Fietsen met een verhaal

We leven in de westerse wereld al zo goed. Daarom wil ontwerper Basten Leijh alleen producten maken die echt iets toevoegen. «Koop een fiets, en geef er tegelijk een weg.»

In een hoek van zijn kantoor in Amsterdam-Noord staat-ie dan: De Fiets. De fiets waarmee het allemaal begonnen is, de fiets waarmee ontwerper Basten Leijh (30) vier jaar geleden afstudeerde aan de Design Academy in Eindhoven. Basten Leijh: «Het werd toen een beetje een hype, met televisieploegen en journalisten die langskwamen. Ik had zelf wel iets aan pr gedaan, omdat ik dit een typisch Nederlands product vond met zo’n logische oplossing. En het leek me de moeite waard dat dan ook breed te laten zien.»

Leijh maakt er nog steeds furore mee: «Ik ben net naar Londen geweest, waar een expositie was over fietsendiefstal. Er staat er een in Nemo in Amsterdam. En hij is sinds vorig jaar gewoon in de winkel te koop, als de Giant Downtown.»

De ideale stadsfiets, die wilde Leijh ontwerpen. Hij werkte drie maanden in een fietsenwinkel om te merken waar het misging met het dagelijks fietsgebruik. Liep eindeloos door Amsterdam en fotografeerde wat waar en waarom tot problemen leidde. Hij zag hoe kinderen en spullen vervoerd werden, welke beschadigingen er ontstonden, dat diefstal een groot probleem was. En kwam met een fiets waarvan alle losse onderdelen geëlimineerd waren en waarbij remmen en verlichting met het frame integreerden. Met brede banden die niet in een tramrails pasten, inklapbare trappers voor smalle stalplekken. Maar vooral met een stuur dat dienst kon doen als beugelslot. Een koppige dief zal dat uiteindelijk wel open kunnen krijgen, maar heeft dan een fiets zonder stuur gestolen. «Ik wil graag gebruiksvriendelijke producten maken die het leven verbeteren. We leven hier in het Westen in een wereld waar het al heel goed is. Ik werk liever aan oplossingen om het nog beter te maken dan aan een zoveelste variant op een Tupperware-bakje.»

Om echt iets toe te voegen, moet achter wat Leijh maakt een filosofie of gedachtegoed zitten; zijn producten moeten een verhaal hebben. Niet iets zweverigs om een geitenwollen-sokken-wereld mee te creëren, maar juist een heldere achtergrond, die het dan ook nog commercieel goed doet. Zoals het verhaal achter zijn nieuwste fiets, de Sandwichbike. Die moet op een dusdanig efficiënte manier geproduceerd gaan worden dat het mogelijk is er twee voor de prijs van één te maken. «De tweede fiets kan dan worden ingezet in gebieden waar behoefte is aan meer of betere mobiliteit.»

Maar is dat niet gewoon een variant op het gebruik in de reclamewereld om een product een gevoel mee te geven? Zodat het niet een sigaret is die je koopt, maar de manier van leven die ermee geassocieerd wordt? Volgens Leijh, die ook in de reclamewereld werkzaam is – hij onderzoekt bijvoorbeeld de eigenschappen van een al jaren bestaand beschuitje en bedenkt hoe het merk zou kunnen groeien of veranderen – is er een verschil: «Ik begin niet vanuit een productgedachte, maar schets via een stappenplan zo veel mogelijk een bepaald gebruiksgebied. Elke stap die ik tijdens dat traject zet, is onderdeel van het verhaal dat erbij hoort. Het verhaal groeit dus tijdens het nadenken, en elke beslissing valt daarbinnen. Daardoor is de kans groter dat de productoplossing voor dat gebruiksgebied uiteindelijk klopt.»

Ook de Sandwichbike van Leijh (en collega-ontwerper Pieter Janssen, waarmee hij zijn kantoor deelt) staat in een hoek en mag zelfs even worden uitgeprobeerd. Fietst lekker, deze op het eerste gezicht stoere, simpele fiets. Houten frame, recht stuur, weinig poespas en tierelantijnen. Basten Leijh: «Het idee is dat mensen hem als bouwpakket kopen en met een inbussleuteltje zelf in elkaar zetten. We hebben er een paar maanden geleden mee op een beurs in Italië gestaan en konden pas de dag tevoren alle onderdelen in elkaar passen. Dat was heel spannend. Maar in een kwartiertje stond-ie er, en alles klopte.» Zelfs het proefrondje op de straat voor het kantoor lukte.

Helaas was het plezier van korte duur, want na een paar dagen werd er op de Italiaanse beurs ingebroken. Fiets weg. «We hebben nog briefjes in de buurt opgehangen, maar niets gehoord. Heel zuur was dat ja. En waar zou de fiets nu zijn? Misschien is-ie naar China en daar nagemaakt, en fietsen er al vele Chinezen op.»

Erg vervelend, maar het verhaal achter de fiets blijft volgens Leijh onaangetast: «Het gedachtegoed is niet te kopiëren. Daar vanuit kunnen niet alleen fietsen ontwikkeld worden, maar ook andere productoplossingen.»

