Fictie over actuele maatschappelijke thema’s

De nieuwe Telefilm De kuthoer gaat behoorlijk over de top, wat het eigenlijk wel leuk maakt: genre horror-comedy.

Misdaad, marteling, moord en doodslag: pap lusten de mensen ervan. In documentaire maar meer nog in dramavorm want dan kom je figuurlijk en letterlijk veel dichterbij boef, bloed en trauma. Van The Sopranos tot Narcos, van The Wire tot Breaking Bad is het criminaliteit in brede zin, en terminaal geweld in het bijzonder, geblazen.

Wie daar niet van gediend is vanwege zwakke maag of morele bezwaren berooft zichzelf van het allerbeste drama. Dus zelfs deze vegetariër, geweldmijder en voormalig PSP-stemmer is pap-eter. Zelfs wie Nederlandse waar boven Amerikaanse prefereert kan niet om Het Kwaad heen. Van het verrukkelijke Q & Q (KRO-jeugdserie uit 1974-1976) tot Hollands Hoop (de derde reeks begint zondag 9 februari, NPO 3, 20.25 uur – BNNVARA/NTR); van Penoza (KRO-NCRV) via Klem (BNNVARA, derde seizoen dit najaar) tot Undercover (Netflix) is het op hoog vaderlands niveau volop killen en smullen. Trouwens, Van God los, over waargebeurde levensdelicten, behoort tot de ten onrechte onderbelichte dramatop (want geen serie maar losse spelen). Is het dan gek dat Telefilm, waarvoor de televisie speelfilms medeproduceert, voor de lichting 2020 het thema misdaad heeft gekozen? Twee jaar geleden kregen we romcoms, vorig jaar jeugdfilms en nu the real stuff.

Hier iets over de eerste drie (van zes) in deze jaargang. Waarbij ik me nogal belemmerd voel omdat het genre het vaak moet hebben van geheimen, verrassende ontwikkelingen of zelfs ‘whodunnit’. Spoilers zijn ongewenst voor maker en kijker, en dus probeer ik het te houden op algemene karakterisering en omtrekkende beweging.

Maar dat is meteen al lastig bij de deze week uitgezonden openingsfilm: De kuthoer. Achteraf een volstrekt adequate titel, maar ik moest (leeftijd) echt slikken, en later lachen, toen ik van de bij mijn weten keurige dame van het publiciteitsbureau een mail ontving over een nieuwe Telefilm met die naam en in latere correspondentie over inhoud en zichtlinkjes regelmatig De kuthoer voorbijkwam alsof er ‘appelmoes’, ‘bevrijding’ of ‘Twitter’ stond.

Bij Twitter ligt in dit geval de clou. Telefilm heeft de pretentie, die ook regelmatig wordt waargemaakt, fictie te maken over actuele maatschappelijke thema’s. Moord is actueel sinds Kaïn en Abel. Maar als Volkskrant-columniste Femke Boot (hier wordt het dus speelfilm want Boot staat daar niet op de loonlijst) keer op keer, haast ongeacht het onderwerp waarover ze schrijft, geconfronteerd wordt met de mores die op Twitter gelden, waarbij ongeremde haat zich uit in totale verbale persoonsvernietiging, die in geval van vrouwen nog eens gekwadrateerd wordt, dan is dat zowel actueel als relevant als een mogelijkheid om te tonen wat zoiets met een haatobject doet.

Haar eerste beslissing lijkt mij, Twitter-onkundige, de meest verstandige: van dat giftig medium af en nooit meer lezen hoe je daar gekielhaald, bedreigd of vernederd wordt, al dan niet vanwege je geslachtsorgaan. Maar ja, dan hadden we geen film. En, belangrijker en al te vaak realistisch, menigeen blijft verslaafd en kan het gewoon niet laten – in de hoop op opgestoken duimpjes, uit masochistische nieuwgierigheid en om zichzelf te laten horen: ego twitter, ergo sum.

Femke houdt haar abstinentie dus niet vol. Sterker, ze gaat er met gestrekt been in. In het echte leven vertelt menig Twitterstront-slachtoffer dat, als je beschaafd antwoordt, veel van die viespeuken schrikken, inbinden, zelfs excuses aanbieden. En/of dat veel ervan sneue types zijn die sociaal isolement omzetten in min of meer anonieme agressie. Maar hier gaat het wat anders. Zowel aan de schelderskant als aan die van de hoofdpersoon.

Die wordt gespeeld door Katja Herbers, en dat alleen is al reden genoeg om uitgesteld te kijken, want ze heeft niet voor niets een overwegend Amerikaanse carrière. Een meesterwerk is het niet, en lang niet alles is geloofwaardig (niet naar maatstaven van realisme uiteraard, maar ook niet binnen de context van de eigen productie) maar onderhoudend is het zeker. Het gaat behoorlijk over de top, wat het eigenlijk wel leuk maakt: genre horror-comedy. Daar moet je tegen kunnen, maar Tarantino en de broers Coen hebben de weg geëffend met wat echte meesterwerken waren.

Ook interessant is natuurlijk de vraag wat verdedigers van beschaving als u en ik doen op het moment dat ze zelf slachtoffer van ontschaving worden. Femke blijkt in elk geval een weerbarstig personage dat de kijker de kans geeft weerzin tegen Twitter-gajes te combineren met de vaststelling dat keurige linkse Volkskrant-types ook van geen kant deugen. Er is een pikant tegenlijntje: Femkes dochter voert op school actie uit naam van vrijheid van meningsuiting, waar kuthoer-zeggers zich ook op beroepen. Maar of dit alles tot debat zal leiden, zoals de makers hopen – het lijkt me stug. Eigentijds amusement.

