Nederland klikland

Fijn! Gluren naar de buren

Een illegale dakkapel, de buurman die eendjes voert of de wietplanten van je ex. Je kunt het zo gek niet bedenken of er is een anoniem meldpunt voor. ‘Als het vertrouwen in elkaar weg is, zal er meer worden geklikt.’

Small raam

Er is een plaatsje waar de trotse bezitters van een Bentley of Jaguar verdacht zijn. Waar de burgemeester zijn burgers met klem verzoekt de chauffeurs van luxewagens goed in de gaten te houden. ‘Ook een slecht lopende horecazaak of een kapperszaak zonder klanten kan een slecht signaal zijn’, houdt hij zijn bevolking voor, ‘of een onbekende buurman die wel vier keer per jaar op vakantie gaat.’ Inwoners kunnen de politie óf de burgemeester tippen. En dat mag ook gewoon anoniem.

Dit lijkt een orwelliaanse situatie. Of op z’n minst een zeer kleurrijke beschrijving van het overgecontroleerde dorpse leven in China. Maar nee, het gaat hier over Soest, een zeer gemiddeld plaatsje met 45.000 inwoners in de Nederlandse provincie Utrecht. Een rustige gemeente waar een doorsnee huishouden ongeveer 34.400 euro verdient, waar geen hoge werkloosheid heerst en waar actieve vrijwilligers van een paddenwerkgroep onlangs nog negentienhonderd amfibieën hielpen over te steken bij de Insingerstraat en de Wieksloterweg.

Maar Soest is ook een plaats waar de burgemeester de kermis op een broeierige meiavond eerder dicht gooide. Er was een vechtpartij uitgebroken waarbij iemand lichtgewond raakte. Vandaar. De vroegtijdige sluiting was volgens de kermisexploitanten onzin en op Facebook schreven zij dat de avond juist ‘prima’ was verlopen op ‘wat gebruikelijke incidenten’ na en dat laatste betreuren zij. ‘Het is echter wel erg makkelijk om de kermis dan maar vroegtijdig te sluiten.’

Burgemeester Rob Metz van Soest is nou eenmaal een onverbiddelijke man, zo liet hij al in oktober 2017 in de Gooi en Eemlander blijken. Hij maakt vaak gebruik van zijn speciale bevoegdheid om drugspanden en horecazaken te sluiten, vertelde hij, want ‘als je niet oppast gaat het van kwaad tot erger’. De gemeente staat niet bekend als gevaarlijk. Soest staat dit jaar in de misdaadmeter van het Algemeen Dagblad op plaats honderd van meest onveilige gemeenten. Een veel betere score dan naburige gemeenten als Amersfoort (plek 68), Baarn (plek 52) en Hilversum (plek 34) die veel onveiliger zijn.

Toch voelde de burgemeester van Soest zich juist eind vorig jaar geroepen de noodklok eens flink te luiden. ‘In andere gemeenten als Amsterdam en Rotterdam zie je schietpartijen en liquidaties’, zei hij tegen de regionale krant, ‘maar ze kunnen ook in Soest met kalasjnikovs lopen.’ Hij had een duidelijke boodschap voor alle inwoners van Soest: meld alle vreemde zaken die je ziet en dat mag uiteraard ook anoniem. ‘Zo nodig spreken we elders in een etablissement af. We hebben de samenleving nodig.’

De burger als verborgen ogen en oren van de overheid, het is inmiddels in Nederland een vanzelfsprekendheid geworden. In februari 2012 schreef wijlen Aart Brouwer, redacteur van De Groene, een essay met de titel ‘Klikken hoort niet, maar we doen het wel’. ‘Iedereen kan tegenwoordig een ander per melding belasteren en anoniem aangifte doen van een illegale dakkapel of te vroeg buiten gezet huisvuil’, schreef hij. ‘Wat nog ontbreekt is een meldpunt voor kwalijke meldpunten.’ De kern van zijn betoog: ‘Klikken is vragen om valse beschuldigingen, nare misverstanden en stiekeme wraakacties. Of het nu gaat om lawaaiige Poolse gastarbeiders, frauderende bijstandsmoeders of bezitters van agressieve honden – je geeft ze niet anoniem of quasi-anoniem aan, je spréékt ze aan. Als dat niet werkt dien je desnoods een klacht in, maar wel openlijk zodat de betrokkene weet tegenover wie hij zich te verantwoorden of te rechtvaardigen heeft.’

