Fielt

Naarling, ellendeling, gemenerik, kwal, mispunt, onverlaat, schoft, smeerlap, etter, etterbak, kloot, lazerstraal, lulhannes, patjakker, plurk, zak.

Loeder, kreng, pin, sekreet, serpent, slang, tang.
Ondier, wangedrocht, wreedaard.
Allemaal namen voor mensen die zich hoofdzakelijk via wreed en wangedrag weten uit te leven op minderwaardig geachte medemensen. Zwarten, joden, leden van andere stammen.
En iedereen maar schijnheilig verbaasd doen over de houding van de meeste Nederlanders in en na de Tweede Wereldoorlog. Laat me niet lachen. ’t Is dat ik het soort humor heb dat daarom moet lachen. Als ik u het verhaal zou vertellen hoe ik als kind na de oorlog met mijn moeder naar een chic huis in de Cornelis Schuytstraat ging waarin een rechter woonde, nee, een notaris! Mijn geheugen laat me even in de steek. Het is ook meer dan vijftig jaar geleden.
Vanaf dat moment weet ik hoe slecht en door en door rot Nederlanders zijn. En de Nederlanders maar oordelen over de Duitsers. Mensen deugen gewoon niet. En dieren ook niet.
Alles wat zuurstof gebruikt, deugt niet en is er alleen maar op uit het andere wezen te vernietigen en zijn bezit te behouden.
De mens is walgelijk, een dier is nog te excuseren.