Geschiedenis en politiek

film: ‘300’

Niet alleen in de Verenigde Staten, ook in Griekenland sloeg 300 in de eerste week van zijn vertoning diverse bezoekersrecords. Griekse recensenten noemden de film racistisch, imperialistisch (omdat hij de ‘war on terrorism’ ondersteunt) en artistiek belabberd, en toch geniet het Griekse publiek met volle teugen. ‘Dat komt’, schreef een columnist, ‘doordat wij er toch maar mooi een heldenrol in spelen.’

In Teheran gruwt men ervan. Door de Perzen voor te stellen als ‘bloeddorstige wilden’ draagt de film bij aan ‘psychologische oorlogvoering tegen Iran’, aldus Javad Shamaghdari, cultureel adviseur van president Mahmoed Achmedinejad: ‘Amerikaanse culturele functionarissen scheppen voldoening in het plunderen van Irans verleden en het beledigen van zijn beschaving.’ Veel oppositionele politici, bladen en weblogs delen die opvatting. ‘Hollywood verklaart de oorlog aan Iraniërs’, kopte het hervormingsgezinde dagblad Ayandeh-No.

Ze hebben gelijk wat betreft het wereldbeeld van Frank Miller, de schepper van de comic die aan de film ten grondslag ligt. In januari van dit jaar bestempelde hij in een interview op National Public Radio de islam tot ‘de existentiële vijand’ van Amerika en maakte hij de huidige Amerikanen – evenals trouwens de Atheners van 2500 jaar geleden – uit voor decadente ‘watjes’ die, anders dan de Spartanen van destijds, niet weten wat het is om voor je zelfbehoud te vechten tegen volken die ‘geen enkele culturele waarde met ons gemeen hebben’. Wie zich afvraagt of de ranzige satrapen, kruiperige priesters en slaafse soldaten aan Perzische kant in 300 soms symbool staan voor de islam heeft hier zijn antwoord. Regisseur Zack Snyder heeft zich op zijn beurt laten bijscholen door de classicus en Republikeinse columnist Victor Davis Hansen, die in het legendarische offer van de driehonderd Spartanen een lichtend voorbeeld voor hedendaags Amerika ziet.

In het licht van historiografie en archeologie blijft er weinig over van al die historische appèls. De slag bij Thermopylae had zelfs in de woorden van Herodotus, nota bene een Griek, minder te maken met de verdediging van ideële waarden dan met het doorbrekende besef dat Griekenland een eenheid vormde in het aangezicht van de Perzische ‘ander’. En in het licht van wat we weten over de uiterst repressieve Spartaanse samenleving is het voortdurende geblaat van de film-Spartanen over hun geheiligde ‘vrijheid’, als toespeling op vandaag, een onverdraaglijk anachronisme.

Ook Teheran heeft nauwelijks recht van spreken. Het islamitische Iran taalde nimmer naar de cultuur van zijn voorvaderen, totdat Europese archeologen in de negentiende eeuw hun tempels, paleizen en kleitabletten uitgroeven en de Achaemenidische beschaving in kaart brachten. Daarbij hadden ze overigens honderdmaal meer te danken aan Herodotus’ beschrijvingen dan aan de starre, stereotiepe Perzische teksten die boven water kwamen. Het Achaemenidische Rijk blonk uit in administratieve organisatie en godsdienstvrijheid, maar het bracht, anders dan het antieke Griekenland, weinig tot stand dat van blijvende artistieke en intellectuele waarde voor de mensheid was.

Erger nog, het was de Pahlavi-dynastie die zich halverwege de vorige eeuw meester maakte van deze erfenis. De shahs riepen zichzelf uit tot directe afstammelingen van Cyrus de Grote. De laatste shah vierde zelfs in 1971 de 2500ste verjaardag van Persepolis met een weerzinwekkende jetset-fuif. Hij droeg ook zorg voor de verspreiding van een vervalste, quasi-moderne vertaling van de zogenaamde ‘Cyrus-cilinder’ die moest bewijzen dat deze inscriptie het ‘eerste mensenrechtendocument ter wereld’ was. Hoe ver die propaganda doorwerkt, bleek toen de Iraanse Nobelprijswinnares Shirin Ebadi in 2003 instemmend die vervalste vertaling citeerde. Dat doet niets af aan het feit dat de oud-Perzische godsdienstvrijheid een baken van licht in een overigens vrij duistere wereld was. Als één beweging zich althans met enig recht op dit Achaemenidische verleden mag beroepen, is het wel de radicale oppositie tegen de Iraanse theocratie.