Zes jaar later, februari 2018, is de opening van wéér een nieuw meldpunt in het nieuws. Het ‘eendjesvoer-meldpunt’ is helaas bittere noodzaak, verklaarde de oprichter Sven Teurlincx van het Nederlands Instituut voor Ecologie op de site van de nos. Te veel brood is namelijk slecht voor de waterkwaliteit. Bovendien, eendjes kunnen niet zo goed tegen koolhydraten, de watervogels leven daardoor korter. Het nieuwe meldpunt is zeker niet bedoeld om te klikken, bezwoeren de oprichters, maar om de problemen ‘in kaart te brengen’ zoals dat dan heet. ‘Eigenlijk vragen we gewoon: als je de buurman eendjes ziet voeren, geef het even door.’ Alsof even een instantie bellen of mailen over je buurman geen klikken heet.

Door het nieuwtje over het eendjesvoer-meldpunt begon ik een zoektocht naar Nederland Klikland. Deze tocht leidde langs talloze manieren om buren, vage bekenden en ex-geliefden anoniem verdacht te maken. Sowieso kun je bij zo’n beetje elke Nederlandse gemeente vermoedens van gerotzooi met een bijstandsuitkering kwijt. Wel moet de anonieme melder dan specifieke gegevens achterlaten over de – let wel: vermoedelijke – fraudeur. ‘Denkt u bijvoorbeeld aan informatie over een werkadres, werktijden of een kenteken van een auto’, zo meldt de gemeente Haarlemmermeer op de site.

Het is bijna niet meer voor te stellen, maar ooit gold klikken als een taboe in Nederland. In 1988 hield socioloog Herman Vuijsje in NRC Handelsblad een vurig pleidooi voor opheffing van dat taboe onder de titel ‘Klikken moet!’ Het ging hem destijds met name om uitkeringsfraudeurs, mensen met een hoog inkomen die toch een bijdrage vingen. ‘Zoals de man die eind vorig jaar met z’n Jaguar het bijstandskantoor in zijn woonplaats ramde omdat z’n uitkering uitbleef. Stel dat u wist hoe hij aan die Jaguar was gekomen, zou u hem erbij lappen?’ De Nederlandse rechts- en verzorgingsstaat is, schreef hij, gebaat bij controle, toezicht en dwang.

Hij noemde de overheid in Nederland ‘je beste kameraad. Haar neiging om in te grijpen in de persoonlijke levensstijl van burgers is uiterst gering, omdat burgers dat zo willen.’ En: ‘Onze instelling lijkt eerder afgestemd op een brute dictator, een genadeloos totalitair regime, een regering van ultra-autoritaire zeloten of – en daarin ligt misschien de verklaring van deze paradox – een wrede bezetter.’ Het taboe op klikken noemde hij ‘antifunctioneel’. Vuijsje staat nog achter zijn stuk. Het ging hem echt om de uitkeringsgerechtigde in een dikke auto, niet de schnabbelende bijstandstrekkers met een paar stuivers. ‘We moeten ook niet doorslaan, we moeten elkaar er niet bij gaan lappen.’

Dertig jaar na zijn artikel is Nederland massaal ‘functioneel’ aan het melden geslagen. Het wantrouwen in elkaar is gegroeid, zegt emeritus hoogleraar Elisabeth Lissenberg. ‘Je moet opletten dat je geen starre, nare samenleving creëert.’ In haar afscheidsrede in 2008 aan de Universiteit van Amsterdam (‘Klokkenluiders en verklikkers’) schetste ze een overheid die sinds de jaren tachtig ‘het criminaliteitsbeleid veranderde in een slachtofferbeleid’. Er kwam meer aandacht voor bedrijven die de dupe werden van misdaad, en er ontstonden publiek-private samenwerkingsverbanden (zoals de kliklijn Meld Misdaad Anoniem) die ten strijde trokken tegen de misdaad. ‘Dit alles vergrootte de angsten en onzekerheden van burgers en hun wantrouwen tegenover elkaar.’

