinig écht het tobben waard is.

In die column citeerde ik uit het laatste deel van Ferrante de passage waarin de verteller zegt dat ze haar vermoeidheid moet overwinnen om het pijnlijkste punt van de geschiedenis van haar en haar jeugdvriendin Lila vast te leggen. Ze schrijft op papier te zullen proberen het evenwicht tussen hen tweeën te vinden, een evenwicht ‘dat ik in het echte leven niet eens tussen mij en mezelf heb weten te vinden’.

Alleen al deze passage laat zich nu heel anders lezen; niet omdat ze nu een man is, maar omdat ze iemand is die jarenlang bezig is geweest zichzelf met een andere identiteit op te tuigen. Tot welk spiegelgevecht heeft deze figuur zich veroordeeld? Het werk van Ferrante draait om ambitie, jaloezie, verraad, erkenning; thema’s die op een natuurlijke en vanzelfsprekende manier in de romans leken te worden geprojecteerd op een levenslange, nauwe vriendschap tussen twee vrouwen, Elena en Lila genaamd. Allebei schrijvers, maar de een doet er alles aan om gepubliceerd te worden, en erkenning te krijgen, terwijl de ander de écht geniale is, zo geniaal dat ze zich achteloosheid kan veroorloven, en alleen voor zichzelf lijkt te schrijven.

Moet het werk opnieuw geïnterpreteerd worden, of doet het er gewoon niet toe dat de schrijver toch een man blijkt te zijn?

Hebben we hier ‘eigenlijk’, nu we weten dat in werkelijkheid een gewaardeerde maar onbekende mannelijke schrijver zijn eigen concurrent in het leven heeft geroepen, te maken met een interne tweestrijd? Hoe moet het verdwijnen van Lila, waarmee de romancyclus zijn aanvang neemt, in dit licht worden begrepen?

‘Ik hoorde bij de mensen die dag en nacht keihard werkten, die uitstekende resultaten behaalden, die zelfs met sympathie en achting bejegend werden’, schrijft Elena over zichzelf in het eerste deel, ‘maar die nooit de bij de hoge kwaliteit van die studies behorende uitstraling zouden hebben.’ Spreekt hier de schrijver die weliswaar een prestigieuze literaire prijs in eigen land won, maar wiens lezerspubliek al te overzichtelijk bleef? Moet het werk opnieuw gelezen en geïnterpreteerd worden, de receptie worden hernomen, of doet het er gewoon niet toe dat de schrijver toch een man blijkt te zijn?

Ik merk dat ik zelf verbazingwekkend snel over het idee heen kan stappen dat Ferrante toch niet die schrijver is die wel vrouw móest zijn, zoals ze levensecht de stations in het vrouwenleven tot leven kon roepen. Wat overheerst is bewondering voor een schrijver die de zo geroemde intensiteit kon bereiken dankzij techniek: in de Napolitaanse romans lijkt het Elena er voortdurend om te doen de waarheid te vertellen, vaak ten koste van de manier waarop. En nog iets, te griezelig bijna om waar te zijn: in hoeverre is dit allemaal het voorbereidende werk geweest van een duivelskunstenaar?

Nu al hoor ik stemmen opgaan die zeggen dat deze mannelijke schrijver achter Ferrante het ‘echte’ genie is. Zijn boeken, geworteld in dezelfde voedingsbodem als de Napolitaanse romans, schijnen ‘het echte werk’ te zijn, zoals het werk van Lila – dat ze haar hele leven verborgen heeft gehouden, tot grote onzekerheid van Elena – dat ook al de hele tijd moest zijn. In feite zou je kunnen zeggen dat met deze onthulling Elena’s nachtmerrie bewaarheid is geworden: ‘Lila’ slaat terug, en hoe. Met terugwerkende kracht lijkt Ferrante het pad te hebben gebaand voor haar schepper.