Fijn op vakantie in somalie

Eind jaren dertig speelden zich aan de Nederlands-Duitse grens beschamende taferelen af. Stervensbange joden werd de toegang tot Nederland geweigerd, terwijl in omgekeerde richting treinladingen Nederlanders vrolijk naar Duitsland op vakantie gingen. De reden voor deze onverschilligheid was een alledaags maar daarom niet minder dodelijk antisemitisme. De joden vormden een ‘ongewenst’ element in onze samenleving, aldus minister Donner van Justitie in zijn circulaire Jodentoestrooming uit 1938. Veel Nederlanders waren het daar stilzwijgend mee eens. Bovendien schreef het gezagsgetrouwe deel van de pers dat het gevaar voor de joden in Duitsland reuze meeviel.

Sinds Nederland de deur heeft dichtgegooid voor niet-Europese asielzoekers vinden zulke taferelen wederom plaats, ditmaal op Schiphol. Uit het zicht van de vakantiegangers worden kinderen zonder hun ouders op het vliegtuig gezet, zwangeren gedeporteerd naar oorlogsgebieden en asielaanvragers zo lang vastgehouden dat ze zelfmoord plegen. Het aantal asielaanvragen is afgelopen jaar drastisch gedaald, maar daarom heeft staatssecretaris Schmitz nog geen reden om trots te zijn op haar ‘afschrikkingsbeleid’. Het gaat wellicht te ver om van racisme te spreken, maar kennelijk geldt dit beleid niet voor Pakistaanse drugsdealers of ZuidAfrikaanse wapenhandelaren. Neen, Schmitz heeft het voorzien op zwarte Afrikanen, in het bijzonder Somaliers.
Als voorbeeld mogen de belevenissen dienen van de Nederlandse fotograaf Wiggers en zijn Somalische vriendin. De vrouw werkte voor de VN in de Keniaanse hoofdstad Nairobi. Twee jaar geleden nodigde Wiggers haar uit voor een bezoek aan Nederland. Omdat haar pasfoto volgens de dienstdoende marechaussee niet deugde, maakte hij het paspoort van de vrouw ongeldig, arresteerde hij haar en plaatste hij haar op de deportatielijst. Aangezien zij in Kenia zonder geldige papieren vogelvrij zou zijn, zat er voor de Somalische niets anders op dan asiel in Nederland aan te vragen. Een eventueel huwelijk, dat het tweetal al geruime tijd overwoog, gold vanaf dat moment als een schijnhuwelijk, zodat geen enkele instantie eraan wilde meewerken. De asielprocedure sleept zich voort en de vrouw loopt nog altijd het risico te worden uitgezet, hoewel zij intussen een oud paspoort, een VN- identiteitsbewijs en een werkgeversverklaring uit Nairobi heeft overlegd. Die laatste is overigens niet meer geldig, want zij is door alle verwikkelingen haar baan kwijtgeraakt. Zo veranderde Justitie in een bureaucratische handomdraai een verliefde bezoekster in een vaderlandsloze, werkloze vluchtelinge met huwelijksverbod.
Nog aanstootgevender is de ijver waarmee Somaliers sinds dit voorjaar door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) worden teruggestuurd. Zij worden uitgezet op grond van een ambtsbericht van Buitenlandse Zaken waarin grote delen van Somalie safe areas worden genoemd. Matthew Bryden, de VN-deskundige die de Nederlandse delegatie destijds door Somalie rondleidde, is nog altijd verontwaardigd dat zijn naam aan dat bericht is verbonden, want de conclusie berust op drijfzand. Somalie heeft geen centrale regering, het land wordt door bendes geterroriseerd en is voor iedereen onveilig. Het beste bewijs leverde Justitie zelf op 18 juni, toen IND-ambtenaren twee uitgeprocedeerde Somaliers afleverden op het vliegveld van Garbahare. Het transport werd op het vliegveld beschoten en beroofd door een plaatselijke bende. De berooide IND'ers werden door Memisa- medewerkers opgevangen en per gepantserde automobiel buiten het 'veilige gebied’ gebracht. Van de twee asielzoekers is niets meer vernomen.
Geen enkel middel wordt geschuwd om dit misdadige uitzettingsbeleid te verdedigen. Buitenlandse Zaken beroept zich op waardeloze overeenkomsten met Somalische krijgsheren, waaronder de massamoordenaar Morgan. Justitie misbruikt de namen van Nederlandse en Somalische hulporganisaties om de deportaties te legitimeren. De nieuwste tactiek is het toespelen van valse statistieken aan de pers. De bedenker hiervan is Hare Majesteits tweede man in Nairobi, ambassaderaad A./H. Pieper. Hij stuurde op 21 juni een codebericht naar Buitenlandse Zaken, waarin hij het terughalen van asielzoekers na een mislukte uitzetting afraadde. Ze liegen immers over hun achtergrond om van onze sociale voorzieningen te profiteren? Maar als ze dan toch worden teruggehaald, vervolgde hij, 'kan Justitie het incident benutten om publiekelijk de fraude tijdens asielprocedures aan de kaak te stellen’.
Den Haag nam de suggestie over en liet een 'vertrouwelijk’ rapport vol onzinnige beweringen over Somalische vluchtelingen uitlekken naar De Telegraaf, die het materiaal prompt afdrukte. Onder de kop 'Vakantietruc Somaliers’ schreef de krant dat wekelijks tien tot vijftien Somalische vluchtelingen vanuit Nederland op vakantie gaan naar hun vaderland. Voorts zouden vijfduizend Somaliers ten onrechte van gezinshereniging profiteren. De krant paste uiteraard geen wederhoor toe bij VluchtelingenWerk, de Internationale Organisatie voor Migratie of de Somalische verenigingen in Nederland. De gegevens waren dan ook vals. Het cijfer voor gezinshereniging is uit de lucht gegrepen en bij navraag blijkt Justitie noch Buitenlandse Zaken over enig bewijs voor een Somalische 'vakantietruc’ te beschikken.
De echte Somalie-deskundigen van de VN, Artsen zonder Grenzen en Amnesty International kennen de keerzijde van dit beleid. Zij weten dat uitgezette Somaliers op grote schaal worden mishandeld, bestolen, verkracht en - in het geval van kinderen - verkocht. Tot overmaat van schande roepen medewerkers van Buitenlandse Zaken tegenwoordig om het hardst dat ze zo graag met vakantie gaan in Somalie. Het is, zoals gezegd, niet de enige parallel met de jaren dertig. Als mevrouw Schmitz niet als een tweede Donner de geschiedenis wil ingaan, dient de deportatie van Somalische asielzoekers te worden opgeschort totdat een wettig gezag in Somalie hun veiligheid garandeert. En meneer Pieper moet maar eens een maandje stoom afblazen in een fijn vakantieoord. Garbahare bijvoorbeeld.