In Nederland spelen de officiële instanties handig in op ‘de burgerplicht’. Landelijk en lokaal. Er zijn meldpunten voor buren- en geluidsoverlast die op alle gemeentesites slechts in een handomdraai zijn gevonden. Maar ook landelijk zijn er genoeg kliklijnen om te bellen. Het speciale nummer bijvoorbeeld van de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid, die huist in het gelijknamige ministerie. Daar kan iedereen terecht met tips en geruchten over slechte arbeidsomstandigheden, malafide uitzendbureaus of over slecht functionerende liften op het werk. Uiteraard kan alles anoniem worden afgehandeld. Er bestaan meldpunten voor los liggende stoeptegels, houtkachel stokende buren, fout geparkeerde auto’s, chemisch afval, verveelde hangjongeren of los lopende huisdieren. Je kunt het zo gek niet bedenken, of er is een meldpunt voor.

De tips bij de Belastingdienst zijn waarschijnlijk doorgespeeld door familie, collega’s, buren, (ex-)partners

En vergeet niet: deze meldingen gaan slechts over vermoedelijke fraudeurs, problemen of onruststokers. Bij de Belastingdienst kwamen in een jaar tijd zeker tweeduizend tips binnen van (anonieme) klikkers over buren, familie en werkgevers, bleek uit cijfers die BNR Nieuwsradio opvroeg in 2017. Dat zijn zeker vijf meldingen per dag en waarschijnlijk meer, aangezien er bij de fiscus op allerlei manieren kan worden geklikt en lang niet alles wordt bijgehouden. Van al die tips leidden slechts een paar tot een daadwerkelijke navordering. De tips zijn dus vooral geruchten, waarschijnlijk doorgespeeld door familie, collega’s, buren en (ex-)partners.

Halverwege april beschreef ik in De Groene Amsterdammer hoe er zelfs een handel in dit soort geruchten was ontstaan. De bekende kliklijn Meld Misdaad Anoniem, een publiek-private club, stuurt tips niet alleen door naar de politie, maar verkoopt ze ook aan zogeheten ‘partners’. Zo zijn verzekeraars, de Belastingdienst, energieleveranciers en gemeenten óók geïnteresseerd in een gerucht over een hennepkwekerij. Aangezien de potentiële kweker mogelijk fraudeert, zwart geld verdient, een uitkering heeft én illegaal stroom tapt.

Een kleine twintig ‘partners’ hebben daarom voor een vast bedrag een abonnement afgesloten. Daarnaast rekent stichting NL Confidential een afgesproken bedrag per melding.

De handel in meldingen werd landelijk nieuws. De SP stelde Kamervragen en in een regulier debat met de minister kwam de kwestie aan de orde. Minister Ferdinand Grapperhaus van Justitie en Veiligheid erkende dat per melding werd betaald en toch was volgens hem ‘geen sprake van de verkoop van anonieme tips’ omdat ‘de tarieven die de stichting in rekening brengt’ slechts bedoeld zijn om ‘de kosten te dekken’.

De informatie die vervolgens belandt bij de verzekeraar, energieleverancier, Belastingdienst of gemeente komt niet uit onverdachte bron. Want niet alleen boze exen bellen, ook criminelen kunnen een concurrent even te grazen nemen met een anoniem belletje. Of politieagenten die vastlopen bij een onderzoek. Niemand weet het eigenlijk zeker. ‘Informatie is informatie’, zei Titus Visser, directeur van NL Confidential daarover. ‘Dan komt het van een crimineel, maar goed, we hebben wel de informatie.’

