Fiasco

Skulptur: Projekte in Münster. Nog tot en met 28 september.
Naast de Documenta in Kassel is er in Duitsland nog een grote beeldende-kunstmanifestatie die de aandacht trekt. Het is het tienjaarlijkse Skulptur: Projekte in Münster, dat na 1977 en 1987 voor de derde maal wordt georganiseerd door tentoonstellingsmaker Kaspar König. Evenals tijdens de vorige afleveringen is de hele stad weer het decor voor wat een stand van zaken van de internationale beeldhouwkunst moet zijn.

Het is een aangenaam fiasco. Aangenaam omdat het best goed toeven is in Münster. Het weer is er vaak goed, de Münsterse keuken is uitstekend en de organisatie steekt goed in elkaar. Zo is er voor als het regent een centrale opstelling waarin alle kunstenaars een relevant werk hebben ingebracht dat reeds een indruk van de bedoeling vermag te geven. Deze overdekte tentoonstelling dient als opwarmer of als samenvatting, al naar gelang uw route. Er zijn ook kunstenaars - Heimo Zobernig en het duo Wolfgang Winter/Berthold Hörbelt - die hun werk laten opgaan in advertisement van het evenement zelf, door billboards en informatiestands te leveren. Kortom, niemand doet moeilijk. Een lange lijst respectabele namen doet mee: Carl Andre, Georg Baselitz, Daniel Buren, Stan Douglas en dan ben ik nog pas bij de D. Dus ga zo door. Zelfs Hans Haacke, gerenommeerd criticus van kritiekloze tentoonstellingsconcepten, heeft geen probleem met een plaatsing van zijn werk naast een erkend relativist als Joep van Lieshout die present is met een aantal mobil homes uit zijn atelier.
König zou König niet zijn indien hij niet zijn keuze en inzet zou verantwoorden onder verwijzing naar de discussies die over kunst in de openbare ruimte gaande zijn. Sculptuur, monumentale kunst en zeker aan een publieke opdracht gebonden kunst zijn hun onschuld al langere tijd kwijt en dit veld kent een groot aantal verrassende, betrokken en vaak ook nauwelijks als kunst herkenbare projecten. Hoewel Skulptur al heel wat jaren bestaat, wordt de relevantie van deze manifestatie er steeds groter op.
Toch lijkt er, ondanks de verantwoording en goede bedoelingen, in de uiteindelijke keuze van kunstenaars en werk, de plaatsing en de kritische context die eraan gegeven wordt, nauwelijks iets van deze vruchtbare condities terug te keren. En dat is het fiasco. Als bezoeker vind je je uiteindelijk gewoon terug op zo'n pleintje, met een miniatuurafbeelding van het werk en het routeschema in de hand, turend naar een overeenkomstig werk. Ondertussen bots je op tegen anderen die hetzelfde overkomt. Je helpt elkaar wat, werpt een blik van herkenning en erkentelijkheid en vervolgt je weg.
Skulptur is een gemiste kans en dat is bijzonder jammer. Je zou verwachten dat een hele reeks van interessante problemen die binnen de kunst in de openbare ruimte de laatste jaren zijn opgeworpen, op zijn minst zouden zijn doordacht bij het vaststellen van het definitieve concept; liever nog zouden ze daar het uitgangspunt van zijn geworden. Maar uit niets blijkt een verwerking van de ontwikkeling die de straat doormaakt. Is de straat nog wel de openbare ruimte, nu privatisering, mediatisering en digitalisering de openbaarheid op zijn minst een ander statuut hebben gegeven? Wat is de rol van de stedebouw en architectuur in het voorwaarden scheppen van opdrachtgebonden kunst? Welke toekomst heeft de kunst, nu gedenken, vereren of bezweren als motivaties zwakker zijn geworden? Wat blijft er over van kunst en de grenzen van het kunstwerk, nu steeds vaker bepaalde situaties in scène worden gezet die, onvermijdelijk bij ‘situaties’, een vergankelijk karakter hebben?
Een gemiste kans: om kunstenaars te vragen die in dit veld van politiek, stedelijkheid, ruimte en persoonlijke inzet hun nieuwe strategieën beproeven. Het worden er steeds meer, maar in Münster zijn ze deze zomer niet te zien.