Hoe een bijtende film als theater zijn tanden verloor

‹Festen› verpesten

Een befaamd filmscenario op het toneel. De theatermakers van Niet Uit Het Raam en De Ploeg proberen het met ‹Festen›. En met Piet Römer.

De hype rond de film Festen (1998, publieksprijs in Rotterdam, Gouden Palm in Cannes, Fassbinderprijs in Berlijn) is destijds volledig aan me voorbijgegaan. Ik zag de film een jaar later op een verloren avond in een provincie bioscoop. En daarna nog een paar keer op video. Op de doos van de tape werd een recensie geciteerd: «Een compromisloze film». Op die kwalificatie viel weinig af te dingen: ik werd door Festen getroffen als door een mokerslag. Het was een consequente film, gemaakt volgens de principes van het Deense cinema-manifest Dogma 95: gefilmd op locatie zonder kunstlicht, met een camera zonder statief, geen achtergrondmuziek en zo dicht mogelijk binnen de eenheid van tijd, plaats en handeling — overigens de basiswet van de Griekse tragedie.

De basis van de mokerslagen in Festen ligt in de snoeiharde tegenstelling tussen het oppervlakkige kermislawaai waarin het verjaardagfeest van de succesvolle industrieel Helge Klingenfeldt wordt gevierd en het feit dat zijn zoon Christian tijdens deze verjaardagspartij in een paar wurgende speeches onthult dat vader Klingenfeldt Christian en zijn zus Linda in hun jeugd systematisch heeft verkracht (met medeweten van de moeder). Linda heeft ondertussen zelfmoord gepleegd.

Het scenario voor Festen is vrij getrouw gevolgd voor de gelijknamige voorstelling die er nu van is gemaakt door de theatermakers van Niet Uit Het Raam (Peter Heerschop, Joep van Deudekom en Viggo Waas) en De Ploeg (Genio de Groot, Han Römer en Titus Tiel Groenestege). De formaties bestaan respectievelijk vijftien en vijf jaar en ze vieren die jubilea samen met Saskia Temmink, Ria Marks en Piet Römer (75, de nestor van het gezelschap en vorig jaar een halve eeuw aan het toneel). De toneelbewerking van dit filmscript is kundig gemaakt. De zeven mannen en twee vrouwen hupsen behendig ín en úit zo’n slordige 35 rollen, het geheel speelt zich af in een lekker groezelig vormgegeven feestzaal. De jubilerende cabaretiers mixen hun jubeljaren — door middel van toegevoegde oneliners en sidekicks — handig met het grimmig verstoorde verjaarspartijtje van de industrieel met een incestverleden. Piet Römer speelt die rol met verve, Han Römer, ook in werkelijkheid zijn oudste zoon, is de kwelduivel — en dat doet-ie onverstoorbaar prachtig. Resultaat: triomftocht langs schouwburgen, publiek niet aan te slepen. Niks aan de hand.

Niks aan de hand? Ik zal niet aankomen met de platitude dat film film is en toneel toneel. Feit blijft wel dat in het scenario van Festen steeds situaties worden opgebouwd en vrij snel weer worden afgebroken via onverwachte wendingen, die de spanning vasthouden. Regisseur en co-scenarist Vinterberg daarover (in de boekuitgave van het filmscript): «Die wendingen, breuken eigenlijk, zijn noodzakelijk om de dramatische spanning overeind te houden. Als je situatie op situatie stapelt, ontstaat er vrij snel iets voorspelbaars, je raakt de dynamiek van de vertelling kwijt. De neiging tot harmonische lijnen moet je kapot hakken.»

In de voorstelling die NUHR/De Ploeg van Festen hebben gemaakt, wordt dat hakwerk overgelaten aan de jubilerende cabaretiers. Die gaan als het ware steeds náást de centrale handeling van het script staan, geven ironisch, soms cynisch commentaar. Drie jaar geleden werkte dat perfect in de eigenzinnige versie die ze presenteerden van de Driestuiversopera (Brecht/Weill). Hier slaan de grappen dood als bier in een vet glas. De breuklijnen in het filmscenario zijn verworden tot glijmiddelen in een geoliede machine. Handig en slim, kundig vakwerk — maar de angel is uit de vertelling weggehakt. Of wordt eruit weggelachen.

Het ongemeen spannende van Festen als filmscenario is dat je de kampen ziet verschuiven. Aanvankelijk wordt Christian in zijn onthullingen alleen gesteund door het keukenpersoneel. Geleidelijk voegen zijn jongere broer en zijn enige nog levende zus zich bij hem — maar dat gebeurt subtiel, je voelt de verhoudingen schuiven, écht merken doe je het aanvankelijk niet. Van die subtiliteiten blijft in deze voorstelling bijzonder weinig over. Ik kromp bijna in elkaar toen de scène eraan kwam die voor mij de pijnlijke kern, de open wond in de vertelling is. Christian vraagt (twee keer) aan zijn vader: «Ik heb nooit begrepen waarom je het deed.» Helge Klingenfeldt antwoordt (in het filmscenario): «Jullie waren niet méér waard»; (in de film): «Jij was nergens anders goed voor.» Hier bleef van deze confrontatie slechts een krachteloos één-tweetje tussen de Römers over.

Het publiek om me heen ging uit zijn dak. Vond het bijvoorbeeld ook enig dat de soevereine en intuïtieve Centraal-Afrikaan Gbatokai (vriend van de zus) uit het filmscript hier was vervangen door de anti-kut-Marokkaan Youssoef — goed voor weer een stuk of tien geestig bedoelde oneliners tot meerdere eer en glorie van de actualisering van het filmscript (dat trouwens ook zijn eerste lustrum viert). Ik begon plotseling een pesthekel te krijgen aan die typisch Nederlandse mix van cabaret en toneel, waar ik de laatste tijd juist zo’n plezier aan heb beleefd.

En verklaarde na afloop plechtig dat ik volstrekt ongeschikt ben als kijker naar een (deze?) toneelbewerking van het filmscript van Festen.

Festen speelt nog tot 30 april door het hele land. Informatie: ’t Bos Theaterproducties,

020-4211221, info@tbos.nl, www.tbos.nl