Soms gaat het mis. Een inwoner uit Alkmaar werd in 2008 door twee agenten bezocht. Er was een tip binnengekomen bij Meld Misdaad Anoniem dat de inwoner kinderporno vervaardigde. De tip was vals, maar de man was al nieuws. De politie viel een jaar later op basis van een anonieme tip over een hennepplantage binnen bij een jong stel in Valkenswaard. Er was geen plant te vinden. In 2011 werd een jongen door een arrestatieteam tegen de grond gedrukt. Hij zou, volgens een belletje naar de kliklijn, een aanslag op Wilders voorbereiden. Na een dag werd hij vrijgelaten. Na vijf jaar procederen oordeelde het gerechtshof dat de politie hem ten onrechte op basis van één telefoontje aanhield.

Small zak vuil2

Hoe vaak burgers slachtoffer worden van valse meldingen is onbekend. Maar volgens docent Sven Brinkhoff van de Radboud Universiteit in Nijmegen is een anonieme tip over terrorisme of de aanwezigheid van vuurwapens al voldoende voor de politie om binnen te vallen. ‘Een inval in je huis is echt een ingrijpende gebeurtenis. Dat mag de overheid niet onderschatten.’ De schaamte om er werk van te maken is groot, zegt hij. Hij wijst erop dat de anonieme tips rafelrandjes hebben, juist omdat niemand weet waar ze vandaan komen.

Alles draait bij Meld Misdaad Anoniem om de bescherming van de melder; degene die wordt beschuldigd heeft het nakijken. Die wéét niet eens dat er iets over hem is gemeld. Zo kan het vrij makkelijk gebeuren dat je zomaar als potentiële wietkweker bij een gemeente staat geregistreerd. Zonder dat je het zelf weet. Zonder dat je wiet kweekt. Dat is geen probleem volgens de minister, want zo’n gemeente moet eerst aanvullend onderzoek doen voordat ze in actie komt. ‘De ontvangende partijen moeten zich houden aan wet- en regelgeving.’ Ze kunnen dus niet zomaar op basis van een anonieme tip iemand aanhouden of een huis binnenvallen. ‘Ze voeren een eigen controle op juistheid uit.’

Een burgemeester uit Brabant legde anoniem uit hoe zo’n gemeentelijke controle eruitziet bij een tip over een wietplantage. ‘Je begint met aanbellen bij zo’n woning. Als de ambtenaar mag binnenkomen is er niets aan de hand. We kunnen natuurlijk ook even bellen naar de stroomleverancier om te kijken hoe het stroompatroon verloopt. Soms wordt zo’n melding alleen al bevestigd door een knipperende straatlantaarn.’ Als de burgemeester genoeg informatie heeft kan hij zélf op basis van artikel 13b van de Opiumwet een drugspand sluiten. Daar heeft hij dan geen toestemming van het Openbaar Ministerie voor nodig.

En doorverkochte meldingen van Meld Misdaad Anoniem blijven ook op de plank liggen. Uit ons onderzoek bleek dat gemeenten allemaal hun eigen bewaartermijn hanteren rondom deze privacygevoelige persoonsgegevens. Eindhoven bewaart de meldingen twee jaar. Dongen drie maanden, Tilburg vijf jaar en Rotterdam ‘niet langer dan noodzakelijk’. Waalwijk bewaart de meldingen niet langer dan drie maanden ‘omdat de informatie dan verouderd kan zijn’. Utrecht en Den Bosch houden de tips vijf jaar vast. Vijf jaar lang kunnen kwalijke geruchten van een ex of boze buurman in een systeem staan. De minister vermeldde hier niets over. Niet in het debat en niet in zijn brief.

Wel benoemde hij vooral het succes van de kliklijn en daarvoor haalde hij een onderzoek aan uit 2003 dat rapporteerde over de proefperiode van de inmiddels beroemde kliklijn. ‘Uit die pilot is gebleken dat een groot deel van de informatie die via Meld Misdaad Anoniem beschikbaar komt op andere wijze niet rechtstreeks bij de politie gemeld zou worden.’ Dat onderzoek, uitgevoerd door het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum, meldde dat negen tot veertien procent van alle tips bruikbaar was. De overgrote meerderheid was dus onvolledig en vals, al nemen de onderzoekers de laatste term niet in de mond. Per duizend meldingen leidde één procent tot resultaat – dat zijn ongeveer tien aanhoudingen.

