Fijn besnord en grof besnord

Generaal Couzy heeft ‘het wezen van de politiek’ nooit begrepen, zo schreef Relus ter Beek in een kritische bespreking van Mijn jaren als bevelhebber. Het wezen van de politiek? Volgens mij begreep de fijn besnorde bevelhebber dat wezen juist heel goed, maar als rechtgeaard militair verachtte hij het ten diepste. Dat hebben de generaals gemeen met politiecommissarissen en met de Gewone Man. Het wezen van de politiek bestaat nu eenmaal uit woorden, heel veel woorden.

Maar woorden kunnen altijd verschillend worden uitgelegd. En telkens weer blijkt dat generaal, hoofdcommissaris en Jan met de pet het verkeerd begrijpen, niet goed luisteren of de juiste toedracht domweg vergeten. Daarom hebben al die petten, of ze nou Wiarda, Couzy of gewoon Jan heten, een hekel aan politiek.
In zijn memoires geeft luitenant-generaal Couzy een mooi voorbeeld van het verbaal imperialisme der politici. Een keer in de veertien dagen mag de militaire top een broodje bij de minister eten. En dan lult de excellentie net zo lang tegen die geduldig kauwende generaals tot er voor hen nog slechts een paar tijdkruimeltjes resteren. ‘Verder nog iets, heren?’ 'Eh, hm, tja…, we kunnen er even niet opkomen, excellentie…’
Een enkele keer neemt het soldatendom wraak op de politici. Bijvoorbeeld door die arme Relus als een braadworst in een camouflagepak tussen twee marineschepen te laten bungelen. Of door Joris met zijn zuinige drogistengezicht bij aankomst in Zagreb te trakteren op een vrolijk stukje marsmuziek. En bevelhebber Couzy, zelf overigens minder breedsprakig dan de gemiddelde politicus, heeft nu ook zijn gram gehaald, namelijk door zijn tamelijk langdradige monoloog te dicteren aan ghostwriter Rien Robijns. 'Onbehoorlijk’, pruilt Joris direct. En volgens Relus had de generaal er weer eens helemaal niets van begrepen.
De enige minister van Defensie voor wie Couzy een goed woord over heeft, is de PvdA'er Henk Vredeling, zelfverklaard uniformhater, maar tegelijk een van de minst parlementaire politici uit naoorlogs Nederland. Die man kon vloeken, drinken en hele zware asbakken werpen. En hij zei altijd gewoon wat hem voor de bek kwam. Dat was tenminste een echte vent! Geen wonder dat deze houwdegen geen kwaad kon doen bij de militaire top.
In een parlementaire democratie zijn generaals en politici tot elkaar veroordeeld, maar echt van elkaar houden zullen ze nooit. Hoewel het leger de fysieke waarborg voor onze vrijheid en democratie vormt, is het militaire apparaat zelf de uitdrukking van het tegendeel. Militairen hebben niks met democratie. Dat blijkt zodra ze zich met politiek gaan bemoeien: Franco, Petain, De Gaulle, Peron, Joannidis, Amin en Bouterse, eenmaal aan de macht hebben de sterrenkragen allemaal zo snel mogelijk de democratie de nek omgedraaid. Niet dat die brave Couzy zoiets zou willen, maar een generaal blijft een generaal en dat is per definitie een politiek verdachte professie.
Hoewel ons land tot dusver alleen onder junta’s van buitenlandse makelij heeft gezucht, is de argwaan jegens het eigen militaire apparaat er niet minder om, integendeel. Dat heeft trouwens meer te maken met burgerlijke zuinigheid en een gebrek aan martialiteit dan met een hooggestemd pacifisme of democratische principes. In vroeger tijden lieten Nederlanders het vechtwerk bij voorkeur over aan Zwitsers en ander ongeregeld volk. En in de vorige eeuw werden ministers van Oorlog en Marine in vlot tempo versleten. Vaak waren dat hoge officieren, die soms al na hun eerste kennismaking met de volksvertegenwoordiging huilend en vloekend terug naar de kazerne werden afgevoerd. En de antimilitaristische leus 'geen man, geen vrouw, geen cent voor het leger!’ demonstreert hoezeer het pacifisme hier te lande wortelt in calvinistische zuinigheid.
Afgezien van het feit dat de ministers tegenwoordig beroepspolitici zijn, lijkt er niet veel veranderd, behalve dan dat onze officieren en soldaten steeds meer tot een parodie op de eigen soort verworden. De Dutchbatters houden bij de presentatie van hun gedenkboek - een 'vergeetboek’ was wellicht een passender naam - de pers buiten de deur, omdat die zo naar over onze jongens geschreven heeft. De landmachtleiding ging hiermee akkoord in verband met het 'emotionele traject’ van de ex- Srebrenica-gangers. De grofbesnorde kolonel Karremans - de gelijkenis met een ooit populaire NCRV-presentator is inderdaad treffend - meesmuilde vorige week voor het Joegoslavie-tribunaal dat hij geeneens een echte borrel van Mladic had gekregen. En tenslotte is er zijn fijnbesnorde baas Couzy, die bij zijn Haagse Rotary-clubje eens informeerde hoe je zo'n legertoko eigenlijk moet reorganiseren. Let wel, de generaal had er reeds 'boekenplanken vol’ over gelezen, maar hij kwam er niet uit. En toen zijn mede-Rotarians hem 'met de materie zagen worstelen’ verwezen ze de geplaagde bevelhebber naar 'Wim Dik’, in het dagelijks leven bekend als directeur van een uiterst succesvolle onderneming, genaamd Koninklijke PTT Nederland (KPN). Toen ging bij de generaal het licht aan: 'De parallellen met de Koninklijke Landmacht waren niet over het hoofd te zien.’
Ons militair apparaat gereorganiseerd naar het voorbeeld van de PTT. Dank zij Couzy’s memoires wordt mij opeens veel duidelijk. Nederlandse postbeambten te midden van elkaar op leven en dood bevechtende wildemannen in levensgevaarlijke apenlanden als Bosnie, Ruanda, Cambodja en ga zo maar door. De chef loketdienst beverig toastend met een van de wreedste stamhoofden. En zijn baas, die dan weer met opgestreken zeilen naar minister Joris gaat. 'Daar is mijn personeel niet voor, excellentie!’ Zoiets hoor je toch alleen in Nederland?