Bevonden we ons hier in welvarende en hoogopgeleide kring; in nummer twee, Hemelrijken, belanden we in de reëel bestaande Eindhovense volkswijk van die naam. Oer-Eindhovenaren zullen geheid wat aan te merken hebben op het dialect van sommige acteurs, maar op deze randstedeling komt het totaalresultaat verbluffend sterk en authentiek over. De taalcoach uit de credits verdient lof. De acteurs, voor zover niet uit de wijk afkomstig (vooral die in de bijrolletjes lijken ter plekke geworven, en doen het goed), moeten enorm in hun tongval geïnvesteerd hebben.

En dan meteen maar het tweede, zeker zo belangrijke punt: ze overtuigen sowieso in hun rollen. Voorop de twee hoofdpersonen, zussen van rond de dertig. Van wie de jongste, Kelly, type vlotte wilde meid, uit de bajes komt waar ze om schimmige redenen door toedoen van een rotzak in belandde. Ze trekt bij gebrek aan geld, baan en alternatief in bij grote zus Samantha – hardwerkend, hart van goud. Die is pakketbezorger, en wie het niet al eerder wist, weet het sinds Ken Loachs Sorry We Missed You: sappelen.

Een kapotte koelkast is een kleine ramp en aan voorschotten mag haar chef niet beginnen. Waar Kelly een ‘vrouwtje met een leuk figuurtje’ is, zoals mijn moeder placht te zeggen, heeft Samantha duidelijk overgewicht, wat deels haar terughoudende reactie op de voorzichtige avances van haar baas, ook een stevigerd, verklaart.

Maar Sam, zoals ze genoemd wordt, is sowieso een lieve, voorzichtige, wantrouwende, behulpzame en naïeve vrouw, die het als dure plicht ziet Kelly te ondersteunen, ook al omdat familie heilig is en je daarbuiten weinig mensen kunt vertrouwen. Kelly is kansloos op woning- en arbeidsmarkt: geen diploma en geen ‘verklaring omtrent gedrag’. Sams baas wil Kelly met tegenzin een kans geven, want werken is niet haar fort. Terwijl Kelly dat, begrijpelijk, een ‘schijtbaantje’ vindt waarin je uitgebuit wordt. Kelly droomt van een zangcarrière, waar ook haar vriendje in gelooft. En ook dat is uit het leven gegrepen als je ziet hoeveel jongeren muziek, rap voorop, als sleutel tot roem en geld zien.

De tragedie openbaart zich al snel als Kelly onder de geschokte ogen van Sam in de supermarkt een flink stuk vlees jat: ‘Sorry, ik leef nu’ (maar dan op zijn Eindhovens). Kelly valt weer in de handen van het stuk tuig (gespeeld door Maarten Heijmans) dat haar eerder in de bak deed belanden, waarbij ze de keus heeft uit ‘de hoer spelen’ en dealen. Het wordt het laatste. Resulterend in een catastrofe.

Maar dan zijn we al menige verrassing verder. Ook hier valt best wat op aan te merken, maar toch scoort de film punten als portret van nette en minder nette armoe in een tijd dat criminaliteit als optie oprukt in achterstands- of krachtwijken. En hij bevat een licht ontroerende liefdesgeschiedenis tussen twee aardige mensen (als niet de meeste mensen deugen, dan toch wel behoorlijk veel), waarbij de man zich precies zo gedraagt als het hoort: zij, de meest kwetsbare, bepaalt wat en hoe en waar er al dan niet iets gebeurt. Mooie rollen van Esmée van Kampen (ook al sterk in Telefilm Lieve Céline) en Ayrton Kirchner. Jennifer Welts als Kelly is ook uitstekend.

Gaan we nog een stap verder, en belanden we in de religieus-politieke extremistische criminaliteit met King of the Road. Het begint met een akelige cafébotsing in een vissersdorp tussen jennende, racistische stam- en biergasten en twee Marokkaans-Hollandse theedrinkers, die uitmondt in een zo harde wraakactie dat je sympathie voor beide partijen tot nul daalt. Waarna het uitloopt op een deels voorspelbare maar soms echt verrassende roadmovie. Waarin een van die botte stamgasten, vrachtwagenchauffeur Barry, met garnalenlading op weg naar Marokko voor het pellen, een Marokkaanse bijrijder krijgt omdat zijn vaste maat het ziekenhuis in geslagen is.

De mannen moeten het met elkaar doen en door gedeelde tegenslag vindt er op den duur zelfs enige toenadering plaats. Maar weinig is wat het lijkt en de schijnbare ontknoping wordt nog door een paukenslag gevolgd. Met deze heftige thematiek rond aanslagen zet je verdomde hoog in, wat vergaande eisen stelt aan de kwaliteit van script, verfilming en, jawel, geloofwaardigheid. Mijns inziens is dat onvoldoende gelukt. Maar maatschappelijk actueel, dat zijn ze dus alle drie.


Telefilms 2020
Ivo van Aart (regie), Daan Windhorst (scenario), De kuthoer, BNN-VARA. Te vinden op Uitzendinggemist
Stanley Kolk (regie), Chris Westendorp (scenario), Hemelrijken, EO, woensdag 15 januari, NPO 3, 20.30 uur
Danyael Sugawara (regie), Marcel Visbeen (scenario), King of the Road, KRO-NCRV, woensdag 22 januari, NPO 3, 20.30 uur