Een discussie over proportionaliteit is nooit gevoerd. De politiek ontving de resultaten van de proef, begonnen bij vijf politiekorpsen, juichend. Eind 2003 werd de proef vaststaand beleid. M. (Meld Misdaad Anoniem) werd voor heel het land bereikbaar. Niemand in de politiek stelde vragen over wat er dan moest gebeuren met valse meldingen. Wat zijn de rechten van degene over wie heimelijk (en vaak vals) werd gemeld? Een deugdelijke evaluatie is in de laatste vijftien jaar niet uitgevoerd. Het ministerie van Justitie was en is vooral bezig met de beeldvorming over de kliklijn.

Vijftien jaar later reikt die burgerplicht verder dan alleen het melden van misdaden. Klagen kan over alles en nu ook makkelijk per smartphone via apps met namen als Fixi of Buiten Beter. Inwoners melden daar over lastige honden, vandalisme of te vroeg buiten gezet afval van de buren. De beheerders van de app sturen die meldingen door naar de betreffende gemeente waar de melding vandaan komt. Someren, een plaats die nog niet is aangesloten bij een appgroep, roept haar inwoners op (anoniem) te bellen over illegaal afval. Als voorbeeld noemt de gemeente op de site het plaatsen van drie dozen bij de glasbak aan de Wolfstraat/Gijselstraat – de overtreder kreeg een proces-verbaal van 85 euro en moest 46 euro betalen voor de onkosten die Someren maakte.

‘Besef dat er naast een handjevol juiste tips ook tal van nepverhalen zitten. En die kunnen levens ruïneren’

‘Amai, dat is toch echt verschrikkelijk’, is de reactie van de Belg Dirk Verhofstadt, politiek filosoof en professor aan de Universiteit Gent, op de wildgroei van meldpunten in buurland Nederland. Hij schreef samen met zijn collega, emeritus hoogleraar Etienne Vermeersch, in 2014 een opiniestuk in De Morgen onder de titel ‘Kliklijnen zijn immoreel’. Dat was vóór de terroristische aanslagen in Brussel (2016), maar die hebben zijn mening niet veranderd. ‘Natuurlijk zijn er gevallen waarin het aangeven van een zware misdaad of mogelijk terrorisme anoniem kan verlopen, teneinde het leven van de aanklager niet in gevaar te brengen.’ Ook vindt hij dat bij bijvoorbeeld kindermishandeling anoniem gemeld moet kunnen worden. ‘Dan is het zelfs een morele plicht’, zegt hij. ‘Het basiscriterium is dat men daarmee een medemens in nood helpt en dat de klachtindiener geen fysiek gevaar loopt.’

Verhofstadt noemt het echt een taak van de overheid om informatie te verzamelen. ‘Dáár ligt het monopolie op geweld.’ Door het anoniem klikken wordt het risico groot dat juist onschuldigen in een kwaad daglicht worden gesteld. ‘Besef dat er naast een handjevol juiste tips ook tal van nepverhalen zitten. En die kunnen levens ruïneren. Liever tien schuldigen die loslopen dan één onschuldige in de cel.’ Door het faciliteren van kliklijnen creëer je juist wantrouwen in een samenleving. Hij noemt als voorbeeld de Stasi in de voormalige ddr. ‘Die beschikte over 91.000 officiële medewerkers en zo’n tweehonderdduizend informanten. Zij vormden de ogen en de oren van een dictatuur waarin het klikken van politiek “incorrect” gedrag van medeburgers tot nationale deugd werd verheven.’

