KUNST

Fijnzinnig pornografisch

John Currin

Wat waren mensen vroeger toch lelijk. Of zijn ze nog altijd even lelijk, maar worden nu de accenten anders gelegd? Is met andere woorden het schoonheidsideaal veranderd? Misschien dat dit niet helemaal de vragen zijn waarvan het Frans Hals Museum had gehoopt dat ze in de museumbezoeker zouden opkomen als hij de schilderijen van John Currin (1962) vreedzaam ziet hangen naast die van Cornelis van Haarlem (1562-1638). Maar alleen al onderweg naar de confrontatie tussen beiden, slalommend tussen de werken van De Gouden Eeuw viert feest, is het onmogelijk niet te denken in termen van schoon- en lelijkheid. Neem nu het muurbedekkende schilderij Regentessen van het Oudemannenhuis, van Frans Hals himself, uit 1664. Zelden zo'n stelletje lelijke, chagrijnige wijven bijeen gezien. Moet dit eerbiedwaardigheid verbeelden? De enige frivoliteit waarop hun handen rusten is een boek. Een boek dat er afgeragd en moegebladerd uitziet. Hoezo metafoor? Kijk dan eens in de zaal verderop naar een van de beroemde schuttersstukken van de hand van dezelfde meester. Guitigheid, levenslust, karaffen wijn en uitbundig eten alom. Het beroemde schilderij De Herenclub (1985) van Kik Zeiler, waarop onder anderen Hofland, Van Mierlo en Mulisch figureren, had hier als een mooi modern tegenstuk kunnen hangen, ‘om de bezoekers met een nieuwe blik naar de collectie zestiende- en zeventiende-eeuwse schilderkunst te laten kijken’. Want dat is de bedoeling van de reeks Conversation Pieces, waarin eerder Thomas Eggerer en Francis Bacon losgelaten werden op meesters als Van Ruisdael, Saenredam en dezelfde Van Haarlem. En nu dus de Amerikaanse Currin, wiens handelsmerk het is om erotische/pornografische taferelen op een kunstzinnige manier uit te vergroten.
Binnen de zeventiende-eeuwse context van het Frans Hals Museum, en in verband gebracht met de zwaar gecodificeerde schilderkunst van Cornelis van Haarlem, wint zijn werk aan betekenis. Sterker nog: de manier waarop hij bloemen, fruit en servies zijn naaktmodellen laat vergezellen, maakt je extra opmerkzaam voor de parafernalia van Van Haarlem. Om nog maar te zwijgen van de ingewikkelde bochten waarin de modellen zich wringen om zichzelf zo appetijtelijk mogelijk te presenteren. Met terugwerkende kracht lijkt Van Haarlem pornografische bedoelingen te hebben gehad met zijn herderlijke en bijbelse taferelen. Worden we er wijzer van, van deze ontmoeting tussen toen en nu?
Ach, altijd wel. Iedere aanleiding om nog eens een aandachtige blik op een oud schilderij te werpen is er één. En het verhoogt de opmerkzaamheid. Bijvoorbeeld voor de blik van de modellen die Van Haarlem respectievelijk Currin vastlegden. Volgens de begeleidende teksten in het museum is die eensluidend leeg. Maar dat is gewoon niet waar. De schilderijen van Currin zijn spectaculair in hun - ook voor de 21ste-eeuwse geblaseerde kijker - gewaagde enscenering: pornografisch, geestig, hyperrealistisch en fijnzinnig tegelijkertijd. Maar bij een derde keer kijken is er niet meer zo veel te zien. De portretten van Van Haarlem stoten in hun boertigheid aanvankelijk af. Tot je gaat kijken naar de blik van zijn modellen. Die is soms leep, soms gelaten, soms ondeugend. Lelijke mensen, maar ze laten wel naar zich raden.

Conversation Piece III: John Currin ontmoet Cornelis van Haarlem, Frans Hals Museum, Haarlem, 8 oktober 2011 t/m 8 januari 2012