Hoe werkt Leijh’s Sandwichbike-plan in de praktijk? «We zijn nog in een beginstadium, dus dat is nog niet uitgekristalliseerd. Moeten we iets doen via de Samenwerkende Hulporganisaties? Kunnen mensen een fiets naar hun Foster Parents-kind sturen? Gaat er een bijdrage naar een mobiliteitsproject in Bangladesh? Of kan er een tweede Sandwichbike gaan naar iemand in Nederland die een fiets nodig heeft maar er geen kan betalen? Het zou natuurlijk het mooiste zijn als het echt één op één zou kunnen gaan. Over die logistiek denken we nog elke dag na.»

Voorlopig bestaat er nog maar één Sandwichbike; de tweede die een paar weken na de diefstal gebouwd kon worden. Om de fiets met het idealistische verhaal daadwerkelijk in de wereld te zetten, moet er nog veel tijd en geld geïnvesteerd worden. En dat is er niet altijd, omdat er om die ideeën te financieren ook tijd en geld in ander werk gestoken moet worden. «Ik weet wel dat veel meer mensen allerlei ideeën zeggen te hebben en niet aan de realisatie daarvan zeggen toe te komen omdat ze volledig in beslag genomen worden door hun banen en de noodzaak geld te verdienen. Maar ik let er goed op dat ik die eigen ideeën juist wél blijf proberen te realiseren. Want daar gaat het me uiteindelijk om, dat is voor mij het belangrijkste. Daarmee kan ik de wereld mooier maken.»

Waarom eigenlijk? Waar komt die sociale component vandaan? «Ik kijk al dertig jaar om me heen. Daarnaast heb ik het misschien van huis meegekregen. Mijn familie zou zeker niet staan te juichen als ik militaristisch materiaal zou gaan ontwerpen. Ik kom uit een vrij creatief nest; mijn vader is architect. Ik heb op de Vrije School gezeten en heel wat tijd tussen klei en schildermateriaal doorgebracht. Misschien juist daardoor ben ik na de middelbare school gaan kijken wat er aan de andere kant van de schutting was, en studeerde ik twee jaar aan de hes. Maar dat was het niet voor mij. Toen heb ik een beroepskeuzetest gedaan en werd mij de Design Academy geadviseerd. Ik ging er kijken en vond het gebouw en de sfeer fantastisch. Ik had nooit gedacht dat ik daar ooit terecht zou komen.»

Problemen zijn er om opgelost te worden, vindt Leijh. Neem bijvoorbeeld een terras. «Dat moet zo dynamisch mogelijk overkomen. Als het druk is, zijn er minder tafels nodig en meer stoelen. En als het rustig is omgekeerd.» Over zoiets begint Leijh dan na te denken: hoe zorg je ervoor dat er snel meer of minder stoelen en tafels beschikbaar zijn? Bovendien vielen hem de ongemakken op na een regenbui. «Dan is er iemand van de bediening die meestal met een te natte theedoek alles moet gaan afdrogen.»

Leijh heeft een oplossing gevonden: de stoeltafel. Gemakkelijk in en uit te klappen, al naar gelang wat er nodig is. Ingeklapt blijft-ie bovendien droog, wat de opbouw van het terras na regen een stuk simpeler maakt. Wat is behalve het praktische nut het filosofische verhaal hierachter? «Belangrijk voor mij is het sociale element. Bij het ontwerpen heb ik gekeken naar alle gebruikers. De mensen die willen zitten, de bediening, de cafébaas die z’n spullen makkelijk moet kunnen opbergen. Er is nu niet één oplossing, er zijn meer oplossingen tegelijk.»

Voorlopig staat het prototype van de stoel nog eenzaam in het kantoor, wachtend op de dingen die komen gaan. Ook zijn er plannen om «iets» te gaan doen met mobiele telefonie in Afrika. «Ik zou graag de tijd hebben om ter plekke naar de beste oplossing te streven. Helaas kan ik me dat niet altijd permitteren. Maar het is ook niet per se erg om me te moeten beperken, daar komen soms juist mooie en goede oplossingen uit voort. Als alles altijd kan, zijn de keuzemogelijkheden oneindig en wordt het verdomd moeilijk om de juiste weg te kiezen.»

Voorlopig gaat de aandacht vooral naar de Sandwichbike. Van het proces met zijn afstudeerfiets heeft Leijh veel geleerd dat hij nu kan gebruiken. «Eigenlijk vind ik dat er zo veel mogelijk gebruik gemaakt moet worden van gerecycled materiaal. Dat zou zo logisch moeten zijn dat je het niet eens meer zou hoeven zeggen. Alleen is het in de praktijk soms lastig om alles in de hand te houden, heb ik gemerkt. De Giant Downtown heb ik nu verkocht, en daarmee is het productieproces ook uit mijn handen. Maar ik wil dat wat ik maak zo weinig mogelijk schade berokkent aan het milieu. Met die fiets heb ik daar nu geen controle meer over. Dat wil ik met de Sandwichbike anders doen. Ik wil niet produceren om het produceren. Ik wil iets neerzetten dat in deze maatschappij past, haar verbetert, en waarbij mijn gedachtegoed behouden blijft.»

www.bleijh.com