In België is melden geen volkssport, en al zeker niet anoniem. Sinds februari kan er anoniem gemeld worden over drugscriminaliteit in de haven van Antwerpen – maar dat meldpunt is er alleen voor havenmedewerkers. Sinds oktober 2015 is er het Meldpunt voor een Eerlijke Concurrentie waar de Belgen de fiscus kunnen tippen over uitkeringsfraude, zwartwerken of uitbuiting van personeel. Maar dit kan en mag níet anoniem. De melder moet zich bekendmaken bij de sociaal inspecteur, die wel de identiteit van de tipgever zal beschermen, aldus de site. ‘Anonieme klachten worden niet behandeld’, stelt de site. En: ‘Wie doelbewust valse beschuldigingen uit, pleegt een strafbaar feit.’

Medium eendjesvoeren

In Nederland is dat principe steeds meer losgelaten. Op de site van Meld Misdaad Anoniem worden vooral de kwantitatieve successen benoemd. Elk jaar weer zijn er méér meldingen, elk jaar weer zijn er méér aanhoudingen. Maar de cijfers zijn boterzacht. Jaarverslagen zijn niet te vinden op de site, en alleen op aanvraag bij voorlichting te krijgen – en dan alleen mét een persoonlijke toelichting van directeur Titus Visser van de stichting NL Confidential.

De bestudering van die jaarverslagen geeft echter geen inzicht in de succescijfers die de stichting elk jaar weer presenteert in haar persberichten (zo’n drie alinea’s lang). Jaarlijks ontvangt de kliklijn zo’n vijftigduizend telefoontjes, zegt Visser zelf, waarvan twee derde direct afvalt. Dat zijn dus allemaal foutieve, of valse, tips. In 2017 bleven er 16.918 tips over die de medewerkers – allemaal personeel zonder opsporingsbevoegdheden – doorspelen naar de politie, de Belastingdienst, verzekeraars, gemeente of energieleveranciers. Minstens 1271 mensen zijn op basis van die tips aangehouden.

Alleen een onderbouwing van dat cijfer ontbreekt. Onduidelijk is of die aanhoudingen ook terecht waren en standhielden bij de rechter, en niemand weet of die aanhoudingen echt alleen door een anonieme tip kwamen. Visser zei eerder tegen mij in een interview: ‘Ik zeg er ook altijd bij: er staat geen waarheidsstempel op de melding. Dat betekent dat de politie er altijd heel zorgvuldig mee om moet gaan. Het is startinformatie, of als je al een onderzoek aan het doen bent en denkt, hé verrek, maar dit is een leuk stukje van de puzzel. Zo moet het gezien worden.’

Kritiek op kliklijnen is er nauwelijks meer. Klikken is een gewoonte geworden. Precies hetgeen waar wijlen Kees de Hoog, de Wageningse gezinssocioloog, geregeld voor waarschuwde in de media. ‘De kliklijn is een route naar een onaangename samenleving’, schreef hij in 2004 in de Haagsche Courant. ‘Het wij-gevoel verdwijnt uit de samenleving en de angst wordt vergroot. De burgers gaan elkaar massaal wantrouwen.’ Ook Jacob Kohnstamm van de Autoriteit Persoonsgegevens waarschuwde destijds dat ‘het onderlinge vertrouwen onder druk komt te staan’.

Twee jaar later, in 2006, schreef socioloog Ringo Ossewaarde in opdracht van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling Eigen verantwoordelijkheid: bevrijding of beheersing? De universitair hoofddocent aan de Universiteit Twente schetste daarin een beeld van een regering, destijds Balkenende II, die burgers ‘reduceert tot ordinaire instrumenten van beleid’. ‘De uitwerking van wat het kabinet eigen verantwoordelijkheid noemt, betekent praktisch simpelweg dat de buurtbewoners toezichthouder worden in dienst van de politie’, zei hij in een interview met de site Sociale Vraagstukken. ‘Kliklijnen zijn de cynische invulling van die eigen verantwoordelijkheid.’

Het is de afgelopen twaalf jaar alleen maar erger geworden, zegt hij nu. ‘De overheid lijdt aan datafetisjisme en het is de burger die zelf de data geeft. De burger fungeert als partner van de overheid, ziet die overheid als beste vriend.’ Volgens hem moet je de overheid ‘juist een beetje meer wantrouwen’. ‘Voor macht moet je als burger bang zijn.’ Die kritische blik zie je meer in Zuid-Europese landen en in Oost-Europa, de inwoners daar weten nog uit een recenter verleden hoe macht misbruikt kan worden door de overheid.

Crime Stoppers, de internationale moeder van Meld Misdaad Anoniem, is overigens geen groot succes in Europa. Deze kliklijnen bestaan in Groot-Brittannië, Moldavië en dus Nederland. In andere landen kan een tipgever wel anoniem blijven, maar alleen als de identiteit wel bij bijvoorbeeld de politie bekend is. Heimelijk iemand verraden is in België nog een taboe, zegt professor sociologie Ignace Glorieux van de Vrije Universiteit Brussel. ‘Belgen wantrouwen de overheid meer dan Nederlanders.’ Daarbij komt nog: ‘Zowel bij Vlamingen als bij Walen zit het idee ingebouwd dat we allemaal wel eens buiten de lijntjes kleuren. Wie zijt gij dan om een ander aan te klagen?’

Nederlanders leven strikter de regels na, zegt hij. ‘Bij ons is 120 kilometer per uur eigenlijk 130. In Nederland krijgt je dan een boete. Wij hanteren altijd marges.’ Al ziet hij dat in rap tempo veranderen. ‘We krijgen steeds meer noordelijke regels en procedures.’ Dat ziet hij ook als wantrouwen in elkaar. ‘Kijk naar organisaties: bij een gebrek aan vertrouwen komen er meer regels, procedures en evaluaties. Het succes van kliklijnen is gerelateerd aan wantrouwen. Als het vertrouwen in elkaar weg is, zal er meer worden geklikt.’

‘Klikken is familie van verraad en gedijt in een atmosfeer van wantrouwen en heimelijkheid’, schreven Pieter Ippel en Bart Crouwers. Dat was in 1994 in Trouw toen zij beiden bij de Registratiekamer, de voorloper van de Autoriteit Persoonsgegevens, werkten. Ippel is nu hoogleraar rechtsgeleerdheid aan de Roosevelt Academy in Middelburg en staat nog volledig achter dat stuk. ‘Sociale controle is niet acceptabel. Ik was ooit in de ddr en voelde toen de klikbereidheid. Voor je het weet sta je op een zwarte lijst.’ Hij waarschuwt voor een land waar iedereen elkaar in de gaten houdt, maar niemand elkaar nog aanspreekt.

Het roept de beelden op van het rode bakstenen buurtje van fotojournalist L.B. ‘Jeff’ Jeffries die wegens een gebroken been aan huis gekluisterd is. Uit verveling begluurt hij zijn buren. In de klassieker Rear Window uit 1954 van Alfred Hitchcock zie je hoe Jeffries zich steeds meer ontpopt als voyeur en de taken die daarbij horen met verve uitvoert. Hij loert dagen naar de sexy danseres, en haar minnaars (zijn het wel minnaars?) aan de overkant. Hij bespiedt miss Lonelyhearts, de alleenstaande buurvrouw van middelbare leeftijd, die haar lippen nog eens extra rood stift om vervolgens alleen in het buurtcafé een drankje te drinken.

En hij bestudeert het appartement van Lars Torwald, de rondreizende sieradenverkoper, om vervolgens een duister geheim te ontdekken. Waarom verlaat de man drie keer per nacht de deur? Waarom werkt de verkoper niet overdag? Waarom wikkelt hij een zaag en een slagersmes in een krant? Waar is zijn vrouw überhaupt gebleven? In een gesprek met zijn vriendin laat Jeffries heel even zijn twijfels toe: ‘Het zijn privé-dingen. Is het wel ethisch om een man te volgen met een verrekijker en een focuslens?’ De twijfel verliest het echter al snel van de burgerplicht, of is het grenzeloze nieuwsgierigheid?